17. Verenigde Staten Mei 2013:

We rijden terug richting het noorden naar de staat Utah. Het volgende park dat we aandoen is NP Vermillion Cliffs. De infrastructuur is hier nog niet zo netjes uitgebouwd als de voorgaande parken waardoor het hier minder overlopen is. We doorkruisen het park van zuid naar noord over goede piste. Af en toe komen we een ander voertuig tegen maar het overgrote deel van het traject rijden we alleen.

We doen een kleine wandeling naar één van de slot-canyons die het park rijk is. Metershoge wanden die links en rechts van je oprijzen. De zonnestralen geraken hier maar met moeite tot aan de grond maar als dat gebeurt verandert heel de kloof in een felrode galerij. Hier en daar is de kloof maar net breed genoeg om door te wandelen.

We hebben ons een nieuwe BBQ-rooster gekocht en natuurlijk meteen getest op een rustige plaats langsheen een kleine rivier.

Net ten noorden van Vermillion Cliffs ligt het nog zeer jonge park Grand Staircase Escalante National Monument of kortweg GSENM. Ook hier geldt hetzelfde verhaal als in Vermillion, zo goed als geen infrastructuur maar massa´s offroad wegen die je in alle rust kan doen. Het park is immens met een oppervlakte van bijna 8000 km². Hier kan je dagen in ronddwalen en er is zoveel te ontdekken.

Eerste halte is Toadstool, een kleine site met enorme stenen paddestoelen ontstaan door erosie.

Van hieruit gaat het naar Yellowrock over mooie piste met na iedere bocht weer een nieuw panorama:

Om Yellowrock te bereiken moet je een wandeling doen met een paar stevige hellingen maar de beloning is groot. Een surrealistische omgeving van geel, rood en oranje uitgesleten uit zandsteen. We wanen ons bij momenten op een andere planeet. We hadden de wandeling wel een beetje onderschat en onze hoedjes vergeten. Dus improviseren geblazen, Cindy staat op de foto´s met een halve broekspijp en ik met een handdoekske.

Plaatje past zo in een oude western, behalve dan de elektriciteitspaal misschien ;-)

Op zoek naar een slaapplaats nemen we een kleine veldweg die maar net breed genoeg is voor de camion. Na een steile afdaling komen we terecht op een  magnifieke plaats, vlakbij een riviertje. Allé, ons roostertje wordt weer boven gehaald en we genieten van een zalige avond.

Laatste halte in het GSENM is de Grosvernor Arch, een natuurlijke brug van een 70-tal meter hoog. Op de weg ernaar toe begint het weer om te slaan en krijgen we sinds lange tijd regen. Gelukkig geen grote hoeveelheden want op deze wegen willen we niet vast komen te zitten. Onze banden hebben namelijk hun beste tijd gehad en waren sowieso al geen toppers op modderwegen.

Na de Arch bereiken we zonder al teveel problemen de verharde weg van waaruit het richting Bryce National Park gaat. Het park ligt op een gemiddelde hoogte van 2500m en wanneer dan de hemelsluizen helemaal open gaan krijgen we de volle laag. Sneeuw en hagel wisselen elkaar af en ´s morgens worden we wakker met een klein sneeuwtapijt rond de camion. We hadden een tweedaagse wandeltocht doorheen het park gepland maar omdat de weersvoorspellingen niet veel goeds in petto hebben doen we een paar kleine wandelingen tussen de buien door.
Het park staat vol met uit zandsteen gevormde sierlijke pilaren die hier hoodoo´s genoemd worden. De kleuren gaan van geel tot diep rood en als de zon er even door komt krijg je een prachtig uitzicht over de vallei. Het betoverende landschap heeft doorheen de jaren de fantasie van de mensen aangewakkerd en zo ontstond dan ook de legende van de Paiute indianen. Volgens die legende leefde hier lang geleden de Legend People in harmonie met vele soorten vogels en dieren in een wondermooie stad gebouwd door de god Coyote. Toen de Legend People zich ondankbaar en slecht begonnen te gedragen tegenover Coyote veranderde hij hun in onbeweeglijke rotsen. Als je vandaag de dag doorheen het park wandelt zie je af en toe een nieuwsgierige blik op je neer kijken :-).

We rijden richting het dorpje Boulder van waaruit we de Burr-trail nemen. Een schilderachtige route doorheen het nationaal park Capitol Reef. Hierbij doorkruis je de minder vaak bezochte zuidzijde van het park met prachtig offroad wegen en mooie vergezichten.

Onze slaapplaats met uitzicht op de vallei. Tegen de avond trekt de lucht wat open en kunnen we genieten van een mooie zonsondergang.

´s Morgens worden we wakker onder een staalblauwe hemel. Het plan was om van hieruit helemaal offroad te rijden tot aan Lake Powell. De eerste 30km is dat ook geen probleem maar dan beslist een kleine gracht er anders over. De regen van de laatste dagen heeft de gracht uitgehold tot een halve meter diep en omdat ze niet breder is dan een meter riskeren we het niet om erdoor te rijden. We hebben sinds gisteren maar één jeep gezien dus hier willen we echt niet blijven steken. Er zit dan ook niets anders op dan terug te keren. Tegen de avond bereiken we dan via een andere weg Lake Powell. Je kan hier met een ferry oversteken maar omdat het al laat is plannen we de overtocht voor morgen en zoeken ons een rustig plaatsje langs het meer. We zien de ferry, die normaal gezien elk uur vaart, aan de andere zijde van het meer liggen. Alleen zit er die avond niet veel beweging in, misschien is ze al gestopt voor vandaag of is er te weinig volk, we zullen morgen wel zien.

Zoals verwacht zat er de dag nadien nog steeds geen beweging in ons bootje en als we tot aan de kaai rijden zien we ook waarom, de waterstand is zo laag dat de ferry hier onmogelijk kan aanmeren. Dit is een flinke streep door onze planning met als gevolg een omweg van 150km, niets aan te doen. Achteraf zien we bij één van de splitsingen een groot bord hangen met Ferry Closed, dat komt ervan als je over onverharde wegen rijdt, daar hangen die borden natuurlijk niet.

In de late namiddag komen we dan toe bij het nationaal park National Bridges, het bezoek staat voor de dag nadien op het programma en we zoeken ons een rustige slaapplaats niet ver van de ingang van het park.

De attractie van het park zijn drie enorme natuurlijke bruggen. Een kleine ringweg voert je langsheen de verschillende bruggen. Bij twee van de drie bruggen dalen we af tot in de vallei omdat ze van daaruit het best te bewonderen zijn.

Dit is de tweede grootste natuurlijke brug van de wereld:

Het kleinere broertje:

Diezelfde dag nog rijden we door tot aan Muley point, één van de mooiste staanplaatsen tot nu toe. Je staat hier op de rand van een klif die driehonderd meter boven de Valley of the Gods oprijst. Het uitzicht is hier fenomenaal en naarmate de zon ondergaat veranderen de kleuren van de omgeving dramatisch. We laten ons een een glas wijn smaken op de rand van de klif en klinken op deze onvergetelijke tijd.

Met een laatste blik trekken we via ontelbare haarspeldbochten de Valley of the Gods binnen. Volgens de Navajo-indianen zijn de in de vallei gevormde rotsen versteende krijgers. Deze imposante monolieten waren beschermers wiens kracht kon opgeroepen worden als de jonge indianen ten strijde trokken. De vallei heeft ook meermaals gediend als filmdecor omwille van zijn klassieke western look. Een mooie piste voert je langsheen de krijgers van weleer. Onderweg ontmoeten we een jong koppeltje afkomstig van de staat Colorado. Zij toeren hier een paar weekjes rond met een Unimog ambulance. We krijgen van hen twee atlassen met stafkaarten van de staat Utah en Colorado en enkele tips van welke routes we zeker moeten rijden. In de toekomst willen ze hun Unimog ook ombouwen en er mee naar Australië of Zuid-Amerika trekken.

Goosenecks State Park, dit is wellicht het kleinste park dat we zullen bezoeken in onze trip. Het is niet meer dan een uitzichtpunt over de canyon gevormd door de San Juan rivier.in de vorm van een ganzennek. Wij konden er niet direct de vorm in terug vinden maar het was desondanks een indrukwekkende aanblik.

We hebben onderweg al veel slangen gezien maar jammer genoeg bijna allemaal plat gereden of zijn we net te laat voor ze te fotograferen. Op de voorlopig laatste piste in Utah hebben we meer geluk en kunnen we een mooi exemplaar op gevoelige plaat vastleggen.

We verlaten Utah om een grote lus te doen in de staat Colorado, meer bepaald de Rocky Mountains. Bij elke kilometer die we doen zien we het landschap drastisch veranderen. Het overwegende woestijnlandschap maakt plaats voor veel groen en in de verte zien we de eerste besneeuwde pieken van de Rocky´s oprijzen. Ongelooflijk hoe het landschap op zo´n korte afstand kan veranderen.

Dankzij onze gekregen stafkaarten is het nu poepsimpel om hier van de openbare weg af te gaan. Onze eerste halte in de Rocky´s is al direct op 3300m hoogte niet ver van een bekend skioord. Op deze hoogte ligt er nog volop sneeuw maar hier en daar zie je toch al het eerste lentegroen verschijnen.

Eén of ander hoen dat bijzonder zijn best deed om ons te imponeren:

We verlaten meermaals de hoofdweg van Durango naar Silverton voor kleine pistes. Niet altijd met evenveel succes maar meestal kom je toch terecht op mooie afgelegen plaatsen. Het is hier in deze tijd van het jaar super rustig. Het winterseizoen is net voorbij en het duurt nog een tweetal maanden voordat de grote zomerdrukte begint.

Silverton was vroeger een bekend goudzoekers oord. In de ´gouden´ jaren werd hier meer dan 100Ton goud uit de grond gehaald. De laatste mijn heeft echter zijn deuren gesloten in 1991 en het is nu vooral een bekend vakantieoord. Van hieruit trekken we over een kleine piste richting Silverlake, een klein meertje in de bergen. Jammer genoeg moeten we onze zoektocht staken omdat een groot deel van de piste nog steeds ondergesneeuwd is. We parkeren de camion op een kleine zijweg niet ver van een chalet. De eigenaar komt een praatje maken en nodigt ons uit om een kijkje te gaan nemen. Een prachtige chalet gelegen midden in de bergen, hier zou een mens wel kunnen wennen.
De dag nadien gaan we van hieruit te voet richting het Silverlake. Al snel wordt duidelijk dat ook zonder sneeuw deze piste een maatje te klein was voor onze camion. Dit was vroeger ook de toegangsroute tot de Mayflower goudmijn en onderweg worden we bevangen door de goudkoorts. We vinden in een grote hoop stenen enkele steentjes die wel heel mooi blinken in de zon. We gaan er onze reis niet mee kunnen terugbetalen maar een mooie herinnering is het wel.

Er komen hier ook veel zwarte beren voor maar daar maakt die van ons korte metten mee :-)

Silverton bevalt ons super en het is net of de tijd hier is blijven stil staan. Huizen gebouwd in westernstijl, oude auto´s geparkeerd langsheen de weg en dit alles in een schilderachtig decor van besneeuwde bergtoppen. De mensen zijn vriendelijk, er hangt een gemoedelijke sfeer en ze serveren er sinds lang heerlijk bier. Redenen genoeg dus om hier wat langer blijven rond te hangen. Een rustige plaats vinden voor de camion is dan ook geen probleem. ´s Morgens komt de sheriff een praatje maken en checken of alles ok is. We vragen ons af of in België de commissaris ook zo vriendelijk zou zijn?
We gaan ook nog eens op zoek naar internet want er valt van alles te regelen voor onze thuiskomst. De vlucht, de verscheping van de camion, de eerste praktische zaken thuis, kortom er wordt weer flink gebeld en gemaild maar de grootste bekommernissen zijn nu van de baan. Als alles goed zit leveren we de camion de 10de juli af in de haven van Baltimore en landen wij de 12de juli ´s morgens terug in Belgenland.

Ook van binnen zijn de gebouwen een lust voor het oog. De saloons hangen vol met prullaria en je weet niet waar je eerst moet kijken, gaande van jachttrofeeën tot een muur vol met politiebadges. Buiten het lekkere bier bestaat het menu uit niets anders dan hamburger met kaas, hamburger met pepers, hamburger met spek, hamburger met BBQ-saus maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we hier de lekkerste hamburger gegeten hebben in jaren. We hebben wel niet alle variëteiten geprobeerd want dat zou funest zijn voor onze cholesterolspiegel.

En dan een greep uit de klassiekers die hier langsheen de baan geparkeerd stonden. De ene al in iets betere staat dan de de andere:

Een andere trekpleister van Silverton is de oude stoomlocomotief. In de jaren 1900 diende deze voor het erts te vervoeren van Silverton naar Durango. Nu kunnen toeristen hetzelfde traject afleggen in iets comfortabelere omstandigheden.

Vanuit Silverton doen we een uitstap naar de nabij gelegen vallei gevormd door de South Fork Creek van waaruit je verschillende wandelingen kunt doen. Ook hier weer is het al rust wat telt, we komen nauwelijks iemand tegen en de vrije kampeerplaatsen langsheen het traject zijn allemaal leeg. Op geregelde basis kom je hier bordjes tegen die je waarschuwen voor de aanwezigheid voor zwarte beren maar de kans dat je eentje tegen het lijf loopt is bijzonder klein. In Zuid-Amerika kwam je zo ook tientallen van die bordjes tegen die je waarschuwde voor de aanwezigheid van poema´s maar ook daar hebben we er geen gezien. We rijden heel de piste af tot aan de start van de wandelingen en kijken op het infobord wat de mogelijkheden zijn. Omdat het al redelijk laat is besluiten we de wandeling uit te stellen tot morgen. We draaien terug om te rijden tot één van de vrije kampeerplaatsen en dan..., uit het niets zien we langsheen de bosrand een toch wel heel groot beest lopen, het is niet waar, een BEER. Voordat we goed en wel geparkeerd staan is het beest natuurlijk allang verdwenen maar we blijven toch nog een tijdje staren in de richting van het bos in de hoop er nog een glimp van op te vangen. Tevergeefs, na een half uurtje springen we terug in de camion en rijden danig onder de indruk naar onze kampeerplek. We trekken onze wandelschoenen aan en met de camera in de aanslag trekken we terug naar de plaats waar we de beer het laatst gezien hebben. Eén uur, twee uur, niets en net als we de hoop bijna hebben opgegeven zien we in het struikgewas een grote zwarte vlek traag voortbewegen. We installeren ons op een kleine bergkam op veilige afstand van het dier. Hij heeft ons gelukkig niet opgemerkt en we kunnen in alle rust foto´s nemen en genieten van dit prachtige beest.

Nee, dit is niet de beer maar een marmot langs de weg.

Onze kampeerplaats:

En dan op zoek naar de beer:

There he is:

De volgende dag doen we een wandeling naar Clear Lake dat op een kleine 4000m hoogte ligt. Het wandelpad voert langsheen verschillende watervallen en omwille van de koude temperaturen zijn de planten in de directe omgeving bedekt met een dikke laag ijs. Na een tweetal uurtjes stappen begint er steeds meer sneeuw op het pad te liggen waarbij we op sommige stukken tot een meter diep zakken. In de eerste instantie proberen we er nog door te geraken maar merken al snel dat hier geen doorkomen aan is. Het meer zal voor een andere keer zijn. We keren een stuk terug en klimmen dan via een andere weg tot aan een kleine bergkam. Hier koken we een potje, genieten van het uitzicht om nadien terug te keren tot aan onze kampeerplaats.

Af en toe valt er nog wat sneeuw uit de lucht:

De wandeling zit flink in de benen en we kruipen die dag dan ook vroeg onder de wol. En dan, tegen middernacht hoor ik precies iets onder de camion. Omdat we vlakbij een rivier staan twijfel ik nog maar als ik dan rechtop ga zitten hoor ik weer iets. We hadden onlangs nog van iemand gehoord dat er bepaalde knaagdieren graag in het motorcompartiment kropen om daar dan grote schade aan te richten aan draden en leidingen. Dus kleren aangetrokken en op onderzoek. Van onze Maglite waren de batterijen al een paar maanden plat en er bleef niets anders over dan met een pietlullig ledlampje de pikdonkere nacht in te duiken. Alles met een klein hartje natuurlijk want we waren onze beer nog niet vergeten. Eerst vanachter de camion gekeken, niets abnormaals te zien. Dan met mijn ledlampje schijnend op het chassis een weg naar voor gebaand. Niet direct iets te zien totdat ik een hoop stekels zie die niet thuishoren onder de cabine. Ik kan niet direct uitmaken wat het is maar weet wel dat dit daar weg moet. Stok gezocht en porren maar, na een paar verwoedde pogingen geeft onze vriend het op. Het blijkt een flink stekelvarken te zijn dat waarschijnlijk op zoek was naar wat warmte. ´s Morgens alles nog eens geïnspecteerd en de achtergebleven stekels uit de isolatie verwijderd, gelukkig zonder veel erg.

We rijden daarna terug richting Silverton om van hieruit de Alpineloop te doen, een offroad piste die leidt tot aan het dorpje Ouray. We twijfelen eraan of het een haalbare kaart is omdat er een bergpas van bijna 4000m tussen zit. We wagen het erop en we kunnen nog altijd terugkeren moest het niet lukken. De eerste 15km zijn geen probleem en voeren je langsheen prachtig berglandschap maar dan wordt de piste enorm stijl en smal. Hier hebben zelfs jeep´s problemen om omhoog te geraken. Van één van de voorbijgangers vernemen we dat de pas nog altijd dicht gesneeuwd is. We zoeken ons dan maar een mooie overnachtingplaats en keren de volgende dag terug om via de gewone weg naar Ouray te rijden.

Onze slaapplaats:

Op de terugweg:

De 50Km lange verbindingsweg tussen Silverton en Ouray wordt ook wel de Million Dollar Highway genoemd. Die naam heeft hij te danken aan de goudrijke onderlaag afkomstig van erts uit de naburige mijnen. In Ouray bezoeken we de Box Cañon. Hier stort het water zich in een smalle kloof honderd meter naar beneden. Je kan de kloof zowel langs boven als onder bezichtigen.

Vanuit Ouray gaat het dan richting Telluride, een bekend skioord. We vinden een parkeerplaats net buiten het stadje en gaan van hieruit op verkenning. We vergeten jammer genoeg wel onze camera mee te nemen waardoor we alleen maar één foto hebben van onze parkeerplaats :-( Het stadje is wel niet te vergelijken met Silverton, alles is hier gericht op de wintervakantie, het ene hotel leunt tegen het andere aan. We kuieren er een paar uurtjes in rond, doen een ritje met de gratis skilift en besluiten de dag in een gezellig restaurant.

In Utah hadden we nog een paar dingen op het verlanglijstje staan, dus rijden we terug westwaarts waarbij de bergen weer even snel verdwijnen als dat ze gekomen waren. Onze eerste halte is het Arches Nationaal Park waarbij de naam al alles zegt. Je vindt er namelijk honderden zandstenen bogen terug. Het is zaterdag vandaag en omdat dit NP tot de populairste bestemmingen van Utah behoort is het hier op de koppen lopen. Alleen al een parkeerplaats vinden bij de verschillende bezienswaardigheden is een hele opgave.

Delicate Arch:

Na de zoveelste volle parking geven we het op en besluiten om later terug te komen. We rijden naar het nabij gelegen stadje Moab waar we de camion parkeren in een doodlopende straat. Hier leren we Nancy en Kevin kennen, zij wonen in het huis tegenover en komen ´s avonds een praatje maken. Kevin blijkt een gids te zijn in Arches NP en nodigt ons uit om met hem een wandeling te maken in het park. Hij kent het park als zijn broekzak en weet er een aantal mooie plekjes zijn.
Ook al wil het weer niet mee die dag, de wandeling is een voltreffer. Energieke Kevin leidt ons door een doolhof van zandstenen sculpturen en bogen. De één al indrukwekkender dan de andere en wanneer Kevin een paar oude indiaanse melodieën begint te spelen op zijn handgemaakte blokfluit krijgt alles nog een magisch tintje ook. Kortom een super geslaagde dag.

Thank you very much Nancy and Kevin, we had a great time with you both in Moab.

Het laatste park op ons verlanglijstje in Utah is het Nationaal Park Canyonlands. Dit park is niet zo populair als Arches, maar is zeker de moeite waard. Via de parkweg bereik je verschillende uitzichtpunten over de canyons gevormd door de Green en Colorado rivier. De uitzichten zijn magnifiek en het is moeilijk om de grootsheid ervan op foto vast te leggen

Tot zover onze trip doorheen Utah. Het is een must voor iedereen die een bezoek aan de Verenigde Staten plant want het gebied is zo indrukwekkend en biedt zoveel mogelijkheden. Hier moet je gewoon geweest zijn. Voor ons gaat het nu terug richting het oosten waarbij we vooral in Colorado nog wat tijd willen doorbrengen.

Een laatste blik op Utah:

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag