16. Mexico - Verenigde Staten Apr 2013:

Een andere trekpleister van Guanajuato is het Museo de las Momias. De meeste mensen worden hier niet begraven onder de grond maar in sarcofagen boven de grond. Een deel van de oudste graven zijn hier, door plaatsgebrek en omdat de concessie al jaren verlopen was, opnieuw geopend en tentoongesteld in een museum. Omdat het hier een droog klimaat is, zijn de lichamen gemummificeerd en zeer goed bewaard gebleven. Bij de meeste mummie´s staat er een klein verhaal vanwaar de mensen kwamen en om welke rede dat ze overleden zijn.

Het bewuste kerkhof met duizenden sarcofagen. Sommige hebben en wel heel toepasselijke bloempot gekregen ;-)

Ik vond het een beetje vreemd om naar al die overleden mensen te kijken. Stelde me de vraag of ik het wel leuk zou vinden als er elke dag honderden mensen naar mijn lijk kwamen kijken, niet dat je er dan nog iets van weet natuurlijk, maar toch.

Van Guanajuato naar hét symbool van Mexico, de Tequila stad. Het wordt een lange rit en we kiezen deze keer voor de tolroutes om niet te lang over de lokale wegen te sukkelen. Tegen de late namiddag komen we toe in Tequila waarbij we aan de ingang van het dorp al door tientallen mensen worden belaagd om toch maar hun tequilastokerij te bezoeken. Eerst een parkeerplaats zoeken en die vinden we op een doodlopende weg vlak voor de ingang van een klein bedrijfje. We vragen toestemming aan de nachtwaker of het geen probleem is of we daar overnachten, no problemo señor, buen venido in Tequila. We bezoeken het dorp en gaan ons al eens informeren voor een bezoek aan één van de stokerijen.

Kan het beter, uitzicht op het marktplein van Tequila met een Corona en een Margerita op tafel:

De volgende dag brengen we een bezoek aan de tequilastokerij van José Cuervo, één van de grootste stokerijen van het land. Cuervo is Spaans voor kraai en die vind je hier overal terug op het bedrijf. We kiezen voor een uitgebreide rondleiding waarbij we niet alleen de kans krijgen voor het hele proces van de stokerij te doorlopen maar op het einde ook nog een cursus krijgen in het proeven van de verschillende tequila´s. Zo is de jonge tequila glasklaar, wordt verkocht onder het type silver of white en meestal gebruikt in cocktails. De reposado rijpt twee tot elf maanden op eiken vaten, heeft een scherpere smaak en donkerdere kleur. De añejo is de top tequila, wordt drie tot zeven jaar gerijpt op eiken vaten en heeft een donkere, bijna rode kleur en wordt enkel puur gedronken. We kopen een añejo voor speciale gelegenheden zodat we dan nog eens kunnen wegdromen naar deze heerlijke tijd.

De privé verzameling oldtimers die werkelijk gediend hebben voor het transport van tequila:

De tequilakelder van de familie Cuervo:

Elk jaar brengt de familie een beperkte reeks uit met toptequila. Hiervoor wordt er in de streek een wedstrijd gehouden onder kunstenaars waarbij het ontwerp van de winnaar wordt gebruikt voor de opdruk van het kistje. Zo heeft elk jaar zijn eigen ontwerp, 1998 ontbreekt omdat er in dat jaar een tekort was aan agave planten voor het produceren van tequila.

Van Tequila gaat het dan tot Mazatlán met een overnachting in Santa Maria del Oro.

Onderweg enorme agave-velden langs de weg:

Onze tussenstop in Santa Maria del Oro, aan de rand van een kratermeer:

De volgende dag komen we toe in Mazatlán,  een vrij grote havenstad aan de westkust van Mexico. We parkeren de camion op een kleine uitloper vlakbij de vuurtoren. We zijn nog maar net geparkeerd of er komt een kleine groep Harley-rijders vragen of ze met de camion op de foto mogen, geen probleem natuurlijk. Eerst een aantal foto´s van hen met de camion en dan moeten wij nog eens plaatsnemen op hun stalen rossen voor de nodige kiekjes, allé goed gelachen en een aantal plezante foto´s rijker.

De nacht is wel wat minder plezant want er komen een aantal overijverige beveiligingsagenten kloppen aan onze deur. Omdat ik niet veel goesting heb om de camion te verplaatsen in het holst van de nacht negeer ik hun geklop. De auto die voor ons geparkeerd staat moet wel verplaatsen maar ons laten ze voor de rest van de nacht met rust. Vroeg in de morgen zien we de eerste vissers uitvaren en enkele uurtjes later onderscheppen we een bootje met de vangst van de dag. We kopen twee langoustines voor een kleine 6€, wel nog nooit klaargemaakt maar dat zien we dan wel.

Op het bootje onderhandelen over de prijs en twee grote exemplaren uitkiezen:

Na links en rechts wat geïnformeerd te hebben weten we dat we ze maar eventjes in kokend water moeten totdat ze rood zien. Normaal gezien worden ze levend in het kokend water gesmeten maar dat zagen we niet echt zitten. Net voordat ze de ketel in gingen hebben we ze de genadesteek toegebracht. Ze smaakten heerlijk maar we vonden het toch wat zonde van de mooie beestjes.

In Mazatlán regelen we onze overzet naar Baja Californië. Er zijn twee grote ferry maatschappijen, TMC- en Baja-ferry´s. Beiden rekenen een duur tarief aan voor mobilhomes, wat meer dan het drievoudige is dan een vergelijkbare vrachtwagen of bestelwagen. Van andere reizigers hadden we gehoord dat je bij TMC soms geluk hebt en ze het voertuig niet aanrekenen als mobilhome maar als vrachtwagen. We gaan netjes in de rij staan voor het opmeten van de camion en hopen dat we kunnen genieten van een goedkoper tarief. De vrouw aan de weegbrug is heel vriendelijk en vraagt wat we vervoeren, euh, materiaal. De camion wordt opgemeten en we kunnen al diezelfde dag overvaren aan het goedkope tarief :-).

Omdat er via deze weg ook wel wat drugs vervoerd wordt moeten we eerst via een militair checkpoint. De camion wordt doorzocht door een aantal militairen en een drugshond. De hond had er die dag niet veel goesting in en de controle was dan ook rap gepiept. We krijgen een plaats toegewezen op de kade en dan kan het wachten beginnen op de ferry. Zoals we gewoon zijn met al onze overzetten komt ook deze ferry veel te laat. Tegen middernacht kunnen we er eindelijk op rijden en kan onze achttien uur durende overtocht beginnen.

Onze plaats in het ruim:

Om veiligheidsredenen mag je tijdens de overtocht niet in de camion maar daar vegen al de Mexicaantjes hun kl#§ten aan en het duurt dan ook niet lang voordat wij ons bedje opzoeken in de camion. We staan wel geparkeerd bij enorme luide ventilatoren van het ruim maar met oordopjes slagen we er toch in om tot de vroege ochtend te slapen. Voor de rest vullen we de dag met wat filmpjes kijken en op het dek genieten van het mooie uitzicht over de kalme zee.

Tegen de avond komen we toe in La Paz en gelukkig wordt ons dek het eerste ontladen en zijn we vrij snel van het schip. Ook aan deze kant volgt er weer een drugs- en wapencontrole. Eerst moeten we door de scanner en dan wordt door militairen weer alles gecontroleerd. We slagen er nog net op tijd in om voor het donker een plaatsje te vinden aan de kust.

Baja Californië is het op één na grootste schiereiland ter wereld. Een landstrook van ongeveer 1300km lang en gemiddeld 80km breed. Aan de westzijde wordt het begrensd door de Pacific en aan de oostzijde door de Golf van Cortez. Er heerst hier over het algemeen een droog woestijnklimaat maar de grote troef van Baja zijn de magnifieke stranden die nog niet overlopen zijn door horden toeristen. We doen eerst wat inkopen in La Paz en laten de was nog eens doen. Van de eigenares van het wassalon mogen we de watertanks bijvullen en daarna gaat het richting het noorden. Af en toe houden we halt om te genieten van de prachtige uitzichten op de oceaan. Een tweede troef van Baja is dat hier elk jaar van december tot januari walvissen komen om hun jongen te baren. De walvissen blijven dan totdat de jongen sterk genoeg zijn om naar het koude noorden te trekken. Meestal vertrekken de walvissen rond half april. In Peninsula Valdéz, Argentinië waren we te laat omdat onze boot zoveel vertraging had en hier zijn we eigenlijk ook wat aan de late kant maar we hopen er deze keer toch te zien. De walvissen baren hun jongen in drie verschillende baaien, de eerste die we bezoeken is de Magdalena baai. We komen ´s avonds toe en gaan al eens informeren of er nog walvissen te zien zijn. Er zouden er nog vier zitten dus de kans om er eentje te spotten is zo goed als nihil. Hopelijk hebben we in de andere baaien meer geluk.

Onze parkeerplaats aan de Magdalena baai:

Geen grote visjes te zien :-(

Van de Magdalena baai trekken we dan naar de andere kant van Baja. De laatste 40km van de weg zijn piste die er bij momenten heel slecht bij ligt maar we worden meer dan beloond. We vinden een droomplek op enkele meters van het strand. Onze enige buren zijn een Amerikaan die hier elk jaar zes maanden komt overwinteren in zijn tentje en aan de andere kant enkele gestrande hippies. Het is er rust troef met een magnifiek uitzicht op de Golf van Cortez. ´s Avonds maken we een kampvuurtje en genieten van onze view.
Onze Amerikaanse buurman gaat de dag nadien shoppen, iets wat hij maar om de twee weken doet omdat het eerste dorp van betekenis op drie uur rijden ligt. Na enkele verwoedde pogingen krijgt hij zijn oude Ford dan toch aan de praat en vertrekt op hoop van zegen over de slechte piste. Tegen de late namiddag komt hij terug afgerammeld. Damned, my tire is flat and my spare one is also bad, zorgen voor morgen zegt hij.

Onze droomplek:

Wat kokkerellen:

En voor de rest genieten, heerlijk.

We verlaten met pijn in het hart deze mooie plek, hier hadden we ons wel kunnen gewennen. Volgende bestemming wordt de Concepcion baai die ook aan de Golf van Coréz ligt. Ook hier weer worden we langsheen de weg getrakteerd op magnifieke uitzichten op de oceaan. We parkeren de camion op Playa Coyote, een kleine strandstrook die dienstdoet als camping. Elke plaats heeft een strandhut en zicht op zee. ´s Avonds komt de eigenaar langs voor een kleine bijdrage van omgerekend 6€. In Europa zou je een klein fortuin kwijt zijn voor een camping met dit uitzicht.

De kaap van 80000km wordt overschreden:

Onze st(r)andplaats, foto´s zeggen meer dan duizend woorden:

We rijden hier van de ene droomplaats naar de andere en zouden zeker wat langer blijven hangen maar we willen dolgraag nog walvissen zien. Daarvoor rijden we nu naar de Laguna San Ignacio, de op één na grootste broedplaats. Hier gaan we ons geluk nog eens beproeven. Het laatste stuk is weer piste om U tegen te zeggen. Wasbord, stof, zand, we doen dan ook drie uur over de laatste 30km. Omdat de piste zo slecht is en we op het einde van het seizoen zijn is het zéér rustig en we twijfelen eraan of we nog walvissen gaan zien. Het is al donker als we parkeren op de kleine camping. We vragen meteen na of er nog walvissen te zien zijn en volgens de eigenaar zitten er nog meer dan honderd. We boeken meteen een tour voor morgen. Het waait die nacht verschrikkelijk en we doen bijna geen oog dicht. Door de harde wind heeft de camion ook een mooie zee-douche gekregen en hij plakt helemaal van het zout, dat wordt weer wassen.
´s Morgens om negen uur is het vertrek van de bootjes voorzien. We krijgen eerst een kleine uitleg wat mag en niet mag, zo mogen we bijvoorbeeld de walvissen niet aanraken aan de ogen, vinnen en blaasgat. Aanraken??? gaan we ze van zo dichtbij zien, we zijn benieuwd. Naast ons zijn er nog enkele Amerikanen en met zijn zevenen stappen we in het bootje. Het is ongeveer een half uurtje varen tot in de baai en dan kan de zoektocht beginnen. Er zijn verschillende bootjes die allemaal via radio met elkaar in verbinding staan zodat de kans om ze te vinden groter wordt. Niet dat dit echt nodig was want al na enkele minuten zien we in de verte water omhoog spuiten. Na enkele verwoede pogingen vinden we een groepje van vier moeders met jong en wat dan volgt overtreft al onze stoutste verwachtingen. De walvissen komen naar ons bootje toe en men kan ze echt aanraken. Het liefst worden ze gestreeld op hun buik en de jongen zwemmen dan ook meermaals op hun rug onder ons bootje door. De moeders zijn echt kolossaal, enorme beesten en je voelt je dan ook erg klein in dat onnozele bootje. Af en toe krijgen we een flinke douche door hun blaasgat. Het hele gebeuren duurt meer dan twee uur waarbij de walvissen heel de tijd rond ons bootje blijven hangen en aandacht vragen. Een onvergetelijke ervaring en iedereen is dan ook super enthousiast, dit hadden we nooit durven dromen. 

Onze bootjes:

Onze vrienden voor de komende twee uur:

Hier de moeder met jong op haar rug, de donkere vlek onder water is de moeder.

We keren over dezelfde piste terug en hebben nu geen tijdsdruk meer om voor het donker aan te komen. We nemen nu onze tijd om af en toe te stoppen. Op verschillende stukken van de piste rij je door een zoutvlakte met hier en daar grote plassen die bloedrood kleuren van de algen.

Onze slaapplaats op een camping/hotel langs de weg, hier wassen we het zout van de camion. Die dag is er weer veel wind maar deze keer gaat hij liggen als de zon ondergaat. We slapen heerlijk met in ons achterhoofd de onvergetelijke ontmoeting met de walvissen.

Van hieruit gaat het dan richting La Gringa. We rijden door mooi woestijnlandschap met duizenden cactussen in de meest bizarre vormen.

En dan La Gringa, waarschijnlijk de laatste strandbestemming die we aandoen in onze trip. Van hieruit gaat het allemaal over het vasteland tot in Baltimore. We genieten er dan ook dubbel en dik van. De plaats is weer buitengewoon en we staan alleen op de ´camping´. Het stuk grond is van een familie waarvoor je een kleine bijdrage van 4€ per nacht betaalt. De eigenaar komt iedere avond een praatje maken, veel volk komt er niet zegt hij. Bij ons zou zo´n locatie een fortuin waard zijn maar hier kan men er nauwelijks van leven. Het toerisme is de laatste tijd in het slop geraakt door alle negatieve mediaberichten over Mexico, het zou er niet veilig zijn door de drugsoorlog. Daar merk je hier natuurlijk niets van maar het schrikt vele mensen af. Jammer, want het is hier wondermooi.

Met in onze achteruitkijkspiegel de laatste blik op de zee trekken we nu richting de Verenigde Staten. We overnachten nog tweemaal in Baja, eenmaal in San Quintin en eenmaal in Ensenada niet ver van de grens. Daar doen we ook nog wat inkopen voordat we de grens over steken.

Onze slaapplaats in San Quintin aan een kleine baai. Hier laten we ons een lekkere visschotel smaken met krab, scampi´s, inkvis, enz...

Langsheen de weg soms minder fraaie beelden maar ook dit is Mexico.

Het uiterste noorden van Baja is een bekende wijnstreek waar sommige topwijnen van Mexico geproduceerd worden.

En dan de grens met de Verenigde Staten, het was er weer eentje om niet snel te vergeten. Omdat ze in Mexico problemen hebben met de vogelgriep is het verboden om ook maar iets in te voeren wat kan gerelateerd worden aan een kip. Sommige groenten en fruit zijn ook een probleem en onze Tequila voorraad is ietsepietsie meer dan de toegelaten hoeveelheid. Alles wordt netjes weggestopt en vol goede moed rijden we het grensdorp Tecate binnen. We wisselen onze laatste Peso´s om in Dollars en gaan dan op zoek naar de grenspost. We zijn nog geen 500m ver of we worden tegen gehouden door de arm der wet. Señor, het is verboden om hier met uw voertuig te rijden, ik vraag aan de brave man waarom, aha es un camion. Ik vertel hem dat het geen camion is maar een mobilhome maar de man wil er niet van weten en we zullen een boete betalen. Daar gaan we weer en  hij gebiedt ons hem te volgen naar het bureau. Camion omdraaien en na enkele straatjes doorkruist te hebben, allemaal verboden voor camions notabene, stopt de politiewagen aan het bureau. De overijverige politieman stapt eruit en de chauffeur van de wagen doet teken dat we hem moeten volgen, eeuh en onze boete? De chauffeur begeleidt ons verder tot bijna aan de grenspost en laat ons dan gaan, geluk gehad. Als we bijna aan het grensgebouw zijn worden we er nog eens uitgepikt voor een drugscontrole. Allé, ze hebben weer eens kunnen binnenkijken en we kunnen verder. Tot onze verbazing komen we direct aan de Amerikaanse zijde en niet de Mexicaanse. In Mexico moeten we wel nog onze paspoorten laten stempelen en ons vignet van de camion inleveren? No problem sir, you can walk back after our control. De controle op voedsel was een lachertje, een ´gezonde´ Amerikaan, die nauwelijks op ons trapje geraakt, piept eens even binnen, checkt kort de frigo en dat was het dan. Het enige dat we kwijt zijn is een leeg eierdoosje :-) Ook de migratie gaat vlot en binnen een uurtje is het hier gepiept. We rijden de grenscontrole buiten en zien dan aan de linkerkant het gebouw van de Mexicaanse douane en migratie liggen. We wandelen naar de douane en vragen of we ons vignet kunnen inleveren, onmogelijk zegt hij, je moet het voertuig persoonlijk komen aanbieden. Dat wil zeggen dat we de grens terug moeten overrijden om nadien heel de controle aan Amerikaanse zijde opnieuw te doen. Wat we ook vertellen er zit niets anders op. We rijden de camion tot aan de Mexicaanse douane, die komt effe piepen, neemt een foto van het chassisnummer en trekt het vignet van de voorruit. Moeten we daarvoor terugkomen, hadden wij dat vignet er ook wel kunnen aftrekken. Ah nee, dat mag alleen de douane beambte. De migratie is ook direct gebeurd en dan maar weer terug naar de Amerikaans kant die 500m verder ligt maar daar moet je wel weer door heel het dorp rijden want rechtstreeks mag niet. Gelukkig is de rij niet te lang en doen de Amerikanen niet onnozel. Onze paspoorten worden voor de zoveelste keer gescand en dan mogen we doorrijden. Het heeft ons alles bij mekaar toch een dikke drie uur gekost om erdoor te geraken. Welcome in the USA.

De VS is het grootste land dat we bezoeken in onze trip en het is natuurlijk onmogelijk om alles te zien in de tijd die ons nog rest. We hebben aan de grens een toelating gekregen voor 90 dagen, dus 14 juli moeten we het land uit. We gaan ons vooral focussen op de nationale parken en ook hier moeten we een keuze maken want de VS telt er maar liefst 390 met een totale oppervlakte van meer dan 32 miljoen hectaren.
Het eerste park dat we gaan bezoeken is het Joshua Tree NP.

Omdat de afstand te groot is om in één dag te overbruggen maken we een tussenstop in het Anza Borrego NP. We vinden een mooie plaats op één van de vrije kampeerplaatsen die het park rijk is.

Het Joshua Tree NP bestaat al sinds 1936 en dankt zijn naam aan de Joshua boom die eigenlijk geen boom is maar een grote Yuccaplant. Het is een plant die vooral voorkomt in de Mojave woestijn. Het park overlapt twee woestijnen, enerzijds de Mojave woestijn en anderzijds de Colorado woestijn. De eerste is bijna geheel gelegen boven de 1000m en daar alleen komt de Joshua boom voor. We rijden het park binnen langs het zuiden en springen binnen bij het bezoekerscentrum. We zijn al meteen onder de indruk want naast een uitvoerige uitleg krijgen we nog een gedetailleerde kaart van het park en een trimesteriëel krantje waar seizoensgerichte info instaat. Onze eerste stopplaats wordt een kleine camping temidden van enorme rotsblokken. Het park heeft meerdere betaalcampings die gaan van 10 tot 15 US$ per nacht. Alle plaatsen zijn uitgerust met BBQ en stookplaats. Op de meeste kan je water krijgen en overal is er toilet. Zo wordt kamperen wel heel gemakkelijk. Vanuit verschillende plaatsen in het park kan je wandelingen maken en die zijn meestal nog eens uitgerust met infobordjes over alles wat je rondom je ziet. Zoveel organisatie zijn we niet meer gewoon maar interessant is het wel.

De enorme rotsblokken zijn eigenlijk gestolde lava van miljoenen jaren oud. De lava kwam niet vrij uit een vulkaan maar stolde onder de grond. Die grond is in de loop der jaren weg geërodeerd en heeft dit bizarre landschap achter gelaten.

Op de voorgrond het symbool van het park, de Joshua boom:

De dag nadien doen we een offroad piste richting het zuiden waarbij we de grens van beide woestijnen overschrijden. Het is nu lente en de temperaturen zijn in deze tijd van het jaar aangenaam. Door de dag wordt het niet warmer dan 30°C en ´s nachts koelt het nog flink af. In de zomer kunnen hier de temperaturen oplopen tot meer dan 40°C. Grote delen van de woestijn staan nu in bloei met mooi gekleurde bloemen en planten tot gevolg.

´s Namiddags doen we dan nog een wandeling in de ´Hidden Valley´, een kleine vallei die volledig omringt wordt door dezelfde enorme rotsen en op deze manier lange tijd afgesloten is geweest van de buitenwereld.

In de late namiddag gaan we dan op zoek naar een plaatsje op één van de vele kampeerplaatsen maar dit is buiten de Amerikanen gerekend. Het is vrijdag en het park is een populaire bestemming voor weekend toeristen. We rijden drie verschillende sites af en allemaal zijn ze volzet. Omdat wild kamperen binnen de grenzen van het park niet is toegestaan zit er niets anders op dan het park buiten te rijden. Het duurt niet lang voordat  we een rustig plaatsje vinden ver genoeg van de openbare weg.

Van het Joshua Tree NP gaan het dan naar het Mojave Dessert NP. De meeste planten en dieren zijn vergelijkbaar met het vorige park alleen is het hier in het weekend minder druk.

Op weg naar het park rijden we een stukje over de legendarische Route 66 en komen we een vreemde herdenkingsplaats tegen. Naast een kruis ligt een oude boomstam met wel honderden schoenen en zelfs enkele BH´s erin.

In het park vind je ook de op één na grootste duinenformatie van het land terug, namelijk de Kelso Dunes. Die zijn hier in de loop der jaren gevormd door het opwaaiende zand van de omliggende woestijn. Ook hier weer staan er veel bloemen en planten in bloei.

In tegenstelling tot het vorige park mag je hier wel wild kamperen. We rijden een kleine pisteweg op en vinden een rustig plaatsje met uitzicht over de omringende bergen.

We ruilen de rust van de woestijn in voor de stad van glitter en glamour. Las Vegas, hier móét je natuurlijk geweest zijn. Voordat we de stad binnenrijden stoppen we aan een informatiecentrum waar we een kaartje van de stad krijgen en wat info over de verschillende busdiensten. Grootste bekommernis is natuurlijk een parkeerplaats vinden voor de camion. Volgens de infodame is dat geen enkel probleem want er bevindt zich een grote camping ten noorden van de stad niet ver van het centrum. Het centrum wordt hier The Strip genoemd, de straat waarlangs zich alle grote casino´s bevinden.
De camping hebben we al snel gevonden maar de prijs is een ander paar mouwen. Als je een plaatsje met schaduw wenst komt het neer op 90 US$ per nacht en eentje zonder 65 US$ per nacht. Dat is toch een beetje teveel van het goede en we gaan op zoek naar een alternatief. We rijden de strip op met onze bolide en moeten qua aandacht niet onderdoen voor de voorbij rijdende Ferrari´s en Corvette´s :-). We vinden een gratis parking achter het casino Circus-Circus. Parkeren voor campers is wel niet toegestaan maar we zullen wel zien wat het wordt.
Van hieruit gaat het dan richting de strip. Het is net alsof je in een andere wereld terecht komt, hoe gekker hoe liever. Mensen doen hier echt alles om op te vallen. We hebben hier de meest onnozele outfits gezien, zo passeren ons Elvis, dames in bikini, een kerel met een hanenkam waarin je de weg kwijtraakt en ga zo maar door.
Deze stad draait hier 24 op 24 Hr, zeven dagen per week. De casino´s zitten overvol en er wordt stevig wat ingezet. We passeren zelfs spelletjes waarbij de minimuminzet meer dan 100 US$ bedraagt. Alles draait hier om de dollars en dat er flink verdient wordt zie je aan de casino´s zelf. Zo wandel je in één en dezelfde stad van Parijs naar Venetië tot aan de piramides van Cheop´s. De binnenzijde van de gebouwen is zelfs nog indrukwekkender. Want het zijn niet alleen gokautomaten en roulette´s maar elk casino is een kleine themastad waarin je kan winkelen en uit eten gaan in de meest decadente vorm. Is dit iets voor ons, NEE, maar je moet het gewoon gezien hebben. Ons reisbudget hebben we niet kunnen verdubbelen dus een verlenging van onze reis zit er voorlopig niet in ;-)

Dit is het casino Venetian met een heuse gondeldienst, binnen weliswaar en met nagebootste hemelview.

´s Avonds licht heel de stad op en wordt het zowaar nog indrukwekkender:

De Bellagio´s met zijn bekende fonteinshow:

In de late avond keren we terug naar onze camion en er komt ons gelukkig niemand meer storen. ´s Morgens gaan we ontbijten in één van de casino´s. Deze bieden hier doorlopend buffet´s aan en ook hier is het weer decadentie troef. De hoeveelheid eten die er hier geserveerd wordt is enorm. Massa´s roerei, spek, flensjes, verloren brood, worsten, vidée, gebak, enz... Iedereen gooit zijn bord overvol met caloriebommetjes, alleen de groenten en fruit stand heeft niet zoveel succes. We moeten jullie dan ook niet vertellen wat hier het gemiddelde maatje is zeker? We houden het na één dag bekeken en ruilen de stad in voor de rust van de natuur..

Eerst de tank nog eens volgooien, de dieselprijs valt hier goed mee en komt neer op 0,70 €/liter. Ons camionneke verbleekt wel een beetje bij de campers die hier rond rijden ;-)

De Hooverdam, in die tijd de hoogste dam ter wereld en verantwoordelijk voor een groot stuk van de elektriciteitsproductie van het zuidwesten. Door de dam werd het Lake Mead gevormd wat nu vooral een recreatiegebied is. Je mag er vrij kamperen en er is plaats genoeg. We nemen een kleine zijweg en vinden een plaats met uitzicht over het meer. Het was perfect geweest alleen de wind houdt weer lelijk huis ´s nachts en we kunnen maar moeilijk de slaap vatten.

Onze slaapplaats:

Van hieruit gaat het dan naar het Valley of Fire NP. Hét kenmerk zijn hier de vuurrood gekleurde bergen van zandsteen. Miljoenen jaren geleden was dit een gebied bedekt met enorme zandduinen. Deze werden in de loop der de tijd bedekt met gesteenten en zo gecomprimeerd tot zandsteen. Water en wind heeft dan het landschap geboetseerd tot een surrealistische wereld.

Op sommige van die gesteenten vind je rotstekeningen terug van honderden jaren geleden.

Op meerdere plaatsen heeft het water de zandsteen diep uitgesleten tot zogenaamde slot-canyon´s die op sommige plaatsen minder dan een meter breed zijn.

Kamperen doen we op één van de voorziene kampsites in een prachtig decor. ´s Morgens komen er nieuwsgierige eekhoorns piepen op zoek naar tafelrestjes.

We rijden via het oosten het park uit en onze volgende bestemming wordt Zion NP met een tussenstop in Redcliff. Op onze foldertjes stond dat je er voor 8 US$ kon kamperen maar we denken dat deze al wat gedateerd zijn want de prijs blijkt bij aankomst 15 US$ te zijn.

Krappe tunneltjes:

Zion NP is één van de bekendere parken van de VS en daar komt nog eens bij dat er deze week een lente actie is. Alle parken in de staat Utah zijn gratis met als gevolg dat alle campings propvol staan. Op de overflow parking mogen we niet staan want daar is ons voertuig te groot voor. De dame van de inkom vraagt om na een uurtje terug te komen want dan komt er misschien nog een plaatsje vrij. Normaal gezien zouden we ergens anders een parking gezocht hebben maar omdat hier alle campings zijn uitgerust met BBQ hadden we onze frigo tot de rand gevuld met vlees. Bij terugkomst is er gelukkig een plaatsje vrij. De BBQ was een succes en voor herhaling vatbaar.
Tussen april en november kan je hier niet meer met je eigen voertuig inrijden en is het alleen mogelijk om de kloof te bezoeken met een shuttlebus. Om de paar minuten vertrekt er eentje aan de camping die halt houdt aan de verschillende bezienswaardigheden van het park. Onze chauffeuse is overvriendelijk en bij elke halte krijg je een uitleg van wat er te zien is. Elke keer wordt er herhaald dat je geen spullen mag vergeten en iedereen die opstapt krijgt dezelfde supervriendelijk begroeting. Je kreeg bijna de indruk dat er een robot achter het stuur zat. Voor ons allemaal een beetje te steriel maar goed. We pikken er wat moeilijkere wandelingen uit die minder overlopen zijn.

Het park zelf is een langgerekte diepe kloof die hier uitgesleten is door de Virgin rivier. Ook hier weer die typische rode kleur van zandsteen. Alle wandelingen hebben hier een naam, zo is dit de Riverside Walk.

De wandeling naar de Hidden Valley:

Hieronder zie je de weg lopen en het geeft een idee hoe diep de kloof wel is:

De Emeralds pool trail:

De Grand Canyon iets dat je moet gezien hebben. Je hebt twee zijden die je kan bezoeken, de noord- en de zuidrand. De noordrand is voor ons het kortste bij en zou ook de minst drukke zijn. Vanuit Zion is het toch een dikke 200km rijden en we komen tegen de late namiddag toe maar tot onze verbazing is de weg afgesloten. Blijkt dat de noordzijde in de winter sluit en pas half mei open gaat. Een flinke teleurstelling want ook al liggen de noord- en zuidzijde slechts 15km in vogelvlucht van mekaar, is het over de weg nog eens 300km omrijden. We hebben even getwijfeld of we dit wel zouden doen want we moeten ook dezelfde weg terugnemen. Dit betekent een omweg van 600km maar gelijk we al zeiden dit moet je gezien hebben. Vandaag lukt dat niet meer en we zoeken ons een rustige overnachtingplaats in het nabij gelegen Kaibabwoud.

De Grand Canyon is in geologische termen een vrij jonge canyon die hier gevormd is in de laatste 6 miljoen jaar. De Colorado-rivier heeft het plateau kilometers breed uitgesleten tot soms wel 1500m diep. Colorado is afkomstig uit het Spaans en betekent roodgekleurd. Toen de rivier nog niet afgedamd was door de Hoover- en Glen Canyondam vervoerde ze tijdens hevige regenval tonnen rood gesteente doorheen de canyon, vandaar de naam Colorado. Vandaag de dag is het een rustige rivier diep ingegraven in de canyon.
Al bij de eerste blik zijn we onder de indruk van de omvang en de kleuren.

Om al dit natuurschoon nog beter te kunnen bewonderen doen we een wandeling in de kloof. Je kan helemaal tot beneden wandelen maar daarvoor heb je een speciale toestemming nodig van de parkwachters. Tijdens het weekend is het kantoor jammer genoeg gesloten dus besluiten we er maar een dagtocht van te maken. We zijn al vroeg uit de veren want de zon is hier tegen de middag genadeloos. We nemen genoeg eten en drinken mee en tegen 06Hr30 staan we op ons vertrekpunt. Omdat iedereen hier afraadt om in één dag helemaal tot beneden te wandelen dalen we maar 700m af. Het zwaarste is natuurlijk terug omhoog wandelen met daar bovenop nog eens de warmste temperaturen. Het is verassend rustig op het pad en bij iedere bocht krijg je weer een nieuwe aanblik over de canyon.
Op een bepaald ogenblik steekt ons een jong koppeltje aan hoog tempo voorbij. Als we dan de jonge gezette kerel nog overmoedig zijn T-shirt zien uitsmijten en in de volle zon verder trekken vrezen we er een beetje voor. We zien ze niet meer tot aan ons keerpunt. Daar komt eerst de dame fris naar beneden gewandeld en meer dan tien minuten later komt hij bijna kreupel, knalrood verbrand de berg afgestrompeld. We kunnen alleen maar hopen dat ze vandaag niet meer omhoog moeten want dat komt nooit goed.

De eekhoorn links op de foto zag ons lunchpakket wel zitten:

´s Anderdaags staan we om vijf uur op om van de zonsopgang te genieten. Prachtig hoe je dan de kleuren ziet veranderen over de canyon. Was het de omweg van 600km waard. Volmondig ja, want dit is zonder meer één van de indrukwekkendste natuurwonderen die we gezien hebben.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag