13. Colombia - Panama - Costa Rica Jan 2013:

In Rodadero vieren we oud op nieuw, de eigenaars van de camping hadden ons uitgenodigd op hun nieuwjaarsfeestje met een etentje en bijhorend kampvuur. Het wordt een gezellige avond, weliswaar niet zo spectaculair als vorig jaar op de Grande Africa maar we hebben ons goed geamuseerd. Na middernacht brengen we dan nog een bezoek aan het strand waar het over de koppen lopen is, de rum vloeit hier rijkelijk en de ene is al wat zatter dan de andere.

Michel en Claudia waren de twee enige reizigers van de Grande Africa die we nog niet ontmoet hadden gedurende onze trip, maar hier in Rodadero is het eindelijk zover. Het is een tof weerzien en er valt  natuurlijk heel wat bij te praten na een jaar travellen. We besluiten een aantal dagen met mekaar rond te trekken en bezoeken buiten Rodadero ook nog Minca.

Het was weer eens tijd voor een olieonderhoud:

We gaan op zoek naar wat koelte want het is hier de laatste dagen bloedheet, overdag is dat niet zo erg maar ´s nachts blijft het ook heet en daardoor slapen we de laatste tijd niet echt schitterend. We trekken terug een beetje landinwaarts, de bergen in naar het plaatsje Minca, de uitvalsbasis voor een trektocht naar Cuidad Perdida, een tocht van meerdere dagen maar dit laten we toch aan ons voorbij gaan, met deze warmte is dat een beetje teveel van het goede. We parkeren de camion op een kleine bewaakte parking waar we ook mogen overnachten, enige nadeel zijn de zandvliegen die hier in grote getale aanwezig zijn en we staan binnen de kortste keren weer vol met beten.

We trekken weer genoeg aandacht op de parking en iedereen wil een kijkje in of rond de camion komen nemen, zelfs de allerkleinsten vragen honderduit.

We brengen een ganse dag door op een terrasje in het water, heerlijk verkoelend bij deze hitte.

Tegen de avond wandelen we nog een beetje rond in de buurt op zoek naar potentiële stukjes grond voor Michel en Claudia die na hun reis een kleine camping willen beginnen in Colombia.

Plannen zijn er om te wijzigen, zo ook het onze om in Zuid-Amerika te blijven. We speelden de laatste paar weken met het idee om toch richting Noord-Amerika te trekken. Waarom, enerzijds dat we er waarschijnlijk nooit meer zullen geraken met eigen voertuig en anderzijds dat het laatste geplande stuk in Zuid-Amerika iets teveel van hetzelfde zou zijn voor een half jaar. We zouden waarschijnlijk spijt krijgen als we het niet zouden doen. Het grote nadeel is dat je niet kan rijden van zuid naar noord ook al zijn Colombia en Panama verbonden met mekaar, er bestaat simpelweg geen weg tussen beide landen. De laatste persoon die dit ooit gereden heeft met een voertuig was in 1985 en die heeft er een kleine 700 dagen over gedaan dus niet echt een optie, bovendien krioelt het in die regio van guerrilla groeperingen. Enige overblijvende optie is dan de camion verschepen van Colombia naar Panama maar daar hangt een stevig prijskaartje aan vast, vergelijkbaar met de verscheping van België naar Zuid-Amerika en dan te denken dat deze verscheping maar één dag in beslag neemt. Komt nog eens bij dat deze scheepsroute ook berucht is voor de vele inbraken in de voertuigen dus was het geen gemakkelijke beslissing om te nemen maar ge leeft maar ene keer hé. We zijn de laatste weken dan ook bezig geweest met die verscheping te regelen, kijken wat de mogelijke verschepingsbedrijven waren, agent zoeken, zien of de datum past, prijs onderhandelen, RoRo of met een flatrack, enz... We komen uiteindelijk terecht bij SC-Lines die ons voertuig kan verschepen RoRo tegen een aanvaardbare prijs. Hij moet niet op een flatrack geplaatst worden wat toch weer een meerkost is en een bijkomend voordeel is dat hij in het ruim van het schip staat in plaats van er bovenop. Het schip is gepland te arriveren op 07 Jan 2013 in Cartagena en zou dan ergens toekomen in Colon (Panama) de 10 Jan 2013, maar de verscheping met de Grande Africa heeft ons geleerd dat we ons niet moeten vastpinnen op die datum, de uiteindelijke datum wordt 13 Jan 2013. De camion leveren we op 08 Jan 2013 af aan het haventerrein na het opmaken van honderd en één papieren, douanecontrole, controle door het havenpersoneel, enz... Op zaterdag, 24 Hr voor dat de camion de haven verlaat volgt er dan nog eens een drugscontrole. We hadden van andere reizigers gehoord dat alles moet uitgeladen worden voor de controle maar wij hebben geluk, onze controleur hadden we twee weken geleden ontmoet tijdens een oefening met drugshonden en onze controle heeft dan ook maar een klein half uurtje gekost, ik heb niets moeten uitpakken, de controleur heeft enkel een paar foto´s van de binnenzijde genomen en dat was het.

Voor dat de camion de haven op ging hebben we de doorgang nog dicht gemaakt, dakvensters afgesloten en alles wat achter op de camion hing binnen gelegd.

Cartagena, de tweede ronde, we verblijven in een klein hostal waar het ook weer bakken en braden is, het grootste gedeelte van de tijd brengen we dan ook door achter de ventilator, enkel ´s avonds is het aangenaam vertoeven in de stad.

In tegenstelling tot de Grande Africa kun je niet met het schip meevaren, nadat alles afgehandeld is in Cartagena boeken we twee vliegtickets richting Panama-City waar we ook een hostal geboekt hebben niet ver van het centrum.

Wie Panama zegt, zegt natuurlijk het Panama-kanaal, we bezoeken er de Miraflores-sluis waar er ook een bezoekerscentrum is met een klein museum over de geschiedenis van het kanaal. Allemaal zeer indrukwekkend als je die mastodonten door die smalle sluis ziet varen. Ze worden getrokken door kleine treintjes die het schip perfect in het midden houden, dit is ook nodig want bij sommige schepen is er maar een halve meter speling aan iedere zijde. Het is hier ook allemaal big business, het schip van Maersk Lines bijvoorbeeld, moet om het kanaal te doorkruisen 240.000€ betalen. Niet niks maar het enige alternatief is helemaal rond Zuid Amerika varen en dat kost natuurlijk X-maal meer.

In de nacht van maandag op dinsdag komt de camion toe in Colon, maar omdat het nog even duurt voor dat SC-Lines onze vracht vrijgeeft kunnen we hem woensdag pas gaan afhalen. De formaliteiten in Colon kosten nog eens een hele dag, honderd en één dubieuze kantoortjes waar papieren moeten afgestempeld worden, kosten betaald, enz... Tegen een uur of drie rijden we dan naar het terrein waar de camion geparkeerd staat en komt hij na een half uurtje wachten aangereden, op het eerste zicht geen schade, na het zoveelste stempeltje mogen we uiteindelijk naar de camion. Hij zit volledig onder het stof maar er is niets beschadigd en ze hebben niet ingebroken, een heel pak van ons hart. Nu kunnen we vol goede moed aan het tweede deel van onze trip beginnen.

Omdat we voor de verscheping al onze voorraden hadden opgebruikt moest er weer flink geshopt worden in Panama-city, niet zo erg als je hier de prijzen van de producten vergelijkt ten opzichte van voorgaande landen. Ook de landen na Panama zouden niet zo goedkoop zijn dus de kasten worden weer tot de rand gevuld. Voor de rest geven we de camion nog eens een goede poetsbeurt, alles wordt nog eens doorgesmeerd, we doen een update van de website en beantwoorden de laatste mailtjes voordat we verder trekken. Onze eerste stopplaats wordt Las Lajas aan de Pacific.

We overschrijden de kaap van 70000 Km:

Las Lajas een kleine badplaats aan de Pacific, prachtig locatie alleen jammer dat iedereen zomaar zijn vuil achterlaat :-(.

Pelikanen die rakelings over het water scheren:

Van Las Lajas gaat het dan naar Boquete, een kleine dorpje op 1000m hoogte, gezegend met een zalig klimaat. Warm overdag en lekker koel ´s nachts. Een welkome verfrissing na een aantal weekjes aan de kust. Het krioelt er van de gepensioneerde gringo´s omdat het dorp in één of ander tv-programma werd bejubeld omdat de mensen hier schijnbaar langer zouden leven. Het dorp op zich stelt niet zo veel voor maar we genieten er van de koelte en doen een kleine wandeling naar een bloementuin.

Ons bezoek aan Panama was kort, we beschikken niet over voldoende tijd om elk land in centraal Amerika uitgebreid te bezoeken, dus we moeten keuzes maken. Van vele reizigers hadden we gehoord dat Costa Rica een paradijs is qua natuur en wild dus daar willen we iets meer tijd besteden. De grens kost ons een paar uurtjes, veel minder dan we verwacht hadden, tegen een uur of drie in de namiddag zijn we officieel in Costa Rica. Onze eerste stopplaats wordt Golfito, een kleine haven wat vroeger één van de belangrijkste havens was voor de export van bananen. Vandaag de dag wordt het vooral bezocht omwille van zijn taxfree zone. Wij wandelen er even in rond maar zoals meestal verschillen de prijzen niet zoveel met thuis. We blijven er één nacht op de parking van hotel Sierra met zijn vriendelijke bewakers. We mogen er de toiletten gebruiken, hebben free wifi en kunnen de waterbakken nog een beetje bijvullen. Mooie locatie maar de warmte is hier bijzonder drukkend, zelfs de lokalen klagen van de hitte. De temperaturen zijn niet zo extreem, kleine 35° in de schaduw, maar het is vooral de luchtvochtigheid die je hier de das omdoet, het is zweten tegen de sterren op.

Onze plaats op de parking van hotel Sierra:

Klein jachtje met heli op het dek  :-)

Van Golfito trekken we dan naar Puerto Jiménez, wat gelegen is op Peninsula Osa, één van de ´must have seen things´ in Costa Rica. We parkeren er onze camion op de camping van een Japanner die zichzelf Adonis noemt ;-). We staan er alleen op een vijftigtal meters van het strand. Adonis wilt zijn camping van 4Ha ruilen voor de camion. Moesten we nu alles gezien hebben wat we wilden dan moet ik zeggen dat de verleiding groot was, maar we hebben nog zoveel plannen. Omdat je hier echt op een uithoek van Costa Rica staat en er van massa toerisme nog geen sprake is heb je hier nog de mogelijkheid om veel dieren spotten. We hadden eerst gepland om een trektocht te doen van Carata naar La Serena, een driedaagse tocht langsheen het strand maar omdat we niet direct een toelating krijgen van de parkwachters passen we en beperken we ons tot een wandeltocht in de omgeving van Puerto Jiménez.

Onderweg naar Puerto Jiménez de tweede platte van onze trip, ´t is weer zweten geblazen:

De camping van de Japanner Adonis:

Veel binnenlands transport gebeurt hier nog met kleine vliegtuigjes

Uitzicht op de haven van Puerto Jiménez met mijn pas gescoorde krik, mijn vorige topquality Aldi-krikjes begonnen stilletjes aan de geest te geven.

En dan al de fauna en flora die we in de buurt gezien hebben:

Deze krokodil had Cindy in de mot bij haar ochtendwandeling:

´s Morgens wordt je dan getrakteerd op deze vergezichten:

Van Puerto Jiménez gaat het dan richting Roadhouse 169. De dolle Amerikaan Bob hadden we ontmoet aan de grens met Costa Rica, zijn openingszin was: are you the owner of the most awesome truck I have ever seen. Hij nodigde ons uit in zijn wegrestaurant waar er elke donderdagavond live muziek gespeeld werd en omdat we toch in die richting gingen en het net donderdag was konden we niet anders dan even binnen springen. Bob heeft plannen om een klein RV-park te bouwen achter in zijn hof, voorlopig bleven die plannen beperkt tot een weide waar je kon parkeren maar we stonden perfect, konden onze was doen en genoten ´s avonds van een lekkere maaltijd met op de achtergrond live country music, meer moet dat niet zijn.

Bob zijn restaurant is maar een paar honderd meter verwijderd van het strand vanwaar je soms walvissen kunt zien. We hebben onder de vernietigende hitte een uurtje naar het zeetje gestaard maar jammer genoeg geen grote visjes gezien, het zal voor een andere keer zijn.

Dolle Bob met zijn vrouw Laura:

Van Bob´s place trekken we naar het Nationaal park Manuel Antonio, één van de kleinste parken van Costa Rica maar toch eentje waar er veel wild zou te zien zijn. Het is één van de drukst bezochte parken van het land en we zullen het geweten hebben. Voordat je de ingang van het park bereikt rij je kilometers langs touroperators, restaurants, souvenirshops, enz... Het park is jammer genoeg gedegradeerd tot een geldmachine waar er van  natuurbehoud allang geen sprake meer is. Alles draait hier om de dollars, dure parkings, dure gidsen, dure inkom en een park wat eigenlijk niet meer is dan een stukje regenwoud met een mooi strand waar iedereen maar zijn ding kan doen. We spotten er wel wat aapjes en een wasbeer maar het onnozelste wild waren toch de mensen wat ging van een gepensioneerde dame die met luid oehoe geroep een aap probeerde te lokken tot gibberende hersendode troela´s die met hun Ipad een vogel probeerde te fotograferen. Jammer, want dit was zeker een mooi stukje natuur.

Manuel Antonio laten we snel voor wat het is en ruilen de kust in voor het gebergte, dat betekent ook dat het klimaat weer iets aangenamer wordt. Doel van die dag was het park Quetzales maar dat halen we niet meer voor dat het donker wordt. We zoeken ons een plaatsje net voor San Isidro op een braakliggend stukje grond. ´s Nachts passeert er wel veel vrachtverkeer maar de temperatuur zakt tot een aangename 24° en dat maakt het slapen toch iets aangenamer.

Dit stuk vliegtuigromp lag tegenover onze slaapplaats.

De volgende dag bereiken we al vroeg in de namiddag het jonge park Quetzales en mogen we de camion parkeren op de parking van het hostal Paraiso Quetzales. We boeken voor de volgende dag een tour met gids om de Quetzal te gaan bekijken, de nationale maar zeldzame vogel van Costa Rica. Dit park is een hele verademing ten opzichte van het vorige, hier is het al rust wat de klok slaat. We moeten vroeg uit de veren want de tour begint al om 06Hr30 maar we worden meer dan beloond, we zien maar liefst vier exemplaren waarvan één mannetje. Buiten de Quetzal kunnen we nog een paar kolibries en vinken fotograferen.

Het Quetzal vrouwtje:

Het Quetzal mannetje:

Verschillende soorten kolibries:

En tenslotte de vinken:

De vulkaan Arenal is de actiefste vulkaan van Costa Rica en spuwt al sinds 1968 onophoudelijk as, rook en lava uit. Zo staat het in elk geval beschreven in de gids maar het is allemaal niet zo dramatisch, buiten een beetje rook valt het allemaal goed mee. We hebben in elk geval een rustige nacht langs het water niet ver van de vulkaan.  ´s Morgens maken we een tour rond het meer Arenal, een mooie route waarbij het landschap een beetje doet denken aan Zwitserland. Tegen de late namiddag parkeren we de camion met uitzicht op het meer en genieten we weer van een prachtige zonsondergang.

Dit beestje spotten we onderweg:

Onze slaapplaats aan de oever van het meer:

Rincon de la Vieja, een natuurpark rond een actieve vulkaan. We komen te laat in de namiddag toe voor het park die dag nog te bezoeken. We overnachten op de parking aan de ingang en zijn er de dag nadien al vroeg bij om het park binnen te gaan. ´s Morgens is de beste tijd om wild te zien en al bij de eerste meters in het park zien we verschillende apen, toekan´s, spechten, enz... , dat beloofd. De weg naar de krater is jammer genoeg niet toegankelijk om dat er de laatste weken teveel activiteit was. We doen daarom een tour langsheen verschillende warme bronnen en een wandeling naar een mooie waterval in de buurt. Alles bij mekaar is het die dag toch een kleine 20km stappen maar het bos is magnifiek en we zien weer bijzonder veel wild.

De bomen in het bos zijn gigantisch:

Een warme waterbron, net iets te heet om in te gaan zitten (76 - 100°C)

Hete modderpoelen met op de rand de zwavel afzetting:

Bizar insect:

Klein slangetje:

De prachtige waterval, een klein paradijs in een paradijs :-)

Van Rincon de la Vieja trekken we dan terug richting de kust naar het park Marino Las Baulas, daar zouden rond deze tijd de lederschildpadden hun eieren op het strand komen leggen. We parkeren de camion vlak bij het infocentrum en melden ons daar aan. Tegen zes uur ´s avonds krijgen we een kleine diavoorstelling over het leven van de schildpad en ook hier wordt weer duidelijk hoe slecht het gesteld is met ons milieu. Vroeger kwamen de schildpadden hier met de duizenden tegelijk nesten, vorig jaar waren het er nog 32 :-(. We moeten al geluk hebben om er eentje te kunnen zien maar het geluk is aan onze zijde want tijdens de diavoorstelling komen ze ons al melden dat ze er eentje gespot hebben. Na een tiental minuutjes stappen zien we in het zand al de eerste sporen van de gigant (weegt tussen de 250 en 750kg). We mogen met z´n allen langs achter bewonderen hoe zij haar nest van 50cm diep graaft en start met het leggen van een 70-tal eitjes. Foto´s mogen niet genomen worden en alles wordt belicht met een klein rood lampje om de schildpad niet te hard te storen. Niet te geloven hoe behendig zo´n log beest zijn nest graaft en voorzichtig terug dicht dekt. De schildpad bevindt zich tijdens het hele proces in een soort trance en merkt niet veel van onze aanwezigheid. Van het moment dat hij zijn voorvinnen begint te bewegen moeten we vertrekken want dan is het hele proces voorbij. Ik heb een foto van het internet erbij gevoegd om een idee te geven van de gigant:

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag