11. Ecuador - Colombia Nov 2012:

Quito, de hoofdstad van het land met 1,8 Miljoen inwoners op een hoogte van 2800m, rekt zich uit over een lengte van 35km van noord naar zuid. De stad bestaat uit twee delen, de compacte oude stad, een wirwar van smalle straatjes, brede klinkerpleintjes met kerken, kloosters en kleurrijke herenhuizen en de nieuwe stad met banken, winkels, parken en massa´s restaurantjes. We vinden na lang zoeken een plaatsje op een bewaakte parking centraal gelegen tussen de oude en de nieuwe stad, we mogen er blijven slapen in de camion en er is een toiletruimte. We bezoeken er in paar dagen beide stadsdelen waaronder enkele musea´s, kerken, de vele stadspleintjes, het Vivarium en regelen onze uitstap naar de Galapagos-eilanden.

´t Was ´happy hour´, wat doe je dan :-)

Het museum ´Casa de la Cultura´, niet te missen met een enorme collectie aan pre-Columbiaans aardewerk en goud.

Het Vivarium, met een 45-tal reptielen die hier in Ecuador voorkomen, we zijn wel niet zo voor beestjes in een kooi maar zo krijg je wel een idee van wat er hier allemaal rondkruipt.

Op de bewaakte parking geven we de camion nog een grote beurt en krijgt hij een weekje extra rust want morgen (04 Nov) vertrekken we voor een weekje naar de Galapagos-eilanden.

Galapagos eilanden:

De Galapagos eilanden, één van de ´must have seen things´ in Zuid Amerika. We hadden een week geleden een last minute geboekt op de boot Angelito´s via het reisbureau Galapagoslastminute.net in Quito. Zondagmorgen stipt om zes uur, komt de taxi ons oppikken om richting luchthaven te vertrekken, daar worden we al opgewacht door iemand van Cometa-travel die ons netjes door de verschillende loketten loodst. Na een vlucht van een dikke twee uur met tussenlanding te Guayaquil komen we aan in Baltra, één van de eilanden van de Galapagos. Hier worden we opgewacht door onze gids Fabian die ons gedurende de hele week gaat begeleiden doorheen de verschillende eilanden. Na een korte busrit en een kleine kennismaking met de andere 14 passagiers worden we afgezet aan de kade om met een dingy over te varen naar de Angelito´s. Van dan af begint er een druk programma waarbij we van het ene eiland naar het andere eiland worden gevoerd en er altijd weer iets nieuws te beleven valt. Buiten de bezoeken op de eilanden gaan we ook nog een zestal keer snorkelen om de onderwaterwereld een beetje te verkennen. Tussendoor worden we verwend door de crew van de Angelito´s met overheerlijke maaltijden en na elke activiteit een kleine snack. Iedere avond krijgen van onze gids Fabian een uitvoerige uitleg van wat er de volgende dag op het programma staat en nadien wordt er nog wat gezellig nagepraat met de andere passagiers over de indrukken van die dag. De passagiers vormen een bont gezelschap van Zwitsers, Britten, Australiërs en Amerikanen waarmee het al vanaf de eerste dag supergoed klikt, er wordt dan ook flink wat af gelachen. De dieren op de eilanden zijn helemaal niet mensenschuw en men kan ze dikwijls tot op één meter benaderen wat foto´s maken wel heel gemakkelijk maakt. Normaal gezien trekken we zo´n kleine 800 foto´s per maand maar hier slagen we erin om op één week tijd 1500 foto´s te trekken en vooral van de jonge zeeleeuwen kun je foto´s blijven maken.

Vertrek in de luchthaven in Quito:

Aankomst aan de kade, net voordat we opgepikt worden richting de Angelito´s.

Hieronder een selectie van de dieren die we op de verschillende eilanden zijn tegen gekomen:

Landleguaan:

Grote fregatvogel:

Blauwvoetgent:

Zeeleeuwpub:

Galapagospinguïn:

Rode rotskrab:

Cindy met een stuk lava-rots:

Roodvoetgent:

Lavareiger:

Zwaluwstaartmeeuw met jong:

Galapagosvelduil:

Nazcagent met jong:

Pelikaan:

Zeeleguaan:

Cactusvink:

Manta met op de achtergrond een blauwvoetgent:

Galapagos reuzeschildpad, kunnen tot 120 jaar oud worden en wel 200Kg wegen:

Nog een paar foto´s van de fotogenieke zeeleeuwen:

Lava hagedis:

Galapagos spotlijster:

Albatros met een vleugelspanwijdte van meer dan twee meter:

Roodsnavelkeerkringvogel:

Galapagos buizerd:

Hoe onhandig dat de zeeleeuwen eruit zien op het land, in het water zijn het echte acrobaten. Hier kwamen ze tijdens het snorkelen met ons spelen en soms met hun neus tot enkele centimeters van je duikbril om dan weer bliksemsnel weg te zwemmen, een onvergetelijke ervaring als je bedenkt dat dit dieren in het wild zijn.

Landleguaan:

Op de laatste avond tovert de kok nog een gastronomische maaltijd om u tegen te zeggen en wordt er al een beetje afscheid genomen van de crew daar het morgen een drukke dag wordt en we elkaar misschien niet meer zien.

Het is een fantastische week geweest met een geweldige crew die er alles aan gedaan hebben om het naar onze zin te maken en een toffe bende passagiers. We hebben ongelooflijk veel dieren van heel kort bij mogen bewonderen en het is mooi om te zien dat er nog zo´n plekjes op onze aarde bestaan. Kortom we hebben genoten met een een grote G.

In Quito blijven we nog een tweetal dagen om de was te doen en onze frigo te vullen. Van hieruit gaat het dan verder richting het noorden met als volgende stopplaats het dorpje Otovalo, wat op 2500 meter ligt en ongeveer een 50.000 inwoners heeft. Het dorpje zelf dankt zijn naam aan de Otavalieno indianenstam die erin geslaagd is hun eigen cultuur en identiteit te behouden. Het straatbeeld wordt dan ook opgefleurd door mensen in traditionele kledij en tal van marktjes waar vooral handwerk, houtsnijwerk en textiel verkocht wordt.

We overschrijden nog eens de evenaar, op de achtergrond het monument wat pal op de evenaar geplaatst is:

Onze stopplaats in Otovalo, op de camping ´Rincon de Viajero´, we komen er Jean-Jacques en Martine nog eens tegen die we al ontmoet hadden op de camping in Cusco. Zij vertrekken voor een tweetal maanden terug naar Frankrijk en laten het voertuig hier op de camping achter.

Effe uitrusten op de markt:

We nemen afscheid van Jean-Jacques en Marine en trekken richting Colombiaanse grens. We gooien de brandstoftanks nog eens vol aan de democratische prijs van 36€ voor 154L :-). De grensovergang is weer eens een zware bevalling, aan Ecuadoriaanse zijde heeft men een nieuw computersysteem bij de emigratie waardoor alles opnieuw manueel moet ingegeven worden. Het resultaat is een mega lange file en het duurt uiteindelijk een drietal uur eer dat we door de migratie heen zijn. We krijgen ook nieuwe inreisstempels in de paspoorten en eigenlijk zijn we nu maar drie minuten in Ecuador geweest :-). De Colombiaanse zijde verloopt gelukkig een heel stuk vlotter, er werd wel voor de eerste keer een afdruk van het chassisnummer genomen met behulp van stencilpapier, wel geen eenvoudige taak met al dat vuil op het chassis, de douanebeambte zag er dan ook niet meer zo netjes uit toen hij onder de camion uitkwam  ;-).

Parkeren doen we de camion op de parking van Las Lajas, een basiliek niet ver van het grensstadje Ipiales. De basiliek is gebouwd in een diepe kloof boven de Guaitararivier. Het verhaal wil dat hier in 1754 een Indiaanse moeder en haar doof-stomme dochter in noodweer terecht kwamen en schuilden in de kloof. Van dan af begon de dochter te spreken en dit werd in de omgeving gezien als een wonder en het meisje werd in 1951 dan ook heilig verklaard. Op de plek waar ze schuilden staat nu de basiliek die elk jaar door duizenden bedevaarders bezocht wordt.

De parking niet ver van de basiliek:

Van Las Lajas rijden we naar de voet van de vulkaan Azúfral niet ver van het dorpje Túquerres. De semi-actieve vulkaan ligt op 4025 meter hoogte, de top wordt gevormd door een krater die ongeveer 2,5 bij 3 kilometer meet waarin zich een drietal meren bevinden waarvan Laguna Verde het indrukwekkendst is door zijn felle smaragdgroene kleur. Het meer wordt omringd door tientallen actieve fumaroles waaruit hete zwaveldampen opstijgen en er hangt dan ook een constante geur van zwavel vergelijkbaar met duizenden aangestoken luciferstokjes. De wandeltocht erheen verloopt doorheen mooi berglandschap en met op het einde een stevig afdaling tot in de krater.

Van Túquerres dalen we terug af richting de Amazone, dat betekent weer een flinke toename van de temperatuur, vochtigheid en het aantal stekende insecten, ook het aantal militaire checkpoints neemt gestaag toe, dit is dan ook voormalig FARC gebied en alles wordt goed gecontroleerd en in de gaten gehouden. We houden er een paar dagen halt in het dorpje La Pepiña langs de rivier Rumibayeco waar we kennis maken met een aantal lokalen en ook hier komt op de tweede dag politie checken of alles in orde is met ons en dat we bij eventuele hinder kunnen bellen naar het nummer 123 :-) We voelen er ons in elk geval niet onveilig en de lokalen zijn wederom super vriendelijk.

Eén van de vele tolstations, omdat we enkele band hebben op de achteras vallen we in het goedkoopste tarief :-) maar niet iedereen speelt het spel eerlijk, de mototaxi´s trachten de tol te omzeilen door over de veel te smalle voetgangersstrip te rijden :-)

Onze slaapplaats langs de rivier:

De buren die fier hun ara´s showen, wij hebben het er wel niet zo voor want bij de beestje is ofwel de vleugel geknipt of de spier overgesneden zodat ze niet meer kunnen vliegen :-(

In San Agustin ligt de bekendste Precolumbiaanse beschaving van Colombia en is vooral bekend om de indrukwekkende standbeelden die een onderdeel vormden van de grafplaatsen. De beelden geven over het algemeen menselijke figuren weer met rechte romp, uitpuilende ogen, platte neuzen, woeste tanden en zien er eigenlijk wel best grappig uit. De uitbeeldingen van dieren hebben een symbolische betekenis en hierin komen vooral adelaars, slangen en kikkers in terug. Van de beschaving zelf is weinig bekent omdat er niets van het dagelijkse leven werd weergegeven en de beschaving al verdwenen was voordat de Spanjaarden hun intrede deden. Parkeren doen we op de rustige camping ´Camcelot`, waar we een aantal dagen zullen verblijven.

Wormpje:

In San Augustin blijven we uiteindelijk een viertal dagen. We bakken voor de eerste keer zelf frietjes, er wordt hier wel veel gefrituurd verkocht maar deftige frieten hebben we hier nog niet gegeten en zelf gemaakte smaken altijd beter ;-).

Volgende halte is langs het meer Calima, wat ten noorden van de stad Cali ligt. Het is vooral bekend bij surfers omwille van de wind die hier bijna constant waait. We houden halt aan een kleine camping waar wij de enige gasten zijn, morgen zaterdag wordt er veel volk verwacht want dan wordt hier de vakantie ingezet en het bordje op de camping, waarop staat dat de muziek stiller moet vanaf één uur ´s nachts, belooft niet veel goeds. We blijven dan ook maar één dag waarbij we ons vooral bezig houden met wat werkjes aan de camion. Door het trillen op de slechte wegen is de lak beginnen barsten onder twee zonnepanelensteunen en is er water onder terecht gekomen, geen goede zaak als je een dak van staal hebt, dus steunen gedemonteerd, alles opnieuw geschuurd en er een nieuwe laag verf erop gezet. De steunen terugplakken zal voor later zijn als de lak uitgehard is.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag