10. Peru - Ecuador Okt 2012:

Cañon del Pato of vrij vertaald de eendenkloof doorsnijdt de Cordillera Negra over een afstand van 50km. De weg die er doorheen loopt is zonder meer spectaculair, je rijdt door meer dan 40 kleine tunneltjes en wordt aan beide kanten ingesloten door honderden meters hoge rotswand. De kwaliteit van het wegdek is dan weer een ander paar mouwen en we worden weer flink door mekaar geschud maar een mens moet er iets voor over hebben.

Onze slaapplaats langsheen het traject:

Van Cañon del Pato rijden we verder richting de kust, dat betekent dat we een flink stuk dalen en we kunnen de zuurstof bijna proeven nu. Het wordt wel allemaal een stuk droger, alleen de geïrrigeerde velden langsheen de kust kleuren mooi groen.

We houden halt net voorbij Trujillo, in het dorpje Huanchaco, een rustig dorpje vlakbij het strand. Er heerst hier een gemoedelijke sfeer, de mensen zijn vriendelijk en het is een gekend oord bij surfers. Wij laten het surfen aan de professionals over maar genieten wel van het mooie strand en de rust.

Trujillo, een frisse oase aan de arme woestijnkust. De stad ligt in een relatief groene, geïrrigeerde vallei, omgeven door dorre woestijn en aan de voet van de Andes. Ze is vooral beroemd vanwege de koloniale architectuur en de bontgekleurde huizen. De stad werd in 1534 gesticht door de conquistador Pizarro en hij schonk haar de naam van zijn geboorteplaats in Extremadura (Spanje), ze telt vandaag de dag ongeveer 300.000 inwoners. Het is druk in de smalle straatjes en het staat er vol met kleine winkeltjes en bloeiende handeltjes. De mensen zijn er vriendelijk en het zachte tropische klimaat heerlijk. We nemen vanuit Huanchaco de bus richting Trujillo en kuieren er een hele dag in rond, bezoeken de mercado en gaan een lekker hapje eten.

Het zijn precies ook besparingen bij de ´Policia´ van Peru, op de Plaza stonden er ter vervanging deze kartonnen versies:

Plaza Mayor, het centrale plein:

In een lokaal restaurantje bestellen we een dagmenu, voorgerecht, hoofdgerecht en een dessert voor 8PEN of omgerekend 2,5€. Het fluo-gele drankje op de voorgrond is Inca-Kola, iets waar de Peruvianen hier zot op zijn. Het is een soort limonade met de smaak van bubbelgum.

Eigenlijk waren we van plan om via de kust richting Ecuador te rijden maar we kiezen ervoor om de oostelijke en meer avontuurlijke route richting de grens te nemen. Op deze route doorkruis je weer de Andes en kom je uiteindelijk in het Amazone-gebied terecht. Dat houdt wel in dat we iets langer in Peru blijven dan gepland.

Hoezo overladen???

Slaapplaats in een grote rivierbedding:

Heel veel van het transport gebeurt nog met ezels, deze staan te wachten op een volgende opdracht:

De streek waar we doorrijden staat ook bekend om zijn gigantische hoeden die hier zowel door de mannen als de vrouwen gedragen worden.

Op weg naar Baños del Inca stoppen we nog in Cajamarca waar we nog wat inkopen doen en een ventilator kopen voor de warmere dagen. In Ecuador of Colombia zou dat niet meer mogelijk zijn omdat daar het stroomnet 110V is.

Een klein stukje geschiedenis over Baños del Inca en Cajamarca, in 1532 settelde Atahualpa (de laatste Inca-leider) met zijn hele hofhouding en leger van 40000 man sterk zich hier om zich voor te bereiden op een inval naar Cusco waar hij wilde afrekenen met de conquistadores en de macht terug grijpen over het Inca-rijk. Dankzij bekwame spionnen was Pizarro  hem echter voor. Met een leger van slechts 183 krijgers, 27 paarden en enkele kanonnen nam hij intrek in de stad. Pizarro, zwaar in de minderheid, nam toevlucht tot een niet al te fraaie list om Atahualpa in de val te lokken. Die laatste was immers overtuigd van zijn overmacht en koesterde geen greintje wantrouwen tegen die bebaarde mannen met hun rare rijdieren. Hij aanvaardde dan ook zonder problemen de uitnodiging van Pizarro om te praten. Pizarro stelde zijn mannen op rond de huidige plaza de Armas, verborgen in de lage huizen. De zoon van de Inca ging de Spanjaarden alleen tegemoet en liet de stad omsingelen door zijn manschappen. Een gedroomde kans voor Pizarro. Met een kanon  op een heuvel joeg hij de autochtonen de daver op het lijf en nam hij Atahualpa gevangen. Er ontstond een nooit geziene chaos, in een tijdspanne van enkele uren vermoordden de conquistadores duizenden indianen. Door deze ´meesterzet´ werd de gehele geschiedenis van Zuid-Amerika in één dag tijd definitief veranderd. Gegijzeld door de Spanjaarden deed Atahualpa het aanbod de kamer waarin hij gevangen zat tot armhoogte te vullen met goud in ruil voor zijn vrijheid. Pizzaro aanvaardde dit aanbod en uit het hele land stroomden de indianen toe, hun armen gevuld met gouden sieraden. Alles werd gesmolten en Atahualpa, wel die mocht blijven waar hij zat. Hij kreeg een proces en werd ter dood veroordeeld. Om te vermijden dat hij levend zou worden verbrand waardoor hij niet zou kunnen herrijzen in het Incaparadijs moest hij zich laten dopen. Als goed christen werd hij daardoor slechts gewurgd. In Cajamarca kan men nu nog de plaats bezoeken waar Athualpa heeft gevangen gezeten.

Wij parkeren de camion op de parking van Baños, waar we één nachtje verblijven. Baños del Inca is niet voor niets zo genoemd, het dorp staat bekend om zijn warmwaterbaden, het water is afkomstig van bronnen uit de buurt en ze werden al gebruikt in de tijd van de Inca´s.

Hapje eten op de markt, de specialiteit is hier gefrituurde aardappelpuree met daarin een mengeling van vlees en groentjes. Dat wordt dan geserveerd met een pikant sausje, héérlijk.

De warmwaterbaden:

Van Baños del Inca gaat de weg over in piste. Het eerste gedeelte is nog in goede staat maar naarmate we dichter bij de Amazonas komen wordt de weg smaller en is bij momenten net breed genoeg voor de camion. Daarbij komt nog dat het flink regent en sommige stukken er spekglad bijliggen. Niet de ideale omstandigheden als je langs een paar honderd meters diep ravijn rijdt. We doen er dan ook twee dagen over om tot Leymebamba te geraken.

Spinnetje onderweg, ongeveer een hand groot.

In Leymebamba parkeren we op het centrale pleintje waar we de hoofdattractie van de dag vormen. Kinderen uit het hele dorp komen een kijkje nemen wat die gekke buitenlanders daar doen, plezier verzekerd. Het dorp heeft niet alleen toffe kinderen maar ook een prachtig museum waarin zo´n 150 mummies zijn ondergebracht die gevonden zijn nabij Laguna de los Condores. Het museum is heel goed opgebouwd en je vindt er naast de mummies ook een hoop interessante voorwerpen uit die tijd. Foto´s trekken mocht wel niet maar we hebben er toch een paar stiekem kunnen maken.

Een gemummificeerde wilde kat:

Geen idee wat dat beest ooit was:

Gemummificeerde menskes:

Van Leymebamba gaat het dan noordwaarts over goede brede gravelpiste tot in het dorp Tinga, na de zoveelste controle door de politie nemen we daar de afslag richting de ruïnes van Kuelap. Eigenlijk liggen de ruïnes een kleine 1000m boven het dorp maar om er te geraken moet je via een enorme lus van een veertigtal kilometer. Sommige stukken van het traject liggen er minder goed bij en het kost ons uiteindelijk een dikke 2,5 Hr om boven te geraken, het is dan al laat in de namiddag en we besluiten dan maar de ruïnes de dag nadien te bezoeken en overnachten op de parking van het complex. ´s Morgens zijn we vroeg uit de veren en tegen 08Hr wandelen we al richting de citadel. Voor de bouw is er ongeveer 1.3 miljoen m³ bouwmateriaal gebruikt, dat is driemaal zoveel als voor de bouw van de piramide van Gizeh in Egypte. Geschat wordt dat er hier ongeveer een 3000 mensen geleefd hebben. De muren van de citadel zijn enorm, soms tot 20 meter hoog en gebouwd van gigantische kalkstenen blokken. In de citadel vindt je de resten terug van de karakteristieke kleine ronde huizen. In elk van die huizen vindt je een kleine put waarvan we ons afvroegen voor wat die diende, achteraf bleek dat men daarin zijn doden begroef. De plaats werd ongeveer vanaf 600 n.Chr bewoond en wordt beschouwd als de sterkste en makkelijkst te verdedigen citadel van Peru. Eigenlijk is men nog niet zo lang geleden begonnen met het restaureren van het complex en nu nog zijn grote delen overwoekerd door planten. In ons eentje hebben we er heel de voormiddag in rondgewandeld, een hele mooie site met een prachtig uitzicht over de rest van de vallei, een echte aanrader.  

Diezelfde dag nog trekken we verder richting de Ecuadoriaanse grens, de weg daalt langzaam af en het begint drukkend warm te worden. De kale bergen maken plaats voor groene valleien. Het regenseizoen begint stilletjes aan zijn intrede te doen waardoor het in de voormiddag wel meestal droog blijft maar in de namiddag krijgen we dan de volle laag. We rijden door talloze kleine dorpjes en wie dacht dat er enkel in Azië rijst gekweekt wordt moet hier zeker eens een kijkje komen nemen, gigantische diepgroene velden zover het oog reikt. In Bague Grande doen we nog wat inkopen met onze laatste Peso's. Het kost ons uiteindelijk een tweetal dagen om tot aan de kleine grenspost in La Balsa te geraken. Op Peruviaanse zijde is alles snel geregeld maar aan Ecuadoriaanse zijde is dat weer een ander paar mouwen. De computer van de douane valt om de haverklap uit en na de zoveelste keer onze gegevens ingetikt te hebben en de computer weer de geest geeft ziet de beambte het allemaal niet meer zitten. Dan maar aankloppen bij de collega´s van de migratie, die computer doet het gelukkig wel en na een drietal uurtjes is het dan eindelijk gepiept, welkom in Ecuador.

Onze eerste metertjes in Ecuador, aan Peruviaanse zijde werd er druk gewerkt maar hier is er nog veel werk aan de winkel. De weg is onverhard, smal en bij momenten zéér stijl maar het blijft gelukkig droog dus we geraken zonder veel problemen tot in het eerste dorpje Zumba, daar overnachten we vlak voor het dorp in een kleine rivierbedding, we maken een klein kampvuurtje en het wordt een gezellige eerste avond in Ecuador.

Wat ons hier meteen opvalt is dat het een stuk properder is dan in Peru, er ligt nog nauwelijks vuil langs de straten en de mensen zijn super vriendelijk. Het traject van 200km tussen Zumba en Vilcabamba is nog grotendeels onverhard maar er wordt druk aan gewerkt. Hier en daar ligt het er wel zeer vettig bij en geraken we zelfs met 4x4 maar net boven.
In Vilcabamba houden we een paar dagen halt, we parkeren op de parking van een klein recreatiepark. Het dorp is ooit op televisie geweest omdat de bewoners blijkbaar langer leefden dan de gemiddelde Ecuadoriaan, rede genoeg voor vele buitenlanders om zich hier te komen vestigen. Hier lopen dan ook de gekste mensen rond, van gedateerde hippies tot bejaarden in hun tweede jeugd. Onze was gaat weer naar de wasserette, we doen wat inkopen en genieten bij een glas wijn van de passerende meute.

In onze eerste grote stad Loja regelen we een verzekering voor de camion, het is hier mogelijk om per maand te verzekeren voor het geweldige bedrag van 5 dollar (de dollar is hier trouwens de officiële munt in Ecuador). We gooien onze tanks ook nog eens vol, die hadden we zo goed als leeg gereden omdat de brandstof hier een heel stuk goedkoper is dan in Peru, we tanken 350l voor 100 dollar, dat komt neer op 22 eurocentjes per liter, dan wordt tanken ineens een heel stuk leuker :-). Vanuit Loja rijden we oostwaarts richting Zamora, een dorp gelegen aan de rand van de Amazone en de toegangspoort tot het Podocarpus-park, hier komen ongeveer 500 verschillende vogelsoorten voor en meer dan 4000 plantensoorten. We kunnen met de camion bijna tot aan de ingang van het park rijden en lopen er zowat de ganse namiddag in rond. Het is drukkend warm maar we worden beloond met prachtig groen, mooie watervallen en riviertjes, tja en wat de vogeltjes betreft, massa´s gehoord maar natuurlijk geen gezien.

We overnachten net buiten het park aan de rand van een verkoelende rivier, zalig.

Cuenca, de tweede grootste stad van het land, bereiken we na een tweetal dagen door de uitlopers van de Andes. Ze telt een 450.000 inwoners maar dat is er nauwelijks aan te merken. Het is een rustige stad met smalle keienstraten, mooie koloniale gebouwen, witte kerken en mooie parken en dat allemaal zonder vervuiling, het lawaai en de opdringerige massa´s van een vergelijkbare stad in Peru. We bezoeken er het interessante Pumapungo-museum met de geschiedenis van het land, jammer genoeg mochten ook hier geen foto´s getrokken worden en deze keer hingen er bewakingscamera´s. Voor de rest slenteren we wat rond in de stad, genieten van de omgeving en sluiten de dag af met een lekker hapje in een plaatselijk restaurant, meer moet dat niet zijn.

Vanuit Cuenca gaat het in een paar dagen richting Baños.

Slaapplaats met een prachtig uitzicht ´s avonds:

Onderweg waren we al een flink aantal oldtimers tegen gekomen met Europese nummerplaten. Bleek een raid te zijn van een Britse organisatie doorheen de Andes:

We hadden ervoor gekozen om via een binnenweg naar Baños te rijden maar dat was achteraf gezien niet zo´n goed idee. De regen had de laatste tijd lelijk huis gehouden en sommige delen van de weg lagen er zeer slecht bij. Het onvermijdelijke zat er dan ook aan te komen, op een bepaald moment was de piste over de hele breedte weggespoeld en er was geen doorkomen aan. Het kon zijn dat ze die dag de weg nog kwamen herstellen maar gelijk we het van onze Zuid-Amerikaanse vrienden gewoon zijn kon dat nog wel eventjes duren, dus demitour en 140km terug rijden van waar we gekomen waren.

Hier konden we dus niet meer over :-(

Een paar kilometer voorbij Baños houden we halt in het hostal ´Pequeño Paradiso´ uitgebaat door het toffe Britse koppel Marc en Sue. We kunnen de camion net gewrongen krijgen op hun klein binnenkoertje, van hieruit brengen we een bezoek aan de indrukwekkende waterval ´Cascase del Diablo`.

Nee, dit is niet de waterval :-)

Deze wel :-)

De laatste drie maanden hebben we bijna onophoudelijk in het Andes-gebergte gereden en het werd dan ook dringend tijd voor iets anders, Amazone-woud here we come. Wie het Amazone-woud zegt, denkt aan hitte, vochtigheid en insecten, awel terecht, we kunnen u verzekeren het was er heet, vochtig en miljaar er zaten veel insecten, maaaar, het was er ook wondermooi, massa´s groen, prachtige rivieren en de mensen zo relaxed, hoe kan het ook anders met die hitte. We rijden richting Teña om van daaruit het Amazone-woud (hier Oriënte genoemd) in te trekken.

Onze overnachtingplaats langsheen de Rio Napo, het meeste transport gebeurt hier via de rivier met kano´s voorzien van een flinke motor.

We trekken langsheen de Rio Napo nog verder het Amazone-gebied in en worden wederom getrakteerd op prachtig natuurschoon met planten in de gekste vormen en grootten.

Je weet als je hier doorheen rijdt dat het hier krioelt van de dieren, je hoort ze genoeg maar om tussen het dikke plantendek ook maar één beestje te zien moet je verdorie veel geluk hebben. Een goede manier om toch een idee te krijgen van wat er hier allemaal zit is een bezoekje brengen aan een opvangcentrum voor dieren. Hier worden dieren binnengebracht die gevonden worden door de lokalen of initieel bedoeld waren als huisdier maar bleek de wilde kat toch niet zo´n lief beestje te zijn en komen ze uiteindelijk hier terecht. Men probeert zoveel mogelijk dieren terug in het wild uit te zetten maar voor sommige dieren lukt dat jammer genoeg niet meer, te gewoon geraakt aan mensen, in AmaZOOnico krijg je een rondleiding langsheen die dieren. Om er te geraken moet je wel een stuk over de Rio Napo met de kano, een prachtige ervaring in zo´n getuned bootje.

Moeilijk te zien maar dit zijn doodskopaapjes bij hun middagmaal:

Nadeel is natuurlijk wel dat de beestjes allemaal achter draad zitten en mooie foto´s trekken heel moeilijk wordt maar die van de twee Ocelot´s willen we jullie niet onthouden, een katachtige ter grootte van een Labrador.

We toeren nog een paar dagen rond in het gebied en genieten van het natuurschoon en af en toe een frisse duik:

Aja, de insecten, Cindy haar kuiten na een half uurtje onbeschermd langs het water zitten, moet er niet bij vertellen zeker dat het een beetje jeukte:

Vanuit de Oriënte rijden we dan terug via Teña richting Quito, dat wil ook zeggen dat het terug omhoog gaat en de temperatuur weer iets aangenamer wordt in de camion.

Slaapplaats in de buurt van Cosanga, hier maken we nog een mooie wandeling op zoek naar vogeltjes, we horen ze wel maar zien ze jammer genoeg niet.

 

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag