09. Peru Sep 2012:

Machu Picchu, de bekendste Inca-ruïnes van Zuid Amerika maar ook de duurste. Er voert geen enkele weg naar de ruïnes en het is enkel mogelijk ze te bezoeken per trein en zo´n combi-ticket kost al gauw 200 US$ per persoon (budget wel te verstaan).  Maar er bestaat een backdoor route, daarvoor moet je eerst tot Santa Maria rijden (250km) om van daaruit via een smalle piste tot in Santa Teresa te rijden (nog eens 20km). Daar hebben we de camion dan geparkeerd op de camping ´Inca Tour´ om de volgende dag te wandelen tot in Machu Picchu Pueblo (± 2,5 Hr), het dorp aan de voet van de ruïnes. Hier hebben we dan een kamer genomen in een klein Hostal om de dag nadien nog eens een tweetal uurtjes omhoog te wandelen tot aan de ruïnes. De inkom bedraagt 40 US$ per persoon (tickets moeten wel in het dorp gekocht worden), nog niet goedkoop maar toch al beter dan 200 US$ per persoon. De ruïnes zijn op zijn minst indrukwekkend te noemen en ook het hele traject tot in Santa Teresa en nadien te voet tot Machu Picchu was zeker de moeite waard.

Een stevig ontbijtje op de centrale markt in Machu Picchu Pueblo voordat we de berg beklimmen richting de ruïnes:

Allé, 40US$ armer en we zijn binnen, is het de moeite waard, ja zeker, de site is zo enorm en we hebben er uiteindelijk 6Hr over gedaan om alles te bezichtingen: zonnepoort, Inca-brug, tempel van de condor, terassen, enz...., langs welke kant dat je de ruïnes ook bekijkt, het is onvoorstelbaar tot wat ze in staat waren in die tijd.

We verblijven nog een extra nacht in Machu Picchu Pueblo, om dan via dezelfde weg terug te keren naar Ollantaytambo. Van daaruit rijden we dan naar Cusco met nog een tussenstop aan de zoutpannen Salinas vlakbij het dorp Maras, hier wordt al van voor de Incatijd zout gewonnen. Het zouthoudende water afkomstig van een naburige bron wordt via verschillende pannen omgeleid om te laten verdampen, nadien kan dan het zout gewonnen worden. Er bevinden zich hier een 4000-tal zoutpannen.

We hebben hier in Cusco weer een aantal heel toffe travellers ontmoet, de meeste van hen trekken richting het zuiden maar Jean-Jacques en Martine komen we misschien nog tegen omdat zij dezelfde route als ons gepland hebben, maar eerst zal Jean-Jacques zijn rug moeten genezen die hij in een bui van overmoed geforceerd heeft bij het wegslepen van een boom.

Sarah en Marc (Groot-Brittannië) met hun knap omgebouwde Daf:

Bernadette en Michel (Frankrijk), nog tot oktober in Zuid-Amerika en dan richting Azië:

De Familie Vandelle (Frankrijk) waarvan de kindjes niet zoveel zin hadden in een foto, zij verschepen eind september terug naar Frankrijk en vliegen van Zuid-Amerika richting Nieuw-Zeeland om daar iets te huren en verder rond te trekken:

Martine en Jean-Jacques (Frankrijk):

Onze route gaat verder richting het noorden, dwars door de Andes heen en dat betekent dat we hier elke dag hoogteverschillen overbruggen van meer dan 2000m en over toppen rijden die flirten met de 5000m, maar dat betekent ook dat het allemaal héél langzaam gaat, onze bolide sleept zich met een kleine 25km/Hr over de toppen. Als je zo traag rijdt heb je natuurlijk tijd genoeg om te genieten van de omgeving en die is wederom prachtig, de grootsheid is vaak niet te vatten op foto maar we willen jullie de landschappen niet onthouden. Over het traject van Cusco tot Ayacucho (520km) doen we uiteindelijk vijf dagen. Het grootste gedeelte van de weg is verhard en aan de onverharde stukken wordt er flink gewerkt, we staan onderweg dan ook meerdere male in de file door werkzaamheden.
Ik ga proberen om in het vervolg steeds een klein kaartje in te voegen, dat zegt toch iets meer dan gewoon het traject te beschrijven.

Een slaapplaatsje op 3500m hoogte:

De meeste huizen zijn hier gemaakt van ´adobe´, kleien stenen die in de zon gebakken worden. De huizen zijn meestal in slechte staat omdat na elk regenseizoen een groot deel van de buitenzijde gewoon wegspoelt. Binnen is er op de aardevloer niet veel meer te vinden dan enkele zelfgemaakte meubeltjes en de meeste huisjes hebben enkel plastiek voor de ruiten daar er geen geld is voor glas.

Eén van de vele files voor de wegwerkzaamheden, de bouw moet hier de grootste werkgever van het land zijn want we komen onderweg honderden wegenwerkers tegen.

Slaapplaatsje, deze keer op 4000m, dit plekje hebben we in complete duisternis moeten zoeken, door de werken waren we er niet in geslaagd een plaats te vinden voor het donker.

Ayacucho (2740m) is vaak het toneel geweest van geweld. In 1824 werd hier de beslissende veldslag om de onafhankelijkheidsstrijd tussen Zuid-Amerika en Spanje gevoerd. Op de plaats van de veldslag staat er nu een enorme obelisk.
Midden in de jaren zeventig ontstond hier ook de radicale groepering Sendero Luminoso (het lichtend pad) die van Peru een communistische boerenstaat wilden maken. De strijd tussen het leger en de beweging eiste uiteindelijk meer dan 60000 mensenlevens. In 1992 werd de oprichter gevat en sindsdien is het in de streek niet veiliger of onveiliger dan in de rest van Peru. Het stadje zelf telt 33 kerken, een paar gemoedelijke winkelstraatjes en een grote artisanale markt waar allerhande prullaria verkocht worden. Het verkeer is hier wederom chaos, uiteindelijk vinden we na een uurtje toch een kleine bewaakte parking waar we mogen overnachten.

Één van de specialiteiten van Peru is gegrilde cavia, de beestjes worden dan ook met honderden tegelijk aangeboden op de markt, wij kunnen het niet over ons hart krijgen om zo´n beestje op te eten:

Op de weg van Ayacucho naar de obelisk komen we voorbij het dorpje Quina waar de rand van de weg verfraaid is met mooie houten beelden. We kuieren even door het dorp, bezoeken de markt, zijn getuige van een moto-taxi-treffen :-) en eindigen uiteindelijk bij de obelisk.

Via een grote lus rijden we van Ayacucho naar Huancavelica, ook hier weer toppen tot net geen 5000m,de uitzichten zijn magnifiek, na iedere top ligt er weer een nieuw plaatje alsof het uit een prentenboek komt.

Één van onze slaapplaatsjes langs een meer op 4550m, waarschijnlijk de hoogste plaats dat we ooit zullen overnachten, gelukkig zijn we goed aangepast aan de hoogte en hebben we er beiden nog maar weinig last van, ´s nachts koelt het af tot -2°C. Er wordt hier vooral forel gekweekt en ook al zijn we niet zo´n viseters, konden we niet anders dan een paar visjes kopen. Het fileren moeten we nog een beetje oefenen maar voor de rest smaakte de forel heerlijk.

Kleine halte in één van de vele kleine dorpjes om wat broodjes te kopen:

De rest van de foto´s spreken voor zich:

Huancavelica, hier vinden we een kleine bewaakte parking net buiten het centrum waar we mogen overnachten voor 5 PEN/nacht (1,5€). Het stadje zou het weverscentrum van de streek zijn en we gaan dan ook op zoek naar een alpacadekentje voor Ils en Johan, tevergeefs zo blijkt, op de markt is het aanbod zeer beperkt en we kunnen niet uitsluiten of het hier wel om een echt exemplaar gaat of niet, maar we geven niet op.
Voor de rest hebben we aan Huancavelica niet zo´n goede herinnering, het is het eerste stadje waar we ons niet echt op ons gemak voelen, het begon al met een taxi-chauffeur die gebaarde dat hij ons een kopje kleiner ging maken en in de stad waren de ervaringen niet veel beter. Dat je als blanke wordt nagekeken in een overwegend indiaanse gemeenschap is volstrekt normaal maar dat ze je meerdere malen naroepen met gringo (vreemdeling) was er toch een beetje teveel aan. Buiten het marktbezoek beperken we ons tot een paar kleine werkjes aan de camion en laten Huancavelica na twee nachtjes voor wat het is.

Na Huancavelica wordt het aantal hoge col´s een heel stuk minder en geraken we buiten onze verwachtingen in op één dag in Tarma (270km). Onderweg komen we een paar mooie kleurrijke dorpjes tegen en gelukkig ook héél wat vriendelijke mensen :-).

Tarma is een klein, rustig en vooral vriendelijk stadje, een hele verademing ten opzichte van Huancavelica. Het ligt op 3050m hoogte en heeft een grote markt waar naast de gebruikelijke zaken ook heel veel textiel wordt aangeboden. We verblijven hier een aantal dagen op het binnenhof van de haciënda ´La Florida´. De vuile was wordt gedaan en de frigo wordt weer tot de rand gevuld met verse groentjes en vlees van op de markt.

Het centrale plein in Tarma:

De zuivere was opgehaald:

Van Tarma gaat het verder richting het noorden via Cerro de Pasco (4330m) tot in Chavinillo, vlakbij La Union. De weg is in zeer goede staat en daalt langzaam af tot in Huanuco (1900m), vanaf daar gaat hij over in een zeer smal pad, wel geasfalteerd maar bij momenten krap voor de camion.  Via ontelbare haarspeldbochten gaat het stijl omhoog, daarbij passeren we verschillende dorpjes waar ons het grote aantal dronken mensen opvalt, iets wat we toch al vaker gezien hebben en dan vooral in de kleinere gehuchten. Uiteindelijk vinden we een mooi slaapplekje net voorbij Chavinillo (3300m).

Onze slaapplaats langs de rivier:

Avondeten maken, twee heerlijke biefstukken die we gekocht hadden op de markt in Tarma (9PEN of omgerekend 2,5€ voor de twee, de budgetslager op zijn best)

´s Morgens krijgen we bezoek van een paar kindjes uit de buurt. Van België hadden ze natuurlijk nog nooit gehoord, dan maar de kaart boven gehaald en een kleine les aardrijkskunde gegeven ;-).

We nemen afscheid van de kindjes en van Chavinillo gaat het via de Yanashalla-pas (4720m) verder richting de Cordillera Blanca. We doorkruisen een paar mooie quebrada´s (kloven) en passeren enkele bergmeertjes. Het is al een paar dagen zwaar bewolkt en ´s avonds krijgen we af en toe een buitje te verwerken wat dan weer zorgt voor een mooi sneeuwtapijt op de hoge passen.

Langsheen de weg beginnen we een eerste glimp op te vangen van de Cordillera Blanca, een mooie uitgestrekte bergketen met pieken van meer dan 6000m, maar hierover later meer.

Voordat we ons een plek gingen zoeken aan de voet van de Cordillera stond er nog een bezoek aan de ruïnes van Chávin de Huantar op het programma. Daarvoor moet je weer een pas van 4500m oversteken tot in het dorp Huantar. Het tempelcomplex zelf werd bewoond door de Chavín-beschaving en is één van de oudste (1100 tot 400 v. Chr) hooglandbeschavingen in Peru. We vinden een slaapplaats net  voor het dorp niet ver van de ruïnes. ´s Morgens trekken we te voet naar het complex mááááár tot onze grote verbazing is de zaak dicht, blijkt dat in het laagseizoen op maandag het complex gesloten is :-(.

Een dik slot op de poort:

We hebben dan maar wat foto´s getrokken van over de muur.

Onverricht terzake druipen we af:

Cordillera Blanca, de hoogste bergketen in de tropen die zich uitstrekt over een lengte van 150km. Het gebergte heeft meer dan vijfendertig besneeuwde pieken boven de 6000m en het hele gebied is beschermd onder het nationaal park Huascarán. We parkeren aan de voet van het gebergte bij de Llanganuco-lodge (3600m), deze wordt gerund door Charlie, een vriendelijke Brit die hier zeven jaar geleden naar toe getrokken is. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht op de vallei en omringende bergen.

De Huandoy (6160m):

De Huascarán (6768m) en mee de hoogste berg van Peru.

De Cordillera is op zijn mooist als je er te voet doorheen trekt, we doen dan ook een drietal dagtochten naar respectievelijk de Llanganuco-meren, de Huandoy-gletsjer en Lake 69 (ik heb die naam niet uitgevonden hé).

De tocht langsheen de Llanganuco-meren:

Dikke vrienden :-)

Op de wandeling naar de meren worden we niet alleen dikke vriendjes met een ezel maar ook met een kleine straathond, die ons tijdens het laatste stuk van de wandeling gevolgd was. We proberen de honden hier zoveel mogelijk te negeren want als je ze een beetje aandacht schenkt volgen ze je meteen. Ik had dus beter moeten weten, maar ja, als ze je met van die droepie ogen aankijken, wat doe je dan... `s Morgens ligt onze nieuwe vriend nog onder de camion en vergezeld hij ons bij de wandeling naar de gletsjer.

Bij de laatste dagtocht naar Lake 69 nemen we onze hond mee naar de ingang van het park bij de park-rangers, vanaf hier was hij ons gevolgd en hier moeten we hem met pijn in het hart ook terug achterlaten. Moest hij ons thuis voor de voeten zijn gelopen hadden we nu een nieuwe hond maar hier kunnen we hem echt niet meenemen. We denken wel dat hij van iemand hier in de buurt moet zijn daar hij een halsband omhad, het zijn in elk geval plantrekkers en wie weet komt hij nog ergens een goed baasje tegen.

Lake 69 op een hoogte van 4650m, het was een stevige klim maar méér dan de moeite waard, wat een uitzicht:

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag