08. Bolivia - Peru Aug 2012:

La Paz, de tweede grootste stad van het land en eigenlijk ook de hoofdstad (officieel Sucre) want van hieruit wordt het land geregeerd. De stad is al meteen indrukwekkend bij de eerste glimp als je nadert vanaf de AltiPlano (4000m). Ze is gebouwd in een gigantische cañon, waarbij echt ieder plekje benut is om te bouwen. De armen wonen hier in het hogere gedeelte van de stad en de rijken in de lagere gedeelten. Dit heeft allemaal te maken met de grote hoogte (3660m) waarop de stad gebouwd is, hoe lager dat je woont hoe milder het klimaat. Het is ook de ideale uitvalsbasis voor trektochten in de Cordilleras (deel van de Andes met pieken boven de 6000m) en de Yungas (de overgangszone tussen het droge hoogland en het Amazone bekken). Wij strijken hier neer op de parking van hotel Oberland van waaruit we de stad bezoeken, de ´most dangerous road of the world´ naar beneden fietsen en een trektocht maken over een beroemde Incatrail.

El Camino de la Muerte, de weg kreeg deze titel in 1995 omdat er naar schatting 200 tot 300 weggebruikers jaarlijks omkwamen, veelal bij busongelukken of ongelukken met vrachtwagens met als triest hoogtepunt een busongeluk in 1983 waarbij honderd passagiers omkwamen. De weg dateert van de jaren dertig en was één van de weinige verbindingsrouten tussen de Yungas en La Paz. Sinds 2006 is er een nieuwe weg en wordt de oude vooral gebruikt door mountainbikers op zoek naar de ultieme kick. De weg zelf begint in La Paz waarbij hij eerst stijgt tot El Cumbre (4600m) om zich daarna over een afstand van 60km te storten in de Yungasvallei  (1300m). Doordat de weg langs zeer diepe afgronden van ten minste 600 m gaat, de weg enkelbaans is (meestal niet breder dan 3,2 m) en door het ontbreken van een vangrail was de weg extreem gevaarlijk, vooral voor kruisend vrachtverkeer. Het was ook een ongeschreven regel dat het dalend verkeer de kant van de afgrond nam zodat zij beter de afstand tot de afgrond konden inschatten. Wij boeken een tripje naar beneden bij ´Madness-tours`. Om zeven uur moeten we present zijn waarna we de nodige kledij passen en vertrekken richting El Cumbre. Daar krijgen we een veiligheidsbriefing, een uitleg over het traject en worden signalen afgesproken wanneer we moeten vertragen of stoppen. De eerste kilometers gaan nog over de nieuwe weg en geeft ons de kans om een beetje te wennen aan de fiets waarna we aan het echte werk beginnen en de Yungasvallei induiken.

Het echte werk kon beginnen :-)

Één van de vele trieste getuigen van een ongeval:

Kleine pauze:

Een super ervaring, soms beangstigend (vooral het eerste gedeelte van de oude route) maar zeker een aanrader. Ook de organisatie was top, er werden onderweg foto´s getrokken, voor een lunchpakketje gezorgd, op het einde van de trip was er de gelegenheid om te douchen,  een warme maaltijd en als kers op de taart kreeg je een T-shirt.

El Choro was de volgende uitdaging, een trek van een viertal dagen over een oude Incatrail. De trek vertrekt ook in El Cumbre op 4600m waarna je klimt tot 4880m om daarna af te dalen over 56km tot in Chairo met hier en daar een stevige klim ertussen. De eerste dag was al meteen bijzonder zwaar omdat je dan daalt tot 2800m, dat lijkt allemaal gemakkelijk maar het dalen is zeer vermoeiend voor voeten en knieën, we lopen dan ook allebei flink wat blaren en beginnen al te twijfelen over het verloop van de volgende drie dagen. ´s Avonds koken we een potje en liggen er vroeg in zodat we toch een beetje kunnen recupereren van de zware dag.

Dag 2: de spieren voelen stram aan maar de blaren hebben zich toch een beetje hersteld, na een paar kilometertjes begint alles wat los te komen en genieten we van magnifieke landschappen. De weergoden zijn ons ook gunstig gezind, 25° en open hemel, meer moet dat niet zijn.

Ons tentje zetten we op in Buena Vista in de hof van een vierkoppig gezinnetje die hier in complete afzondering leven, het is immers minstens 10Hr wandelen tot het eerstvolgende ´dorp´, zij leven hier dan ook bijna volledig van hetgeen de natuur te bieden heeft. Eenmaal per week komt er een colonne met paarden voorbij met producten uit het dorp. De kindjes (tweeling) zijn echte schatten, ongelooflijk met hoe weinig die hier tevreden zijn. Ze helpen ook al flink mee in het huishouden, we zien ze zelfs groentjes snijden met een mes van 30cm .

Dag 3: Eerst genieten van de zon die opkomt over de mistige bergen, dan krijgen we een ontbijtje voorgeschoteld dat begint met een thee op basis van een soort citroenriet en daarna een bord bedekt met rijst, frieten en daar bovenop een spiegelei. Nooit gedacht dat dit ons ´s morgens zo zou smaken. De eerst kilometers hebben we dan ook helemaal geen last van een hongerklopje :-)

De bruggen waren niet allemaal in goede staat, deze hebben we links laten liggen en we zijn te voet door de rivier gegaan.

Kleine pauze onderweg, op de meeste plaatsen kon je wel een drankje of koekje kopen, één van de weinige inkomsten die de mensen hier hebben.

We zetten ons huisje op in de tuin van een Japanner die hier al 60jaar woont. Hij heeft eerst een viertal jaar de wereld rondgereisd om uiteindelijk hier neer te strijken. De man is ondertussen 81 jaar oud en verzot op postkaarten, hij heeft er in de loop der jaren een 2000-tal verzameld van over héél de wereld. Hij vraagt dan ook aan iedere bezoeker om er eentje op te sturen bij thuiskomst, gaan we zeker doen. Ons toont hij trots de stapel Belgische kaartjes :-)

Dag 4: Er staan nog een 3-tal uurtjes op het programma, die vormen geen probleem en we komen rond de middag toe in Chairo, het eindpunt van onze wandeling. We hebben geluk bij het regelen van ons vervoer naar La Paz, we kunnen meerijden met vier Israëli's die een tour geboekt hadden met gids. In de late namiddag arriveren we in La Paz van waaruit we nog een taxi nemen tot in hotel Oberland, onze parkeerplek. Het was zonder meer de mooiste trek die we tot nu toe gedaan hebben maar ook diegene waarbij we het meeste hebben afgezien. De natuur was wederom prachtig en de mensen zijn hier vaak met zoveel minder zoveel gelukkiger.

We zijn een twaalftal dagen gebleven in La Paz, magnifieke stad met massa´s mogelijkheden maar het wordt stilletjes aan tijd om verder te trekken richting Peru. De stad verlaten was weer een avontuur op zich, aangezien hier zo goed als niets aangegeven staat vertrouwden we volledig op onze GPS, niet zo´n goed idee bleek achteraf. Eerst werden we volledig terug naar het centrum geleid om daarna bijna recht omhoog de stad te verlaten, we hadden de eerste steile helling nog niet overwonnen of daar kwam de volgende col tevoorschijn met een stijgingspercentage dat iedere ronde-rijder in zijn onderbroek zou zetten,  sommige hellingen halen we maar net in eerste versnelling en bij sommige kruisingen gebied de GPS ons dan weer de trappen op te rijden, improviseren geblazen en het kost ons uiteindelijk toch twee uur om uit de stad te geraken.
Volgende halte wordt Copacabana, een klein stadje aan de rand van het Titicaca-meer vlak aan de Boliviaan-Peruviaanse grens maar daar moeten we wel eerst het Titicaca-meer voor oversteken. Het oude bootje kraakt langs alle kanten, af en toe moet er water geschept worden maar we halen toch zonder problemen de overzijde.

Copacabana, een klein vakantieoord aan de rand van het Titicaca-meer waar de mensen van heinde en ver naar toekomen om hun auto te laten zegenen. Eerst wordt de auto helemaal versierd met allerhande prullaria, dan besprenkelt de pastoor hem met weiwater om er uiteindelijk een hele reeks bommetjes op af te laten. Of het allemaal helpt weet ik niet maar ik denk het niet aangezien we de dag nadien een auto in panne zien staan die net gezegend is. Wij houden het bij de camion een beetje te versieren.

De grensovergang verloopt super vlot deze keer, geen siësta´s, geen ijsjes, geen rijen wachtenden voor ons en we komen nog een tof Belgisch koppeltje tegen onderweg naar Bolivia (samenzonderweg.posterous.com). We houden halt in het stadje Puno van waaruit we de Uros-eilanden bezoeken, dit zijn kleine drijvende eilandjes op het Titicaca-meer gemaakt van lagen tortora-riet wat hier in grote hoeveelheden langs de oevers groeit. Deze eilandjes worden al honderden jaren bewoond door de Uros-indianen en vandaag de dag schieten er daar nog een 600-tal van over. Hun belangrijkste bron van inkomsten is het toerisme en we zullen het geweten hebben. Het boottripje tot de eilanden duurt een klein half uurtje en wat je dan te zien krijgt heeft niets meer met authenticiteit te maken. Op elk eilandje staan er een x-aantal vrouwtjes in bijna fluorcerende kledij u te lokken om toch maar hun eilandje te bezoeken. We houden halt aan één van die eilandjes waarna we een korte uitleg krijgen over het leven op de eilanden om dan snel over te gaan tot de orde van de dag, souveniertjes verkopen. Alle eilandjes worden overspoeld met massa´s toeristen en wanneer de dames ons bij het verlaten van het eiland nog uitzingen met het nummer ´vamos a la playa´ hebben we het wel gehad hier. Wat massa toerisme toch allemaal niet aanrichten kan.

De Uros-eilanden laten we snel voor wat ze zijn en vervolgen onze route richting Arequipa via Juliaca. We hadden onze tank nog vol gegooid in Bolivia aan een zeer democratische prijs maar de kwaliteit van de diesel was ook navenant en dat wordt al snel duidelijk als we richting de 4500m klimmen. Het is hoesten en proesten wat de motor doet en de uitlaat produceert alle kleuren van de regenboog. Sommige hellingen moeten we in eerste versnelling nemen anders houdt de motor er gewoon mee op. Uiteindelijk bereiken we tegen valavond Arequipa, gelukkig zonder in panne te vallen.

Arequipa is de op één na grootste stad van het land en ligt op een hoogte van 2300m. Het wordt hier nooit echt koud en de zon schijnt meer dan 300 dagen op een jaar. Op de achtergrond van de stad ligt de uitgedoofde vulkaan Misti met zijn eeuwig besneeuwde top en een hoogte van 5825m. De meeste historische gebouwen zijn hier dan ook opgetrokken uit witte lavasteen en de stad kan qua uitzicht een beetje meedingen met Sucre in Bolivia. We parkeren onze bolide in de hof van het hotel ´Las Mercedes`, vlakbij het historische centrum. We verblijven er een 4-tal dagen, bezoeken meermaals het oude centrum en laten ons een beetje gaan in de plaatselijke restaurants (wat niet zo bevorderlijk was voor ons dagbudget).

Na drukte van de stad snakken we weer naar een beetje natuur. We verlaten Arequipa via het zuiden richting Canon del Colca waarbij we net buiten Arequipa nog maar eens tegen gehouden worden door de politie. Allé, camion aan de kant gezet waarna één van de agenten ons komt vertellen dat er iets scheelt met onze lichten, tiens, volgens mij is er niets aan de hand met de lichten, na wat heen en weer geleuter komt de aap uit de mouw, we moeten een boete betalen van 300 PEN (bijna 100€) maar voor ons wilt hij wel een speciaal prijsje maken. Hier heb ik geen zin in en ik vertel hem dat we dan maar samen met hem naar zijn bureau zullen rijden om daar alles uit te klaren. Daar wil hij natuurlijk niets van weten en na een half uurtje geeft hij het op en laat ons zonder boete verder rijden.
De route via het zuiden naar Canon del Colca is zonder meer prachtig, mooie pistes, magnifieke vergezichten en zo goed als geen verkeer. De gemiddelde hoogte ligt hier weer rond de 4000m.

Ons slaaplaatsje, heerlijk rustig.

Vicuña´s, het kleinere broertje van de Guanaco.

Cañon del Colca, tweemaal dieper dan de Grand Canyon en de op één na diepste canyon ter wereld. Deze staat hier vooral bekend omdat er grote hoeveelheden condors leven die ´s morgens op de thermiek naar boven zweven. We parkeren onze camion op de parking van ´Cruz del Condor` waarbij we al de eerste condors ver boven ons zien vliegen. ´s Morgens zijn we vroeg uit te veren op deze gigantische vogels te spotten, zonder meer indrukwekkend als zo´n beest met een spanwijdte van bijna drie meter je komt voorbij gevlogen.

Onze volgende halte wordt Chivay, een klein dorpje omgeven door indrukwekkende oude terrassen die nog stammen uit de pré-inca tijd. Het bewerken van het land gebeurt hier nog voornamelijk met de hand. Normaal gezien moet je voor het bezoeken van de canon een ´Boleto Turistico´ kopen (14$) waarvan de controlepost aan de rand van het dorp staat. Omdat we uit het zuiden komen rijden we achter de controlepost door en dienen we niet te betalen. Allé dat compenseert toch al een beetje onze escapades van Arequipa :-). In het dorp zijn we nog getuige van één of andere volksdans wedstrijd waarbij alle mensen zijn uitgedost in mooie traditionele kledij.

Onze overnachtingplaats net buiten het centrum op de parking van de thermen:

Vanuit Chivay klimmen we verder richting de 4800m omringd door weer verbluffende landschappen totdat we na 6Hr bollen plots aan een ingestorte brug komen, hier geraken we niet meer over. Ik ga eens checken of we niet door de rivier kunnen rijden maar de stroming is te sterk en het is daarom moeilijk in te schatten hoe diep het is, er zit niets anders op dan terug te keren. Aan het eerstvolgende dorp vragen we of er geen alternatieve route is om de rivier over te steken, daar verteld men ons dat we wel via de stuwdam kunnen rijden maar dan wel eerst toestemming moeten vragen aan de mensen van de waterkrachtcentrale. Zo gezegd, zo gedaan, onze nummerplaat wordt genoteerd en we kunnen via een kleine lus dan toch aan de andere zijde van de rivier geraken

De incaruïnes van Raqchi, het zijn resten van de tempel van Virococha, de schepper-god van de Inca´s. De tempel werd waarschijnlijk gebouwd om de god Virococha gerust te stellen nadat de nabijgelegen vulkaan al een paar keer uitgebarsten was. Het landschap ligt ook nu nog bezaaid met massa´s vulkanisch gesteenten. Raqchi was een heel belangrijk religieus centrum, men vindt er de resten van de tempel, pakhuizen, baden en aquaducten. We overnachten op de parking van het complex en bezoeken de dag nadien de ruïnes.

Cusco, de navel van het incarijk, het centrum van de wereld. In de tijd dat de Spanjaarden hier arriveerden moet dit een prachtige stad geweest zijn en nu nog zie je her en der de overblijfselen van het eens zo machtige incarijk. De plattegrond van de stad had de vorm van een poema, een heilig dier voor de Inca´s en op het hart van de poema ligt nu het centrale plein Plaza del Armas. Toen de Spanjaarden hier aankwamen in 1532, was Cusco een levendige stad en de hoofdstad van één van ´s werelds grootste rijken. De Spanjaarden waren verbijsterd: de schoonheid van de stad overtrof alles wat ze ooit hadden gezien in de nieuwe wereld, het metselwerk was beter dan in Spanje, en kostbare metalen die overal in de stad op heilige plekken werden gebruikt, waren overvloedig aanwezig. Ze plunderden de fantastische rijkdom in een mum van tijd (ze hadden beter wat goud aan de kant gelegd dan zaten ze nu niet in de problemen). De naam van de stad werd behouden maar Cusco kwam voor drie eeuwen onder het bewind te staan van de Spanjaarden.
De stad wordt omringd door toppen van meer dan 6000m en het is dé uitvalsbasis voor een bezoek aan de verschillende inca-ruïnes en natuurlijk Machi Picchu. Wij strijken neer op de camping ´Quinta Lala´ (3600m) op een 20min wandelafstand van het centrum.

Iglesia de La Compañia de Jesús:

De kathedraal:

Plaza de Armas:

Iglesia de Santo Domingo, gebouwd op de fundamenten van de Qorikancha zonnetempel, waarvan de muren bedekt waren met goud en in de kunsttuin alles gemaakt was van goud, afbeeldingen van lama´s, herders, slakken en zelfs de bomen, niets van dit alles heeft echter de komst van de Spanjaarden overleefd.

De camping ´Quinta Lala´ waar we weer kennis maken met een aantal toffe overlanders.

Vanuit Cusco rijden we richting de ´Heilige Vallei´ van de Inca´s met als eerste stopplaats het dorpje Ollantaytambo (2870m), een gezellig dorpje aan de voet van een paar indrukwekkende Inca-ruines die dienden als strategische bescherming van de Urubambavallei waarin ook onder andere Machu Picchu ligt. Dit is ook de backdoor route voor een bezoek aan Machu Picchu (daarover later meer), onderweg passeren we ook de kaap van 60000km, we hebben er ondertussen al een dikke 25000km opzitten in Zuid-Amerika.

Het dorpje met op de achtergrond de Inca-ruïnes.

Op de nok van de daken zie je her en der van die kleine beeldjes staan, waarschijnlijk ter ere van één of andere heilige ter bescherming van hun huis.

De backdoor route richting Santa Teresa en ook hier klimmen we weer over de 4400m.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag