07. Brazilië - Bolivia Jul 2012:

De bedoeling is hier in een paar weekjes de Pantanal te bezoeken, het grootste moeras gebied ter wereld met een oppervlakte zo groot als Frankrijk. Het is nu het droge seizoen en de ideale periode om het gebied te bezoeken, het water droogt nu stilletjes aan op, de wegen worden berijdbaar en er bevinden zich veel dieren in en rond de opdrogende poelen. De eerste stad die we bezoeken is Corumbá, hier doen we nog wat inkopen voor dat we de Pantanal binnen trekken. ´s Avonds krijg ik al de volle laag van mijn beste vriend Muskieto, dertig maal gebeten op een half uurtje tijd. We hebben thans genoeg muggenspray, alleen een beetje te laat opgedaan :-(. We hadden de camion geparkeerd aan de waterkant wat achteraf gezien misschien niet zo´n goed idee was. Het zijn trouwens niet alleen de muggen waarvan we last hebben, qua nachtlawaai kunnen de Brazilianen hier perfect meedingen met de Argentijnen, niet te doen, tegen vier uur ´s nachts wordt eindelijk de klankkast dicht gedraaid en kunnen we nog ´genieten´van een paar uurtjes rust.

Het eerste stuk vanuit Corumbá (hier Estrada Parque genoemd) is eigenlijk prima berijdbaar en de beroemde bruggetjes zijn in goede staat. Deze keer doen we onmiddellijk muggenspray op, want bij iedere foto-stop vliegen ze massaal de cabine binnen en je weet meteen waar je vergeten bent te spuiten. Het is broeierig heet die dag maar we worden beloond met mooie natuur en veel wild.

Kaaimannen:

De reuzen-roodnek-ooievaar, beest is zeker 1,5m groot en is hier Tui-tui genoemd:

Rivier-crossing over de Rio Negro:

Caipibara´s, het grootste knaagdier ter wereld, ongeveer zo groot als een wild zwijn.

Nanday, een soort parkiet, prachtige beestjes in bijna lichtgevend groen:

Zwartkraag valk:

Grote zwarte valk:

De Vee-reiger:

Hyacint Ara, lengte van kop tot staart 100cm, niet zo goed te zien op foto maar de Ara heeft een felle blauwviolette kleur:

Toukan:

Amazone IJsvogel:

Jacana:

Ons eerste slaapplaats vlak bij een meertje, hier viel de muggenconcentratie goed mee. ´s Avonds genieten we van een prachtige zonsondergang.

We hadden niet echt een plan welke route we zouden nemen in de Pantanal. Van een bevriend koppel (bedankt Anja en Benny) hadden we een track (kleine 400Km) dwars door het gebied en een slaapplaats aan de fazenda (grote veeboerderij) ´4 Cantos´. Zij hadden dit drie jaar geleden gedaan met een Landcruiser, maar de toestand van de ´wegen´ verandert hier jaarlijks omdat het gebied overstroomt met soms niveauverschillen tot 3 meter en een Landcruiser is toch een stuk lichter en kleiner dan onze camion maar we wagen het erop. Stranden op het einde van de track is wel geen optie want we hebben niet genoeg diesel om terug te keren.
Heel de Pantanal is hier privé-bezit van honderden fazenda´s, je moet massa´s poortjes openen om op de verschillende domeinen te geraken. Het eerste gedeelte van de track tot aan de fazenda lukt zonder problemen, wel vaak te smal voor de camion maar de ondergrond is goed. Onderweg weer veel wild en verraste veehoeders :-)

Gordeldiertje:

Coati, een soort wasbeer:

De fazenda ´4 Cantos`, midden in de Pantanal, we arriveren er bij valavond, Christina (de eigenares) en het personeel waren een beetje verrast, het was de eerste keer dat ze zo´n voertuig op hun ´erf´ hadden, we worden warm onthaalt, de tafel wordt gedekt en we kunnen een heerlijke douche nemen. Hier zijn ze nog zo goed als zelfvoorzienend; vlees, confituur, kaas, fruit, enz... allemaal vers van de boerderij. Gekookt wordt er met hout op een antiek fornuis. De sfeer is er geweldig; we gaan piranha vissen, paardrijden, doen een nachtsafari met de jeep, zwemmen en tussendoor voorziet Christina ons van de heerlijkste gerechten.

Sommige bevoorrading gebeurt nog met het vliegtuig.

Vee slachten:

Christina en haar man in de keuken:

Zwemmen in één van de poelen, geen probleem volgens onze gids, alleen ik kwam toch een kaaiman tegen op een vijftal meter van mijne neus. Niet dat ze zouden bijten maar dat deel van de poel hebben we, voor alle veiligheid, toch maar vermeden.

De dag nadien gaan we Piranha-vissen, ongelooflijk hoe die hier bijten, hengel ingooien en onmiddellijk beet hebben, de droom van elke sportvisser. Hieronder onze vangst na een klein uurtje:

Gepaneerd en gebakken in olie smaakten ze heerlijk:

Na vijf dagen nemen we met pijn in het hart afscheid, we hadden hier een geweldige tijd. We krijgen nog het advies om een andere route te nemen dan de track en men verzekerd ons dat het geen probleem zou zijn met de camion. We doen er uiteindelijk twee dagen over, de weg is redelijk goed, soms smal en hier en daar waterpassages maar nooit dieper dan een halve meter. Onderweg komen we weer miereneters, caipibara´s, uilen, wilde zwijnen en veel vee tegen.

De camion is een kleine honderd krassen rijker (niet geteld) maar het was meer dan de moeite waard, we hebben er echt van genoten. Massa´s  wild gezien, prachtige natuur en weer toffe mensen ontmoet. Zeker een aanrader:

Vanuit Coxim trekken we dan richting Chapada dos Guimaraes, een natuurpark wat bekend staat om zijn verschillende watervallen en rotsplateau´s. De weg ernaartoe (BR-163) is een belangrijke verbindingsas voor vrachtwagens die hier soms meer dan 30 meter lang kunnen zijn. De chauffeurs rijden hier weer als bezetenen, voorbij steken gebeurd op goed geluk en we moeten meerdere keren alles dicht smijten om een vrachtwagen te laten invoegen. Onderweg zijn we getuigen van twee zware ongevallen, eentje waarbij een vrachtwagen helemaal uitgebrand in de berm ligt en een ander waar een personenauto half onder een vrachtwagen steekt, geen prettig gezicht. Omdat het stilletjes aan donker begint te worden zoeken we, halverwege het traject een overnachtingplaats, wat hier niet echt een probleem is omdat er om de 50km wel een groot tankstation is met alle voorzieningen die je wenst (douches, buffet voor 4€ per persoon, winkeltje, wifi, werkplaats, enz...). Maar dan, op een helling, een paar kilometer voor onze stopplaats, houdt de motor er mee op. We hebben nog juist genoeg momentum om een kleine inham langs de weg te bereiken. Het is ondertussen al donker, dus zaklamp boven halen en zoeken naar het probleem. Ik vermoed dat er iets scheelt met de dieseltoevoer, filters worden los gemaakt en er zit inderdaad te weinig diesel in. De filters zien er ook niet meer al te best uit (daar zit de Boliviaanse diesel zeker voor iets tussen) dus die worden vervangen en na een klein uurtje in het donker prutsen zijn we weer onderweg. De dag nadien maken we gebruik van de gratis wifi om de website up te daten en mails te beantwoorden. We doen ook een beetje opzoekwerk naar het natuurpark en het blijkt dat een groot deel gesloten is omwille van onderhoudswerkzaamheden. We besluiten dat het dan maar beter is om terug te keren en Bonito te bezoeken en van daaruit dezelfde grensovergang richting Bolivia te nemen maar de camion ziet het allemaal een beetje anders, na een paar kilometers slaat de motor weer af en rijden we snel de berm in om de voorbij razende wegreuzen niet teveel te hinderen. Filters losgemaakt en weer zat er te weinig diesel in, dus we trekken ergens lucht, leidingen worden zo goed als het kan gecontroleerd maar we kunnen niets vinden, we proberen dan maar eens over te schakelen op de andere tank, de eerste 100km geen probleem, maar dan slaat de motor weer af. Alles weer ontlucht, starten en proberen het eerstvolgende tankstation te bereiken om ons luchtlek te vinden. Na nog twee keer stil te vallen zoeken we ons suf naar ons luchtlek, na alle ander opties uitgesloten te hebben blijft er alleen nog maar de handpomp over en gelukkig heeft de werkplaats van het tankstation er eentje liggen. We vervangen de handpomp maar nog steeds slaat de motor af, uiteindelijk is de dichting van de voorfilter, onder de handpomp, de kleine boosdoener, dichting wordt vervangen en hij rijdt weer als nieuw :-)

Bonito, een klein dorpje ten zuiden van de Pantanal, omgeven door grotten en kraakheldere rivieren, het water in deze streek wordt immers gezuiverd door de kalkrijke grond. Parkeren doen we de camion op de camping Gordo van waaruit je gemakkelijk de omliggende rivieren kan bewonderen. We zien er aapjes, massa´s vis, ara´s en krijgen ´s avonds bezoek van een paar vosjes opzoek naar etensrestjes. We maken ook nog kennis met een gezinnetje die hier al een week staan, ideaal om ons Portugees een beetje te oefenen.

Rond Bonito liggen er een aantal grotten waarvan Gruta do Lago Azul de bekendste is. Het is een overstroomde grot met mooie stalactieten en stalagmieten en het 85m diepe meertje onderaan de grot is prachtig azuurblauw. De grot bezoeken kan enkel met gids en je wordt voor vertrek getooid met een modieus haarnetje en helm.

De grensovergang tussen Corúmba en Puerto Suarez is er weer eentje om niet te vergeten. Van Bolivia naar Brazilië was het geen probleem en waren we hier op een klein uur door maar in de andere richting is het een ander paar mouwen. De Braziliaanse kant zijn we door op een klein half uurtje maar aan de Boliviaanse zijde begint het al bij de immigratie, die sluiten de zaak net voordat wij toekomen, siësta weet je wel. Na twee uur wachten worden onze paspoorten afgestempeld en dan op naar de douane waar het chaos alom is. Er staat een lange rij truckchauffeurs die hier al staan te wachten van vóór de middag. De douanebeambten zelf hebben er nog niet direct goesting in, uiteindelijk komen ze tegen een uur of drie (een uur te laat) met een ijsje in de hand piepen,  ze gaan allemaal het kantoortje binnen met de deur netjes achter hun gat dicht, a ja, dat ijsje moet eerst rustig opgegeten worden. Na nog eens een uur worden dan toch de eerste mensen geholpen, wij zijn tegen vijf uur aan de beurt. Allé het kost ons tezamen toch een kleine zeven uur om alles rond te krijgen :-(. Overnachten doen we in Puerto Suarez, niet ver van de grens, langs een prachtig moeras.

Tussenstop in San José de Chiquitanos met zijn jezuïetenmissiepost:

We doen er nog een kleine twee dagen over om Santa Cruz te bereiken. Onderweg houdt Cindy nog een flinke blauwe plek over aan een hondenbeet. In Santa Cruz bezoeken we een klein marktje met wat lekkernijen en brengen een bezoek aan een muelleria (is het Spaans voor een bladveer specialist). De bladveer wordt gedemonteerd en daar blijkt dat er niets mis is met de bussen. We hebben enkel een kleine axiale speling op de assen. Als ze proberen dat op te heffen met een paar verroeste rondellen uit een schroothoop laat ik de ´specialist´ alles terug in mekaar steken. Omdat de speling geen kwaad kan laten we het voorlopig zoals het is en zien we wel.

Onze overnachtingplaats in Santa Cruz:

De hondenbeet:

Hapje eten op een markt:

De muelleria:

Buena Vista, een plaats die we niet snel zullen vergeten. We zitten nu aan de noordzijde van het Amborro park en informeren ons bij SERNAP  (parkwacht) over de mogelijkheden om van hieruit het park te bezoeken. Camping ´La Chonta` is een mogelijkheid, daarvoor moeten we wel een aantal rivieren oversteken waarvan de Surutú de grootste is. Het is nu het droge seizoen en men verzekerd ons dat het water nergens dieper is dan een halve meter en de rest van de weg geen enkel probleem zou mogen zijn. We hadden beter moeten weten, iedere keer als we een Boliviaan vragen naar de toestand van een weg zijn we bedrogen uit gekomen (daarom niet slecht bedoeld) en deze keer was het niet anders. Aan de eerste grote rivier worden we opgewacht door een jonge gids die ons zal begeleiden tot aan de camping.  De rivier crossingen zijn inderdaad geen probleem, de Surutú is een 50-tal meter breed en hier en daar zitten we wel wat dieper maar we geraken erdoor, maar dan, de weg is in de eerste instantie nog redelijk maar veranderd na een tiental kilometer in een ware modderpiste. Na een aantal moeilijke passages beginnen we toch te twijfelen of het wel een goed idee is om verder te rijden maar de gids verzekerd ons dat het nog meer een klein stukje is tot aan de camping en omdat we al zover gevorderd zijn wagen we het erop en dan gaat het goed fout, bij een moeilijk stuk zakken we tot aan onze as in de modder, de camion beweegt voor geen meter meer. Allé, zandplaten en schop losmaken, krik boven halen en we zijn vertrokken. De gids haalt ondertussen zijn vader erbij en met behulp van gevelde bomen, zandplaten en heel wat gekrik lukt het ons na 4 uur om de camion terug vrij te krijgen. Het is ondertussen al redelijk laat geworden en het heeft geen zin meer om vandaag de camion te keren, daar verder rijden onmogelijk is geworden. We doen dan maar een wandeling naar een naburige stroom waar we genieten van een welverdiende frisse duik. De natuur is hier weer prachtig, we zien en horen massa´s vogels. Op de camping krijgen we een kleine cabaña waar we de nacht kunnen door brengen. ´s Nachts wordt ik gewekt door getik op het dak, ´tis niet waar hé, het begint flink te plensen, alsof de weg gisteren nog niet vettig genoeg was. ´s Morgens willen we er natuurlijk direct aan beginnen maar door de plensbui is het beter om te wachten tot middag, daar wordt al snel duidelijk dat het onbegonnen werk is om de camion te keren. We doen een aantal pogingen om achteruit te rijden maar de camion glijdt iedere keer weg in de berm waar het nog veel vettiger is. Achterste wielen worden opgekrikt en ik leg de sneeuwkettingen op maar het is nog steeds niet te doen om zonder wegglijden achteruit te rijden. Onze gids zegt dat hij wel een tractor kan regelen om ons door de modderpiste te helpen, ik vanachter op zijn brommertje op zoek naar een tractor, na twee uur komen we zonder tractor terug, misschien mañana (morgen), misschien ook niet. We vragen aan de gids of hij nog wat volk kan regelen om ons te komen helpen graven. Met een viertal man beginnen we dan de weg af te graven, de gracht wordt opgevuld met gevelde bomen en behulp van de sneeuwkettingen en zandplaten lukt het ons metertje per metertje achteruit te rijden. We glijden nog een aantal keer goed weg maar geraken er steeds op eigen kracht uit. Tegen vijf uur ´s avonds zijn we dan een kleine 200 meter achteruit geraakt tot een plek waar we kunnen keren en dan gaat het snel. Omdat we niet meer willen blijven steken geven we flink gas en geraken we gelukkig zonder al teveel problemen door de andere moeilijke passages en staan we eindelijk terug aan de andere kant van de rivier. Je kunt niet geloven hoe goed een fris pintje dan smaakt :-)

Dag 2: Wachten tot de weg een beetje opgedroogd is:

Frustrerend, niets kunnen doen:

Als je daar ligt te graven ben je natuurlijk een gemakkelijk slachtoffer voor allerhande stekende insecten:

De chaos in de cabine:

Na een goede nachtrust stoppen we ´s anderdaags in een kleine stroom om de camion en het materiaal te poetsen:

Na ons avontuur in Buena Vista trekken we naar Cochabamba waar we het aantal dagen rustig aan gaan doen. We nemen de noordelijke route, langs de weg marktjes en tussen de dorpen door vele houten huisjes, dit is een heel ander Bolivia dan Santa Cruz.

Weer één van de vele ongevallen, een camion waarvan de remmen het na een lange afdaling niet meer deden, de vooras stak halverwege de cabine:

Cochabamba ligt halverwege de vlakten rond Santa Cruz en de toppen van de Boliviaans Andes, het is de derde grootste stad van Bolivia met een kleine 700.000 inwoners. Het is gelegen op een hoogte van gemiddeld 2500m. We bezoeken er de verschillende mercado´s, een klooster, komen weer terecht in een betoging en beklimmen de 1200 treden tot aan Christus.

Op de mercado´s vindt je niet alleen heerlijke verse producten, prullaria, enz... maar worden soms de gekste dingen aangeboden, zoals hieronder lamafoetussen, die zouden op één of andere manier geluk brengen ???

Het Convento de Santa Teresa, hier leefden vanaf de jaren 1700 Carmelieten nonnen in complete afzondering van de buitenwereld. Praten met andere nonnen mocht een uurtje per dag en contact met de familie was beperkt tot één keer per maand. Nu schieten er nog 9 nonnetjes over.

Het centrale plein:

De betoging:

Cristo de la Concordia, een gigantisch Christusbeeld wat hoog boven de stad uit torent. Het grootste beeld in zijn soort, een halve meter groter dan zijn collega in Rio. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de stad.

Van Cochabamba gaat het naar La Paz, omdat je weer moet stijgen van 2500m naar 4000m en het toch 380km is, lukt het ons niet om dit op één dag te doen. We overnachten op het dorpsplein van Patacamaya, een klein dorpje 100km voor La Paz. Om 06Hr30 worden we gewekt door gebonk op de deur, snel uit bed gesprongen en kijken wat er aan de hand was, onze verassing was groot toen we zagen dat we volledig ingesloten waren door marktkraampjes. Achteruit was nog de enige oplossing maar daar moesten we eerst de chauffeurs van de busjes zien te vinden die achter ons stonden, allé, het heeft ons toch een klein uur gekost om iedereen bijeen te sprokkelen en eruit te geraken. Camion effe verderop geparkeerd, ontbijtje en dan natuurlijk de markt bezocht :-)

Zakken vol met coca-bladeren:

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag