05. Chili - Argentinië Mei 2012:

Mendoza, de wijnstad bij uitstek in Argentinië, de stad telt een kleine 1 Miljoen inwoners maar dat is er nauwelijks aan te merken als je er doorheen loopt, de sfeer is relaxed ten opzichte van de andere steden die we tot nu toe bezocht hebben. Parkeren doen we de camion op camping Suiza, een aangename camping waar we weer volop (mis) gebruik maken van de internet verbinding met mails versturen, skypen, website updaten en nog eens het laatste nieuws van België lezen (niet dat er daar veel interessants tussen stond).

Na drie dagen verlaten we Mendoza en trekken via de noordelijke weg naar Upsallata, die al na een kleine dertig kilometer in piste veranderd. Deze keer geen horrorpiste maar een aangename route om te rijden, de vergezichten zijn magnifiek. De weg stijgt van 800m via ontelbare haarspeldbochten tot een hoogte van 3000m, daar brengen we ook de nacht door, wel fris maar ´s avonds worden we verwend met een prachtig gekleurde horizon.

We trekken er al vroeg op uit en worden onderweg weer getrakteerd op de meest bizarre rotsformaties, middagpauze houden we aan een klein zoutmeertje langs de weg.

Overnachten doen we aan Cerro El Alcazar, een paar vreemde rotsformaties met de gekste kleuren.

Van Cerro El Alcazar rijden we verder via Las Flores tot in Rodeo. In Las Flores informeren we ons wat de eventuele vooruitzichten zijn voor de pas Aqua Negro (4779m), die stond hoog op ons verlanglijstje maar blijft jammer genoeg gesloten tot het einde van de winter. Hij is dit jaar iets vroeger dicht gegaan omwille van een aardverschuiving, het zal voor de volgende keer zijn :-). We parkeren de camion in Rodeo op een uitloper aan een meer, prachtige plaats waar we ´s avonds weer kunnen genieten van een mooie zonsondergang.

Omdat de pas niet meer open gaat moeten we onze route aanpassen; het initiële plan was om via Chili een heel stuk verder naar het noorden te rijden en daar dan de grens met Bolivia over te steken. Nu blijven we aan Argentijnse zijde en zullen we via de pas ´Paso de Jama (4400m)´ Chili terug binnen rijden. Eerste grote stopplaats is het Park ´Ischigualasto´ of beter bekend als de maanvallei. Men kan hier met eigen voertuig door het park rijden (40Km), weliswaar onder begeleiding van een gids. Ischigualasto betekent ´land zonder leven´ en staat vooral bekent om zijn rotsformaties in de meest bizarre vormen, ook werd hier een van de oudste fossielen van de dinosauriërs gevonden die hier 180 tot 250 miljoen jaar geleden rond liepen.

Die gekke vormen in de rotsen zijn ontstaan door wind- en watererosie. Veel van de rotsformaties hebben een naam gekregen, onderstaande wordt de Sfinx genoemd.

De onderzeeër:

Overnachten doen we aan de Guarderia in het park. De dag nadien gaat het verder richting noorden, onderweg passeren we de kaap van 50000Km. De kilometers komen er goed bij maar de afstanden zijn dan ook enorm hier, iets wat we helemaal niet gewoon zijn in ons kleine Belgique..

Iets wat je hier langs de weg met hopen tegen komt zijn van die kleine heiligdommen. Hierin worden poppetjes gezet naargelang de heilige wat ze vereren, zo is er ´Gaucho Jill´, de Argentijnse versie van Robinhood of ´La Difunta Correa´. Het verhaal wil dat Correa; vergezeld van haar baby; tijdens de oorlog in 1840 op zoek ging naar haar geliefde. Ze geraakte echter al heel snel door haar voedsel en water voorraad heen en kwam om door dorst en uitputting. Pas enkele dagen later werd haar lichaam gevonden met de levende baby die nog steeds dronk bij de overleden(difunta) moeder. De gebedsplaatsen ter ere van Correa liggen dan ook vol met flessen water om haar te redden van de dorst. Die zijn daar vooral neer gelegd door vrachtwagen chauffeurs die hier bijzonder bijgelovig zijn, misschien ook wel nodig als je soms ziet hoe ze hier rijden.

Cactusje :-)

Volgende halte wordt Cafayate (1660m) een mooi stadje met rondom prachtige wijngaarden waar we staan op de camping ´Luz y Fuera´. Het weer is hier schitterend met temperaturen tegen de 25´, de camping beschikt over wifi en we staan in heel goed gezelschap. Astrid en Theo, een Belgisch koppel die onderweg zijn met een gehuurde camper; Stefan en zijn vrouw, een Duits koppel die bijna een jaar onderweg zijn en dan nog een Canadees koppel met drie kinderen die onderweg zijn met een grote Amerikaanse camper. Het worden een paar gezellige avonden.

Cafayate laten we voor wat het is en bezoeken eerst de ´Quebrada de las Conchas´ langs de RN68. Water en wind hebben hier jarenlang het land geboetseerd tot een surrealistisch landschap waarbij de meest bizarre vormen een naam gekregen hebben, zo vindt je er de ´El Sapo´ (de pad), de `El Obelisco` (de obelisk), enz...

Ter Dole, blonde Grimbergen, Soldaat... goddelijke biertjes wat ik hier toch af en toe gemist heb maaaaar het tij is gekeerd. We hebben hier op Zuid-Amerikaanse bodem een alternatief gevonden, ´El Burro` (vrij vertaald ´den ezel`), een bier gebrouwen door; hoe kan het ook anders; een Belg. In Cafayate heb ik er voor het eerst van mogen proeven, waar het op de kaart werd aangeboden als artisanaal biertje. Bleek dat de brouwerij maar een kleine 50Km verderop in San Carlos lag, wat doe je dan, gaan bezoeken natuurlijk. Jammer genoeg was de Belgische eigenaar juist op reis doorheen Europa, mijn verdriet dan maar verwerkt met een doos vol artisanaaltjes :-)

We maken een grote driedaagse lus via de RN40 waarbij we halt houden aan de dorpjes Molinos en Cachi. Omdat het toch een kleine 200Km onverhard was heb ik deze keer de banden wat af gelaten, dat maakt het rijden over de wasbord toch een stuk aangenamer. Onderweg nog bijna een slang plat gereden, ik had hem te laat gezien, passeerde hem net tussen de wielen. Snel gestopt langs de weg maar de slang was natuurlijk al ribbedebie, beest was een kleine meter lang, in het vervolg toch een beetje opletten als ik nog eens met de sandalen in het gras rond wandel.

De Argentijnse diesel is al niet van de beste kwaliteit dus hier wil je zeker niet gaan tanken.

Molinos:

De achtertuintjes van de huizen liggen bezaaid met rode pepers die liggen te drogen in de zon.

Cachi (2200m), gebouwd aan de voet van de ´Nevado de Cachi`, omringd door toppen tot 6000m. De meeste huizen dateren nog uit de koloniale tijd, er heerst hier een aangename rustige sfeer, volgens de bewoners sterft er hier niemand tenzij van de ouderdom. We hebben hier dan ook eens een paar keer diep ingeademd, moest maar eens helpen.

Van Cachi rijden we door de ´Cuesto del Obispo` over een 3350m hoge pas.richting Salta, ook hier weer worden we getrakteerd met mooie vergezichten.

Salta ligt op de grens tussen de hoge Andes en het middelgebergte. Het is de grootste stad van Noordwest Argentinië en telt ongeveer 850.000 inwoners. Eerst en vooral stond er een olieonderhoud van de camion op het programma, dit laten we doen net buiten het centrum in een straat vol met ´tallers´ (werkplaatsen), we kiezen er eentje uit waarvan de poort hoog genoeg is. 18L verse olie, nieuwe filter en 550 ARS (98€) armer trekken we op zoek naar veruit de enige camping in Salta. Het begint al donker te worden maar dankzij de GPS vinden we de camping Municipal vrij snel, blijkt dat ze gesloten is, klote dus, want op dit uur een slaapplaats vinden in een stad van bijna 1Milj inwoners is geen pretje. We vragen aan de bewaker van de camping of we toch niet mogen parkeren op het complex, ook al is het gesloten, geen sprake van, hij verwijst ons naar een kleine parking iets verderop, deze ligt vlak langs de grote weg en bij gebrek aan andere opties brengen we hier dan maar de nacht door (ongelooflijk hoeveel kabaal die Argentijnen hier ´s nachts kunnen maken). De dag nadien bezoeken we de stad en haspelen we een ´to-do´-lijstje af waaronder winkelen, extra dotatie immodium (daarover later meer), diverse extra oliën en vetten voor de camion, enz...

Vanuit Salta (1200m) trekken we noordwaarts via de RN52 de hoge Andes in. Vanaf Purmamarca gaat de weg stijl omhoog, waarbij ons hoogte record uit Europa (Col de la Bonette 2802m) verpulverd wordt met 4170m. Het is al vrij laat als we deze hoogte bereiken maar we zien het niet zitten om hier onze nacht door te brengen want iedereen weet dat je wat tijd nodig hebt om aan zulke hoogtes te wennen en stijgen van 1200m naar 4170m is zeker niet de goede manier. We rijden daarom nog een stukje door totdat we gedaald zijn tot 3700m en brengen de nacht door langs de weg. Ik had de extra dotatie Immodium al vermeld en deze is vooral voor mijn over-actieve darmflora een halt toe te roepen. Ik wordt de laatste weken geplaagd door stoelgang problemen die gaan van beton tot het vliegend schijt en dan vooral het laatste. Op 3700m, kortademig, starend naar een prachtige sterrenhemel, zittend op mijn beste vriend moet ik wederom gebruik maken van het wondermiddel Immodium (dank je wel Janssens farmaceutica). Na een nacht vol pitstoppen gaat het alweer een beetje beter.

Volgende stopplaats is de zoutvlakte ´Salinas Grandes`, een immense zoutvlakte met een oppervlakte van 120Km². Overal zie je dat er zout gewonnen wordt en het water in de vele bekkens heeft een prachtige blauwe kleur. We bevinden ons hier nog steeds op 3500m.

Onderweg komen we vicuna´s (het kleinere broertje van de guanaco´s) en lama´s tegen. De grens met Chili steken we over op een hoogte van 4400m waarna we nog eens klimmen tot 4820m. De camion beschikt al niet over een hele batterij paarden (130 om precies te zijn) en op een hoogte van 4820m hadden we het gevoel dat daarvan de helft zijn biezen gepakt had, het is proesten en kreunen maar we geraken er.

San Pedro de Atacama ligt gelukkig wat lager (2500m) en behoort tot één van de droogste plaatsen op onze aardbol. Het is een van de zeer weinige natuurlijke oases in de woestijn. Heel karakteristiek zijn de lemen huizen van één verdieping  hoog met platte daken die er aan de buitenzijde niet uitzien maar waarvan de meeste een prachtige binnenplaats hebben. De belangrijkste inkomsten komen hier van toeristen en de lithium- en zoutmijnen op de ´Salar de Atacama`. Omdat het hier zo droog is, is het de uitgelezen plaats om een sterrenwacht te bezoeken, wij gingen langs bij een franse astronoom die hier een tiental kijkers heeft waardoor je kan kijken naar melkwegen 40 biljoen lichtjaren van hier, de planeet Venus, uitdovende sterren, enz...we voelden ons héél nietig. We brengen ook een bezoek aan het archeologisch museum en gaan nog eens langs bij de ´peluqueria´ (kapper).

100Km ten westen van San Pedro ligt de stad Calama, niet het bezoeken waard ware er niet de Chuquicamata-mijn, de grootste open kopermijn ter wereld. De mijnput meet 5km x 2,5km en is 900m diep. De mijn is erg belangrijk voor de Chileense economie maar tevens ook de grootste vervuiler van het land. De mijn trekt enorme hoeveelheden water uit de Andes waardoor oases gelijk San Pedro dreigen droog komen te staan. Vroeger woonden de mijnwerkers vlakbij de mijn  in het dorp Chuquicamata maar dit is omwille van volksgezondheidsproblemen volledig verhuisd naar Calama (het feit dat er onder het dorp nieuwe kopervondsten zijn gedaan zal er ook wel voor iets tussen zitten). In de mijnput rijden gigantische vrachtwagens op en aan. Het leeggewicht van de vrachtwagens is 220Ton en ze kunnen maximum 400Ton aan gesteente laden, het verbruik lag rond de 2L per minuut. De mijn werkt de klok rond en er wordt hier per jaar een kleine 550.000Ton zuiver koper geproduceerd.

De verlaten stad Chuquicamata:

De enorme mijnput:

Onderweg kwamen we meerdere vrachtwagens en treinen tegen, allemaal geladen met zwavelzuur wat gebruikt wordt om het koper te zuiveren, niet echt milieuvriendelijk.

De Atacama-woestijn, hoe droog en onherbergzaam het gebied ook is, toch wordt er hier al decennia van alles en nog wat uit de grond gehaald. In de jaren 1890 werden hier rijke nitraatlagen ontdekt die gebruikt konden worden als kunstmest. Op haar hoogtepunt werd hier 3Miljoen ton nitraat per jaar geproduceerd. De lagen zelf waren relatief dun en dwongen de mijnen steeds tot verdere zoektochten naar nieuwe lagen en zo werden oude fabrieken en dorpen verlaten. Chacabuco is daarvan zo´n dorp wat relatief goed bewaard is gebleven. Het oude theater is voor een stuk gerestaureerd maar de rest van het dorp ligt er als 100jaar geleden bij. Omdat het hier zo droog is roest het metaal nauwelijks en blijft alles vrijwel in zijn oorspronkelijke staat.

De mijnen laten we voor wat ze zijn en verlaten Calama via een onverharde weg richting de ´El Tatio`-geisers. Slapen doen we onderweg aan een klein meertje niet ver van de weg. De dag nadien komen we nog twee Zwitserse fietsers tegen die 1,5 jaar onderweg zijn, fietsen op zulke hoogtes, hoedje af. De ´El Tatio´-geisers liggen op 4300m en zijn daarmee het hoogste geiserveld ter wereld. We komen er in de late namiddag toe en doen nog snel een plons in het verwarmde bad, jaaaaaaa, viel dat tegen, waar het water uit de grond kwam was het net warm genoeg maar de rest van het bad had alleen een warme bovenlaag en daaronder was het steenkoud, van het geplande half uur blijven we er maar een kleine 10 minuten in liggen. ´s Morgens zijn de geisers het actiefst en we zijn dan ook vroeg uit de veren om het schouwspel te bewonderen maar met temperaturen van -6° was het wel een beetje fris, mens moet er wat voor over hebben.

Het is niet alleen voor ons moeilijk om te ademen op zulke hoogtes, de verwarming vindt het zuurstofgebrek ook maar niets, het opstarten gaat gepaard met een ferme rookpluim (linksvoor aan de camion) en ze geeft ons maar net genoeg tijd om de radiatoren een klein beetje op te warmen voordat ze er de brui aan geeft. Na een kwartiertje kunnen we dan opnieuw opstarten maar gezond is dat niet.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag