03. Chili - Argentinië  Mar 2012:

We zijn ondertussen alweer wat wijzer geworden. Onze arme schaapjes (een kleine 300) hebben blijkbaar de gewoonte om voor het slapen gaan gezellig bij mekaar te troepen. Dit gaat natuurlijk gepaard onder het nodige gemekker en het wil nu lukken dat dit net rond onze camion moest gebeuren. Het heeft dus wel eventjes geduurd voordat wij in slaap gevallen zijn. ´s Morgens waren de gaucho´s dan ook een beetje verrast dat er een camion tussen hun schaapkes stond.

Hier en daar weer wat roofvogels gespot.

Volgende halte is Puerto Natales, de uitvalbasis voor mensen die op trektocht gaan in ´Torres del Paine´. We parkeren de camion vlakbij de kade tegenover een kleine kazerne. In het dorp informeren we ons over het park en trakteren ons ´s avonds op een droogje en een natje.

04 Maart trekken we via de westelijke route richting het park ´Torres del Paine´ (± 100Km). Langsheen de weg worden we verwend met mooie vergezichten op de verschillende meren en bergen. De eerste nacht verblijven we op camping ´Rio Serrano` net voor de ingang van het park.

´s Avonds proberen we de BBQ aan te steken en met succes (hout werd gratis geleverd door de camping).

´s Morgens vullen we de watertanks en trekken we het park binnen richting de gletsjer ´Grey´. In dit stuk van het park heeft er jammer genoeg een hevige brand gewoed (Dec 2011) en zijn er grote stukken vernield.

We parkeren de camion bij het ranger-station vlakbij de gletsjer ´Grey´ om van daaruit te voet de gletsjer te bezichtigen. In het door smeltwater gevormde meer drijven enorme stukken ijs, prachtig om te zien.

De dag nadien gaat het van het ranger-station richting ´Las Torres´ aan de andere kant van het park waar de beroemde ´Torres del Paine´te bezichtigen zijn. Onderweg stoppen we nog aan één van de grootste watervallen van het park.

Om de ´Torres´ te kunnen bezichtigen moet je een kleine dagtrip doen van een zestal uurtjes. ´s Morgens twijfelen we nog om te vertrekken omdat de wind weer ongelooflijk tekeer gaat maar we zetten door. Bij het beklimmen worden we op sommige momenten bijna omver geblazen en dit zonder te overdrijven, stoppen met wandelen en jezelf schrap zetten was dan de boodschap. Rond de middag trekt de hemel open en op de top wordt onze inspanning meer dan beloond.

Dag 4 in het park trekt Cindy de Gaucho-kaart en gaat ze paardrijden, wel iets te langzaam naar haar goesting maar de omgeving maakte veel goed.

De vurige knol :-)

De refugio´s worden bevoorraad met behulp van paarden en hier wordt echt alles op de rug van een paard gesjord.

De dag nadien trekken we dan voor een paar dagen de bergen in voor een deel van de beroemde W-trek te doen. Wij hebben er een U-trek van gemaakt omdat het stuk langs de gletsjer Grey grotendeels plat gebrand was.

Kleine halte aan de Refugio.

Onze overnachtingplaats voor de komende twee dagen. Van hieruit doen we een dagtrip in de vallei ´Frances´ en kunnen we onze rugzakken achterlaten in de tent.

De tweede nacht begint we weer de volle laag en moeten we ´s morgens opbreken in de gietende regen. Eens je op pad bent maakt het wel niet meer uit. Onze spullen hebben we achteraf gedroogd op de camping ´Rio Serrano`.

Van het park trekken we terug naar Puerto Natales om daar een oliewissel en de was te laten doen. We zaten ook ver door onze voorraden heen zodat de plaatselijke supermarkt weer goed aan ons verdiend heeft. Na nog een nachtje op de parking van de rederij gaat het richting El Calafate (400Km) van waaruit men de gletsjer ´Perito Moreno´ kan bezichtigen. Ver heel het dorp leeft op de inkomsten komende van de gletsjer. Vorig weekend waren hier nog 5000 bezoekers om een groot stuk te zien af breken, iets wat hier ongeveer om de vijf jaar gebeurd, jammer genoeg is het stuk ´s nachts afgebroken en waren slechts enkele hardliners getuige. Bij ons bezoek was het gelukkig niet zo druk en konden we in alle rust genieten van het uitzicht en ja wij hebben ook een stukske zien afbreken weliswaar niet zo groot maar toch indrukwekkend.

El Chalten een dorpje met niet meer dan 600 inwoners en vooral bekend om de berg `Fitz Roy`. De weg ernaar toe voert eerst door een schraal en verlaten steppelandschap (de 85km is sinds kort verhard) en dan kom je terecht in een dorp omringd door bergen. We parkeren de camion aan de rand van het dorp vlakbij de start van diverse trektochten naar de `Fitz Roy` of `Cerro Torre`. We bezoeken er een kleine brouwerij die een ambachtelijk biertje brouwt dat iets heeft van Hoegaarden met een lichte citroensmaak.

We spotten nog enkele mobilhomes (hier noemen ze dat een `casa rodante`) die niet altijd in even goede staat zijn.

Dag twee van ons bezoekje aan El Chalten staat de `Fitz Roy` op het programma, een dagtocht van ongeveer acht uur. Zeker een aanrader, de wandelwegen waren goed aangegeven en de uitzichten prachtig.

De laatste dag in El Chalten brengen we nog een bezoekje aan een waterval niet ver van onze standplaats.

Van El Chalten trekken we via de Ruta 40 verder richting het noorden. Wat de Ruta 40 betreft, iedere Argentijn zal je vertellen dat het langsheen deze weg `muy lindo` is wat zoveel betekent als zeer mooi maar ik moet zeggen dat dat zwaar tegenvalt. De weg is een afwisseling van asfalt en wasbord (bij momenten slecht) en de uitzichten gaan van saai naar zeer saai. Na iedere bocht (en dat zijn er al niet veel) hetzelfde niets. Dus de volgende Argentijn die tegen mij nog eens durft te vertellen dat de Ruta 40 muy lindo is sl.........bakkes. Tankstations zijn er ook al niet te bespeuren, als er dan toch eentje is hebben ze meestal geen brandstof meer. We waren gewaarschuwd en hadden de tanks nog eens vol gedaan in `El Calafate`.
De Ruta 40 laten we voor wat het is en steken terug de grens over in Chile-Chico om in Chili de route 265 te nemen langsheen Lago General Carrera. Wel, het contrast had niet groter kunnen zijn want route 265 is met stip de mooiste weg die we ooit gereden hebben, de uitzichten over het meer zijn spectaculair, het eene wauw-moment volgde het andere op. De weg is hier ook onverhard maar wordt goed onderhouden zodat er nauwelijks sprake was van wasbord, van deze weg hebben we echt genoten.

Soms héél stijl naar beneden:

De wegenwerkers:

Lago General Carrera

Op sommige plekken vindt je betonnen platen om de vallende rotsblokken tegen te houden maar deze zijn niet altijd even effectief.

Dit was `s morgens ons uitzicht vanuit het venster. We rijden nog een stuk op de route 265 waarna we de route 7 richting het zuiden nemen langsheen de Rio Baker.

Middagpauze:

De Rio Baker met een debiet van 900M3 per seconde zorgt in de regio voor veel onrust daar men plannen heeft om de rivier af te dammen. Hierdoor zal waardevol natuurgebied verloren gaan en de opgewekte stroom is niet voor dit deel van het land maar dient voor de kopermijnen in het noorden.

Ons slaaplaatsje voor de volgende nacht.

We nemen Ruta 7 terug richting Coyhaique. De staat van de weg gaat van redelijk tot verschrikkelijk, een mengeling van wasbord en gaten, meestal kan je er wel omheen maar soms is de weg compleet bezaaid en kun je niet anders dan er doorheen. Dat alles in combinatie met het stof maakt het rijden niet altijd even aangenaam.

Coyhaique (de naam komt van de Tehuelche-indianen en betekent kamp tussen de rivieren) een stadje van 45000 inwoners dat door de aanleg van de Carretera Austral in 1980 uit zijn isolement gehaald werd en nu de hoofdstad vormt van de Región Aisén. We doen er  inkopen en de was had ook weer een beurt nodig. Wat ons vooral zal bijblijven hier zijn de sporen van de stakingen omwille van de eerder vernoemde stuwdam. Van de meeste gebouwen waren de vensters ingeslagen en op elke hoek van de straat stonden minstens vier politie agenten. Eigenlijk mogen we van geluk spreken dat we tot hier zijn geraakt want de grens met Argentinië was tot vorige week gesloten door de onrust en dat maar liefst voor een periode van vier weken. Coyhaique laten we voor wat het is en trekken verder richting het noorden. Volgende stopplaats is het prachtige natuurreservaat ´Queulat´ opgericht in 1983 en wat bekent staat om zijn kristalheldere bergriviertjes en maagdelijke wouden. We doen er twee wandelingen waaronder eentje door het regenwoud en een ander naar de gletsjer ´Ventisquero Colgante´.

Hier barst het nog van het leven en is behalve het wandelpad alles nog in zijn oorspronkelijke natuurlijke staat. In dit park alleen al groeien er meer dan 400 verschillende soorten mossen en paddestoelen.

Een soort reuzen rabarber.

Buiten al het plantenschoon kunnen we ook nog enkele vogeltjes spotten.

Het natuurpark ´Queulat´ staat nu al bij één van de toppers van onze trip.

We zetten onze trip verder en net voorbij het dorp ´Puyuhuapi´ staat er plots een vrouw wild te zwaaien op de weg. In de eerste instantie begrepen we niet goed wat er aan de hand was tot ze wees naar de gracht; een auto die nog nauwelijks door de begroeiing te zien was; had zijn bocht gemist en was in de berm tot stilstand gekomen. Het ongeval was nog maar net gebeurt en de bestuurder zat nog in het voertuig. Al snel stopt een tweede voertuig en roept met zijn radio de hulpdiensten op (op de meeste plaatsen is er geen gsm verbinding en wordt er nog gewerkt met radiomiddelen). Ondertussen halen we de arme man uit zijn voertuig die gelukkig niet gewond is. De brandweer arriveert iets later en haalt de takken rond het voertuig weg en onze 911 doet de rest :-)

We trekken verder door de regio Aisèn waarvan in de jaren ´40 de kolonisten grote stukken kregen toegewezen voor de veeteelt. Omdat het bos als waardeloos beschouwd werd vond men er niets beter op dan de boel kaal te branden. Grote bosbranden teisterden jarenlang Aisèn die op sommige plekken voor onherstelbare schade zorgden. Zwartgeblakerde boomstronken vormen hiervan nog de stille getuigen. Er wordt ook druk gewerkt aan de ´Carretera Austral´, de weg die het gebied Aisèn verbindt met de rest van Chili en opnieuw een bedreiging vormt omdat het nu interessant wordt de overgebleven regenwouden te kappen voor het kostbare hout. Gelukkig worden er grote stukken beschermd maar het geeft toch een deprimerende indruk als je net van een natuurpark zoals ´Queulat´ komt.

Chaitén, een dorp dat in 2009 voor de helft weggevaagd werd door een vulkaanuitbarsting en waarvan we nu nog de sporen konden zien. Daar we vrij laat toekomen en ons hier wilden informeren over het nabijgelegen park ´Pumalin´ rijden we door tot het nabij gelegen Santa Bárbara waar we een wondermooi plaatsje vinden voor de nacht.

De vulkaan en wat er nog overschiet van het dorpje Chaitén:

We rijden een stuk terug tot aan de zuidelijke ingang van het park ´Pumalín´. De vroegere eigenaar van het merk ´Esprit´ kocht in de jaren ´90 een woud van 17.000 ha, nu twintig jaar later is het park bijna 300.000 ha groot en daarmee het grootste privé natuurpark van de wereld. Alles is hier zeer mooi onderhouden en we verblijven als enige op een gratis campingplaats net voorbij de ingang van het park. In de namiddag krijgen we bezoek, het blijken James en Christine te zijn, twee medepassagiers van de ´Grande Africa´, hoe groot is de kans dat je elkaar terug ontmoet op zo´n groot continent. Er was weer veel bij te praten en het wordt een gezellige avond. Zij trekken de dag nadien naar Chaitén en wij doen nog een wandeling in het park.

De wandeling:

Ze zijn bliksemsnel en je krijgt nooit de tijd om je camera scherp te stellen maar hier is het me dan toch eindelijk gelukt om een kolibrie te fotograferen.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag