02. Argentinië Feb 2012:

De drukte van de stad Buenos Aires laten we voorlopig voor wat het is. We trekken via de oostkust van Argentinië verder naar het zuiden. De eerste stopplaats is een Estancia iets ten noorden van Punta Indio.

Pattatekes schillen voor het avondeten:

In het natuurpark zijn we op zoek gegaan naar wat beestjes maar om die op foto te krijgen is een ander paar mouwen. Onze eerste kolibrie hebben we gespot maar natuurlijk niet op beeld, we moeten het stellen met een vlinderke en een parkiet.

Een van de volgende stopplaatsen is langs de kust niet ver van het dorp Necochea waar we ook de nacht doorbrengen. Een hele mooie en rustige plaats aan het strand waar de temperatuur 's nachts zakt tot een aangename 20 graden. 's Anderdaags kopen we in het dorp nieuwe badsloefkes daar mijn vorige gesneuveld zijn in Santos.

Volgende halte het natuurpark 'Les Très Picos' met onze eerste wandeling naar de 'Cerro de la Ventana' (1186m). Er wordt ons al meteen duidelijk dat de boottrip een aanslag was op onze conditie, met andere woorden, vies af gezien. Het uitzicht maakte wel veel goed.

Afdalen gaat al een heel stuk gemakkelijker.

Next stop; Balneario El Condor waar een van de grootste papagaaien kolonies van Zuid Amerika zit, de beestjes laten zich deze keer wel gemakkelijk fotograferen.

Hier brengen we ook de nacht door. Het heeft wel even geduurd vooraleer dat alle Argentijnen in hun bed lagen maar tegen een uur of één 's nachts werd het ook hier rustig.

's Morgens spotten we iets verder dit voertuig, een koppel dat onderweg was van Noord naar Zuid-Amerika.

Van El Condor gaan we op zoek naar een zeeleeuwen kolonie en daarvoor moeten we de Rp1 nemen. De hoofdwegen in Argentinië zijn over het algemeen goede asfaltwegen maar vanaf het moment dat je een zijweg neemt veranderd het asfalt in een wasbordpiste en daar heb je verschillende klassen in. De Rp1 was er zo eentje waarbij de vullingen uit uw tanden rammelen en dat over een afstand van meer dan 120Km. En als dat nog niet erg genoeg was draaide de wind en kwam hij deze keer vanaf het land met rukwinden van meer dan 100Km/Hr. met als gevolg dat je geen hand meer voor uw ogen zag en het stof tot in uw bilspleet drong. Hieronder het landschap waar de Rp1 doorloopt en hier was de wind nog niet gedraaid.en nee we hebben geen zeeleeuwen gezien.

Volgende dag eerst het stof wat uit de camion geborsteld en dan verder richting Péninsula Valdès. Onderweg gaan we ook voor de eerste keer tanken, vanaf Rio Grande worden de dieselprijzen een stuk goedkoper, hier betaal je ongeveer 3,7 Peso's per liter wat neerkomt op een 67 eurocentjes. Er staat dan ook een lange rij aan te schuiven aan het tankstation, na 1,5 uurtje zijn we aan de beurt. Beide tanks worden tot de rand gevuld, 290 liter voor omgerekend 194€.

Péninsula Valdès, een 'kleine' landtong (ongeveer half België) waar er grote kolonies zeeleeuwen en pinguïns zouden zitten. De inkom van het park bedraagt 70 Peso's (12,5 €) voor buitenlanders, dat is ongeveer 3 maal zoveel als dat de Argentijnen moeten betalen, dit is de normale gang van zaken dat buitenlanders ergens twee tot drie maal meer moeten betalen. Omdat we redelijk laat toekomen, overnachten we net buiten het park zodat we 's anderdaags vroeg het park kunnen binnen gaan.

Het infocentrum van het eiland:

Alle wegen op het eiland zijn onverhard maar niet zo erg als de laatste keer en nu worden we wel beloond. De volledige trip rond het eiland is een kleine 200Km.

De was hebben we tot nu toe met de hand gedaan maar het beddengoed is ook aan een beurt toe met al dat zand en stof, in Puerto Madryn vinden we een wassalon, 's anderdaags kunnen we de was gaan afhalen dus overnachten we op een camping ACA vlakbij het dorp, daar ontmoeten we Angela en Tom een Brits-Amerikaans koppel met hun hond Winston die al twee jaar onderweg zijn vanuit Californie. In Puerto Madryn laten we ook de gasfles vullen, tot nu toe 8kg gas verbruikt en daar zaten 6 weken Marokko en 2 weken Zwarte woud bij dus dat valt goed mee. Omgerekend komt dit neer op een kleine kilo gas per week.

Vanuit Puerto Madryn gaat het verder richting het zuiden. We doen weer een flinke hap, een kleine 440Km tot bijna in Comodoro Rivadavia, daar overnachten we niet ver van de grote weg, het verkeer valt goed mee maar de wind is een ander paar mouwen, dit keer schud de camion niet alleen van links naar rechts maar ook nog van onder naar boven. Comodoro is een kleine industriestad waar het allemaal om olie draait. Dit vertaalt zich wel niet altijd aan de pomp, we hebben het al meermaals meegemaakt dat er geen diesel te verkrijgen is en als er dan toch eens brandstof is staan er enorme files. Voor ons valt dat meestal wel mee omdat het merendeel van de wagens hier op benzine rijdt. We rijden in elk geval niet meer tot de tank leeg is maar tanken wanneer we kunnen.

Na Comodoro stoppen we iets verder dan Coleta Olivia voor het middageten, het is zo´n mooie rustige plaats dat we besluiten niet verder te rijden. In de namiddag werd de plaats wel overspoeld met Argentijnse dagjestoeristen, een schouwspel op z´n eigen, de auto´s staan dan bumper aan bumper, deuren open en de radio keihard, allemaal een ander CD-tje natuurlijk.

Van Coleta Olivia naar Puerto San Julian (360Km), onderweg overschrijden we ook de 40000Km, bijna tijd voor een revisie :-)

In San Julian gaan we staan op het gemeentelijke sportpleintje. Hier merkte ik dat één van de twee remvloeistof-reservoirs zo goed als leeg was, bij controle bleek dat de toevoerleiding naar de hoofdrempomp een kleine scheur had, in het dorp dan op zoek gegaan naar een nieuwe leiding en wat remvloeistof en alles is weer gelijk nieuw.

Tegen de late namiddag worden we dan verrast door een bezoekje van Ils en Johan, twee medereizigers van de Grande Africa. Er wordt weer heel wat bij gekletst met een paar fleskes Quilmes (de lokale Stella).

In San Juan proberen we de tank nog eens vol te gooien, gisteren waren alle pompen weer leeg maar vandaag hebben we meer succes. Van San Juan gaat het naar de ´Estancia Monte Leon´ wat nu is omgevormd tot een groot natuurpark met pinguïns, guanaco, comoranten (lijkt van ver op een pinguïn maar deze kan vliegen) en er zouden ook puma´s zitten maar die hebben we natuurlijk niet gezien.

Guanaco´s:

Slaapplaatske in het park:

Heel de kustlijn van het park bestaat uit rotsformaties die vol zitten met comoranten. Vroeger werd er van deze rotsen de ´guano´ (uitwerpselen) verzameld om te gebruiken als meststof (tot 10000 Ton). De comoranten gebruiken echter deze mest ook om hun nest van te maken, mat als gevolg dat de vogel bijna uitgestorven was. Dankzij de opkomst van kunstmest heeft de populatie zich terug kunnen herstellen en alles ligt weer vol met ´guano´ zoals weleer.

Elke rots hangt hier vol met kleine mosseltjes.

Iets verderop zit er een pinguïnkolonie van 75000 koppeltjes, de meeste hebben nog jongen die net hun dons beginnen te verliezen. Op het land zien ze er allemaal wat klungelig uit maar van het moment dat ze in het water springen zijn ze bliksemsnel.

Effe uitrusten.

Van Monte Leon gaat het richting Rio Gallegos waar we net voor de stad stoppen aan een gebedsplaats. We parkeren de camion op een grillplaats, mooi verhard en uit de wind. Ik heb dan ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de camion nog eens te soigneren met vers vet.

Van Rio Gallegos gaat het naar Tierra Del Fuego (Vuurland), ongeveer zo groot als Ierland en waarvan 1/3 Argentijns grondgebied is en de rest behoort tot Chili. Het wordt van het Zuid-Amerikaans continent gescheiden door de Magallansstraat dus we moeten een ferry nemen om er te geraken.

De hoofdstad van Tierra del Fuego is Ushuaia de meest zuidelijke stad van de wereld, door de Argentijnen ´el fin del mundo´ genoemd. Je moet wel twee keer de grens oversteken Argentinië-Chili en nadien terug Chili-Argentinië. De eerste grensovergang ging vlot maar de tweede hebben we op een zaterdag genomen en aangezien de vakantie hier op zijn einde loopt was het die dag bijzonder druk, bijna drie uur moeten aanschuiven. Vanaf die grenspost wordt de weg weer onverhard voor een kleine 120Km, sommige stukken hiervan liggen er zeer slecht bij. Eén van de volgende haltes wordt het dorpje Tolhuin wat vlakbij Lago Fagnano ligt. Aangezien we hier niet meer zover van Antartica (dikke 1000Km) af zitten laat zich dat ook voelen aan de temperatuur. De winterjassen en muts worden weer bovengehaald.

In het dorp spotten we een Kürzhauberbus omgebouwd tot camper.

Lago Fagnano:

Ons slaapplaatske aan het meer:

Van Tolhuin rijden we dan naar Ushuaia (100Km). Onderweg komen terecht in een paar fikse sneeuwbuien, dat belooft.

Ushuaia, el fin del mundo, de toegangspoort tot Antartica maar met een prijskaartje van een kleine 5000€ per persoon voor tien dagen toch net iets boven ons budget. De centrum van de stad heeft iets weg van een Oostenrijks skioord, zeer toeristisch maar waar jammer genoeg niet iedereen van kan profiteren, buiten de stad stoot je dan ook snel op golfplaten huisjes. De omgeving is wel magnifiek, het Beaglekanaal omringd door bergen waarbij de sneeuwgrens op slechts 600m ligt.

De eerste nacht in Ushuaia parkeren we de camion aan het `Estacion del Fin del Mundo`, het laatste treinstation van de wereld.

Speciaal voor de Raf die ons voorzien heeft van maar liefst ´ZES´ Kg Loonse stroop hebben we deze fotootjes getrokken. Merciekes Raf, de stroop heeft al goe gesmaakt.

Omdat Zuid-Amerika meer te bieden heeft dan de uitzichten door onze voorruit parkeren we de camion op camping ´El Andino´, alom bekend bij de overlanders en trekken we eropuit in het park Tierra del Fuego voor het maken van een tweedaagse trektocht. Het nationaal park is een gebied dat bijzonder rustig en zuiver is en bijna helemaal gevrijwaard van menselijke inmenging. Allé, bijna toch want het staat ook bekend om zijn talrijke bevers die hier in de jaren vijftig geïmporteerd werden vanuit Canada om de bonthandel te stimuleren. Hun aantal wordt nu geschat op een slordige 50000 en we zullen het geweten hebben.

Camping ´Andino´:

De trektocht:

Eén van de passages waar een bever flink huis gehouden had. Zelf brugjes bouwen van omgevallen bomen was de enige mogelijkheid om de voeten droog te houden.

De streek staat er ook om bekend dat het weer zeer snel kan omslaan, hier kan je vier seizoenen op één dag krijgen. Wij hebben in elk geval de winter op zijn best gehad.

We zetten de tent op vlakbij een groot meer, eerst een potje gekookt en tegen een uur of acht kruipen we er al in. ´s Nachts krijgen we de volle laag en tegen de morgen ligt er op sommige plaatsen 15 cm sneeuw. Door de zware sneeuwval van de nacht is het te moeilijk om de pas over te steken en besluiten we om dezelfde weg terug te nemen. Tegen een uur of drie in de namiddag bereiken we moe maar voldaan ons camionneke.

Estancia Harberton, de oudste estancia van Tierra del Fuego, werd opgericht in 1886 door de anglicaanse dominee Thomas Bridges. Hij bestudeerde de Yamana-indianen die op zijn domein een veilig onderkomen vonden. Het domein beslaat een oppervlakte van 20000 ha en ligt vlak langs het Beagle-kanaal. Nu wordt de estancia gerund door de achterkleinzoon (ondertussen ook al 86j). Tot in 1995 leefde men vooral van de schapenteelt, de strenge winter van dat jaar doodde echter 90% van de schapen. Nu worden de inkomsten vooral gehaald uit het toerisme. De rondleidingen worden verzorgd door een 20-tal studenten die er gedurende de zomermaanden verblijven. Aangrenzend aan het woonhuis (werd in 1900 integraal overgevaren vanuit Groot-Brittannië) bevindt zich een klein museum gewijd aan zeezoogdieren.

Langs de weg kom je veel kleine eigendommen tegen gemaakt van houten planken en golfplaten.

Ik heb het al vaak vermeld dat de wind hier lelijk huis kan houden. Op sommige plekken gaan de bomen er zelfs scheef van groeien.

Ons slaaplekske op het domein van de estancia.

Zo zag de estancia eruit op dag één van ons bezoek.

Op dag twee zag het er zo uit.

Onze gids met op de achtergrond het woonhuis van de familie.

De stal waar de schapen geschoren werden.

Lange tijd was er geen verbindingsweg tussen de estancia en Ushuaia, alle transport gebeurde over het water. In de jaren ´60 legde de achterkleinzoon als eerste de 75 km af met een oude Willy´s jeep. Hij deed er 8Hr over, nu doe je over dezelfde afstand een dik uur. De Willy´s doet het nog altijd.

Aangrenzend aan de estancia is er een gezellig restaurant ook gerund door de studenten.

Het museum.

Slaapplaats net buiten het domein van de estancia.

Deze vogel spotten we ´s morgens net achter de camion.

Vanuit Harberton gaat het dan richting Chili over 350 Km onverharde wegen. De staat van de weg viel over het algemeen mee, enkel de laatste 75Km waren weer wasbord van de ergste graad. We kiezen dit keer voor de kleine grensovergang Bella Vista, om de grens te overschrijden moet je door een klein riviertje rijden (± 35cm diep).

Slapen doen we net over de grens met Chili op een stuk gekapt bos.

Massa´s hout liggen hier voor het rapen.

Het avondeten bestaat uit zelfgedraaide gehaktballen.

Overnachten doen  we op het einde van een doodlopende weg. Wel eerst nog wat arme schaapjes moeten wegjagen.

Het was daar zo rustig dat ik van de gelegenheid gebruik gemaakt heb om de camion een kleine checkup te geven.

Vorig verslag    Overzicht    Volgend verslag