Namibie 2015:

In 2015 stond er geen grote trip op het programma, we gingen immers zoveel mogelijk tijd besteden aan allerhande werken aan ons huis. Maar zie, een gezellig avondje uit met een glaasje wijn en een flinke trappist besliste daar anders over. En zo komt het dat we 6 maanden later in Windhoek, de hoofdstad van Namibië, staan aan het begin van een nieuw avontuur. We hebben een route uitgestippeld van om en bij de 4000km gespreid over 25 dagen. In hoeverre dat dit allemaal gaat lukken lezen jullie hieronder.

Om in Windhoek te geraken moest er natuurlijk eerst gevlogen worden en dat hebben we gedaan met Condor-flights die ons in ongeveer 10Hr tijd van Frankfurt tot Windhoek brachten. De eerste avond brachten we door  in een klein hostel in het centrum van de stad. De dag nadien werden we dan opgepikt door het verhuurbedrijf voor de overname van onze wagen te regelen. En zie daar, we zijn nu de fiere eigenaar van een Toyota Hilux voorzien van een daktent en basic kampeermateriaal. Hopelijk brengt hij ons zonder panne naar al de uithoeken van Namibië. In tegenstelling tot België wordt er hier links gereden en ik kan jullie verzekeren dat de eerste kilometers in de stad best wel spannend waren. Vooral de ronde punten zijn een vreemde ervaring maar we geraken toch zonder kleerscheuren tot aan het warenhuis. We stouwen de winkelkar vol, halen de nodige Namibische dollars af en trekken dan richting Waterberg dat op een kleine 300km ten noorden van de hoofdstad ligt.

Onze eerste overnachtingplaats aan de voet van Waterberg. Hier wordt ons 's morgens meteen duidelijk gemaakt dat we kamperen tussen het wild. Als we beiden naar de toiletruimte zijn wordt bijna onze hele ontbijttafel gestolen door een bende Bavianen. We kunnen ze wegjagen maar het kwaad was al geschied, er sneuvelt niet alleen ons ontbijt maar ze zijn er ook in geslaagd om een deel van onze proviand uit de achterbak mee te ritsen. We zijn gewaarschuwd, dit gebeurd ons geen tweede keer meer. Foto's van onze dieven hebben we niet want we hadden het veel te druk met ze weg te jagen en te vervloeken. Na een iets bescheidener ontbijt dan gepland doen we een kleine wandeling in het park waar we een dik dik tegenkomen, één van de kleinste hertsoorten ter wereld.

Diezelfde dag rijden we van Waterberg naar Rundu, één van de langste trajecten van onze trip (560Km). De hoofdwegen zijn in zeer goede staat waardoor zulke afstanden zonder al te veel problemen mogelijk zijn. In Rundu vullen we onze voorraden nog eens aan (na ons gestolen ontbijt) en trekken de dag nadien verder naar Ngepi, een campsite langsheen de Okavango-rivier.

Langsheen de laatste kilometers naar de campsite staan meerdere waarschuwingsborden ;-)

Warm water wordt verkregen met behulp van de zogenaamde donkey, een metalen vat waaronder vuur gestookt wordt. Elke morgen en avond komt er iemand van de campsite hout bijvullen zodat je heel de dag lekker warm kunt douchen.

Buitenlucht toilet:

De Okavango rivier:

De campsite heeft maar gedurende een paar uur per dag stroom zodat onze ijskast voor het eerst op de batterij moet draaien en daar merken we dat die niet meer in al te goede staat is. De ijskast slaat onmiddellijk af en dit is natuurlijk een probleem omdat we de komende dagen wild gaan kamperen. We contacteren het verhuurbedrijf die ons melden dat de enige plaats om een nieuwe batterij te kopen Rundu is. Er zit dus jammer genoeg niets anders op dan 's morgens terug naar Rundu te rijden (220km enkel). We zijn die dag dan ook al vroeg uit de veren om zo weinig mogelijk tijd te verliezen. Het wisselen van de batterij verloopt vlot en tegen de middag staan we al terug langs de Okavango rivier voor een bezoek aan het Mahango National Park. Dit park staat vooral bekend om zijn grote verscheidenheid aan hert-achtigen en nijlpaarden.

De ingang van Mahango NP:

Onze eerste olifant, heel indrukwekkend als je die beesten in het wild tegen komt.

Een impala:

Nijlpaarden grazend op de oever van de Okavango:

Een reusachtige apenbroodboom:

Gewone troupant:

Een kudu:

Een flink uit de kluiten gewassen struisvogel:

Paardantilope of roanantilope:

Sabelantilope:

Onze volgende halte is de Mahango campsite vernoemd naar het naburige park. Na de vele kilometers van afgelopen dagen besluiten we om hier twee dagen te blijven staan en een beetje tot rust te komen.

Ontbijt en dit keer zonder bavianen:

Blauwe spreeuw:

De plaatselijke bar op de campsite:

Een kürzhauber die nog in heel goede staat verkeerd. Hij behoort toe aan de eigenaars van de lodge en wordt hier voornamelijk gebruikt voor veetransport.

We boeken een tocht op de Okavango rivier om de nijlpaarden wat van dichterbij te kunnen bekijken. De tocht duurt uiteindelijk drie uur waarbij we niet enkel nijlpaarden te zien krijgen maar ook tientallen verschillende soorten vogels, olifanten, aardvarkens, enz...

Bonte ijsvogel:

Afrikaanse skimmer, de onderzijde van zijn snavel is langer dan de bovenzijde. Hiermee schept hij kleine visjes uit het water.

Kaapse zwaluw:

Aardvarken:

Deze olifant was niet zo gelukkig met ons.

Van Mahango gaat het eerst naar het nabijgelegen Buffalo park, waarbij de naam al verklapt waarom het hier gaat. We vertrekken redelijk vroeg om voor de grote middaghitte het park bezocht te hebben.

De ingang van het park, we zijn de eerste bezoekers en aan de gastenlijst te zien gaan we ook de enigen blijven.

Het duurt niet lang voor dat we onze eerste buffels spotten. Het zijn echt enorme beesten, je kan ze het best vergelijken met koe op een flinke portie steroïden.

Geelbek neushoornvogel, deze vogel komt hier veelvuldig voor.

Geelbek ooievaar:

Kaapse gier:

Mudumu NP ligt een kleine 200km verder oostwaarts in de Caprivi strip. Dit park grenst aan Botswana en hier mag je wild kamperen. Onze permit regelen we aan de ingang van het park. Er zijn drie sites waar je mag kamperen, we mogen kiezen want ook hier is er weer bijzonder weinig volk. De wegen doorheen het park zijn vaak erg zanderig en hier en daar heeft de auto het toch wat moeilijk maar we geraken er toch steeds door. Onderweg zien we bavianen, kuddes olifanten, gnoes, zebra's, enz...

Campsite 3 is de mooiste en van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de Kwando rivier. Het park is vooral bekend om zijn populatie nijlpaarden maar die hebben we vandaag nog niet gezien. We maken een kampvuur, barbecueën en bakken ons eerste kleine broodje. Omdat de nijlpaarden hier 's avonds uit het water komen om te grazen kruipen we er vroeg in. Na een paar uurtjes worden we gewekt door het geluid van een kauwend dier, waarschijnlijk een nijlpaard. We zetten ons rechtop in de tent en wat er toen achter de heuvel uit kwam hadden we niet direct verwacht, op nog geen 10 meter van ons tentje staat er plots een olifant naar binnen te gluren. Na enkele seconden, die wel minuten leken vervolgt hij gelukkig zijn weg. We waren er toch niet helemaal gerust in, zeker niet na het youtube-filmpje dat we net voor de reis bekeken hadden waar een olifant een daktent vernield op zoek naar eten. Diezelfde nacht krijgen we nog bezoek van een hele kudde olifanten, weliswaar niet meer zo dichtbij maar toch. Het wordt dus een onrustige nacht maar wel zonder veel erg. Nijlpaarden hebben we by the way niet gezien.

Van Mudumu gaat het een stukje terug richting Kongola om deze keer te kamperen op de Nambwa Campsite, hier gaan we normaal geen bezoek meer krijgen van onze dikke vrienden.

Het sanitair:

De Kwando rivier:

Omdat we niet lang hebben kunnen genieten van de mooie Ngepi Campsite (door onze batterijpanne) en nog een dagje reserve hadden besluiten om niet in één keer terug te rijden tot Rundu. We overnachten daarom nog eens in Ngepi en genieten van het mooie uitzicht over de Okavango-rivier. 's Avonds trakteren we ons op een dagmenu van de campsite, was trouwens veruit het enige wat er te eten viel maar het smaakte super, een soort kip curry (alle we dachten toch dat het kip was).

Het sanitair is ook hier weer het fotograferen waard. Een bad nemen met uitzicht op de rivier, dat doe je niet elke dag :-)

Het toilet:

Onze laatste stop in de Caprivi wordt dan terug Rundu. Deze keer hebben we wat meer tijd en bezoeken we de plaatselijke markt en proberen voorzichtig een paar lokale specialiteiten. Kamperen doen we iets buiten het centrum.

De rivier vormt hier een natuurlijke grens tussen Namibië en Angola.

Een stukje Angola ;-)

Tsumeb, een stadje met 20000 inwoners en onze laatste tussenstop voordat we het Etosha NP in trekken. Het stadje was oorspronkelijk een mijnstad waar in de negentiende eeuw vooral koper werd ontgonnen door Duitse kolonisten. We overnachten op de campsite 'kupferquelle' (kan het duitser) waar je héél pikante pizza kan eten :-), we doen er onze was en vullen onze voorraden nog eens aan.

Het bekendste nationale park van Namibië is zonder twijfel Etosha, het is één van de grootste parken van zuidelijk Afrika. Het bestaat voor een groot deel uit een enorme zoutpan. Aangezien het nu het droge seizoen is kan je hier veel wild spotten rond de al dan niet kunstmatige aangelegde drinkplaatsen.

Springbokken:

Steppezebra's:

De zwarte neushoorn, één van de meest bedreigde diersoorten van Afrika.

Onze eerste overnachting in het park op de campsite Namutoni, hier is alles netjes afgebakend en moet je geen schrik hebben voor het bezoek van ongenodigde gasten.

De zoutpan mag je wel niet oprijden maar er leidt een kleine weg een stukje de pan in zodat je toch een idee krijgt van de enorme omvang.

De tweede overnachtingplaats aan de campsite Halali, hier brengen we 's avonds een bezoekje aan de nabijgelegen drinkplaats en spotten weer een zwarte neushoorn.

De koning van de wildernis hebben we wel nog niet gespot maar op de derde dag hebben we geluk. Aan een drinkplaats niet ver van campsite Okaukuejo treffen we een bronstig koppeltje aan met nog een mannelijke belager. Ze hebben vooral aandacht voor mekaar en laten zich daardoor ongestoord fotograferen.

De campsite Okaukuejo. Ook hier krijgen we 's avonds bezoek van een viertal zwarte neushoorns.

Het krioelt hier van een soort 'wever'-vogeltjes. Deze vogelsoort leeft tezamen in grote groepen en bouwen enorme nesten in bomen, verlichtingspalen, enz...

Oryx:

Op onze laatste dag in Etosha rijden we nog eens naar de drinkplaats waar we ons bronstig koppeltje leeuwen voor het laatst gezien hebben. Buiten onze verwachting zijn ze nog steeds in de buurt, weliswaar uitgeteld van het zware 'werk' van afgelopen dagen.

Van Etosha gaat het richting Kamanjab waar we afgesproken hebben met onze vrienden Marianne, Melissa en Vital. Maar eerst maken we onderweg een tussenstop aan een Cheeta-farm. Namibië bestaat voor 80% uit farmland en omdat Cheeta's en vee niet zo goed samen gaan worden de beesten bij het minste afgeschoten. Om de dieren toch een kans te geven heeft één van de boerderijen beslist om niet langer te boeren maar om zijn boerderij om te vormen tot een opvangplaats voor Cheeta's. In plaats van de dieren af te schieten worden ze gevangen en naar deze farm gebracht. Ze beschikken hier over een groot stuk land waar de beesten vrij kunnen rondlopen. De boer heeft dit natuurlijk niet uit idealisme gedaan want de bezoekers brengen flink wat geld in het laatje, maar beter zo dan dat de dieren afgeschoten worden. Je krijgt eerst een rondleiding op de boerderij zelf waar er drie 'tamme' cheeta's rondlopen. Deze zijn van jongs af aan groot gebracht omdat de moeder dood geschoten werd. Het was niet meteen de bedoeling om hier cheeta's te gaan strelen maar de beesten zien dat anders. We hadden ons een beetje afzijdig gezet maar voor we het wisten waren we omringd door meerdere dieren. Eentje begon zelfs mijn hoofd af te likken. De tong-ruwheid moet je vergelijken met die van een huiskat maal tien, met andere woorden, ik dacht dat mijn hoofdhuid eraan ging. Het is uiteindelijk geëindigd met het strelen van de beesten. Kortom, een heel speciale ervaring. Nadien wordt je dan vanachter op een pick-up naar de wilde dieren gebracht. Hier waren we getuige van het voederen van de beesten, toch allemaal indrukwekkend om dit van zo dichtbij mee te maken.

We hebben een super tijd bij Marianne, Melissa en Vital. Van de eerste avond hebben we niet veel foto's en misschien maar goed ook :-). Vital heeft ons die avond met een paar lokale vrienden ingeleid in de kunst van het knobbelen. Van het spel snappen we nog altijd geen bal maar het gaat in ieder geval gepaard met de consumptie van massa's shotjes, het één al wat lekkerder dan het ander. We zijn uiteindelijk met  zijn allen geëindigd in Vital zijn pool. De volgende dag kost het opstaan iets meer moeite dan anders, lees het was middag eer dat we eruit sukkelden. De rest van de dag gebruiken we om bij te praten en we genieten 's avonds van een lekkere maaltijd in hun restaurant. De dag nadien brengen we een bezoek aan een Himba dorp. De Himba's zijn het bekendste inheemse volk van Namibië en in tegenstelling wat de meesten denken behoren ze niet tot de oorspronkelijke bevolking. De Himba's zijn 'immigranten' die hier nog maar 200 jaar wonen. Het is een nomadisch volk waarvan de levensstijl niet veel verschilt met die van honderden jaren geleden. Wat de Himba's zo kenmerkend maakt is dat ze zich insmeren met een mengeling van geitenvet, kruiden en oker. Eenmaal dat de jongens en meisjes tien jaar zijn worden hun onderste twee voortanden eruit geklopt met een stok en steen. Ze leven vooral van veeteelt en sommige dorpen verdienen wat bij door het bezoek van toeristen. Het was toch een ietwat vreemde gewaarwording om daar rond te lopen en de mensen te fotograferen als zijnde een toeristische attractie.

Na het Himba dorp nemen we afscheid van Oppi Koppi Restcamp maar gelukkig nog niet van Marianne en Vital. Ze vergezellen ons naar de volgende campsite Grootberg. Aperitieven doen in we in de Grootberg-lodge en nadien brengen we een super gezellige avond door op de campsite. Er wordt T-bone steak gegrilld, een spelletje blokken stapelen gespeeld (waarbij Marianne niet te kloppen was) en gaan uiteindelijk slapen onder een prachtige sterrenhemel, meer moet dat niet zijn.

Aan de ontbijttafel:

Marianne geraakte er 's morgens maar niet uit ;-)

We nemen afscheid van Marianne en Vital en trekken nu verder door Damaraland. Tot nu toe hadden we landschappelijk een beetje op onze honger gezeten maar dit is zeker één van de mooiere gebieden in Namibië. We komen onderweg giraffen tegen en in de verte zelfs enkele woestijnolifanten.

Iets verloren onderweg ;-)

Kamperen doen we deze keer in de buurt van Twyfelfontein. We doen er de was, maken een kleine wandeling en genieten alweer van een mooie zonsondergang.

Omdat we de komende dagen bijna uitsluitend piste hebben verlaag ik de bandendruk nog een beetje. In tegenstelling met de camion gaat dit bij de auto supersnel.

Wanneer we even stoppen om de kaart te bestuderen stopt er naast ons een jeep en vraagt of we de weg kwijt zijn. Ik zeg hem dat we nog niet weten hoe we precies willen rijden waarop hij een voorstel doet om via een bepaalde route te rijden. Achteraf een goede tip want de 4x4 track leidt ons door afwisselend mooi berglandschap en droge rivierbeddingen met vreemde rotsformaties.

Het einddoel van die dag is Spitzkopfe. Een vreemde bergformatie die zo uit de savanne lijkt verrezen te zijn. Rond de berg heb je meerdere campsites waaruit je kan kiezen, na een half uurtje vinden we een prachtig verborgen plekje. Het kampvuur wordt weer aangestoken en we genieten van een rustige avond onder de sterren. Het koelt hier 's nachts veel minder af doordat de grote rotsen lang de opgeslagen warmte blijven afgeven.

Dit vogeltje kon het niet zo goed vinden met zijn spiegelbeeld.

Van Spitkopfe gaat het richting Swakopmund, een stadje gelegen aan de Atlantische oceaan. Naarmate we dichter bij die kust komen wordt het gevoelig frisser en eenmaal aan het strand moeten we zelfs onze trui aantrekken.

Een zeeleeuwen kolonie aan Cape cross:

Swakopmund is een stad met een zeer uitgesproken Duitse uitstraling. Er wordt nog veel Duits gesproken en hier vind je Geschäften zoals een Bäckerei, Bierstube, enz.. Je hoort ook nog veel Duits spreken in de straat, niet zo gek natuurlijk als je weet dat Namibie een Duitse kolonie is geweest. We spreken er af met vrienden die hier ook onderweg zijn en laten ons gastronomisch verwennen met plaatselijke specialiteiten zoals gemsbok en met pesto gevulde inktvis. Het wordt een gezellige avond waar er veel viel bij te praten. De dag nadien trekken zij verder naar het noorden en blijven wij nog een dagje in Swakop hangen. We bezoeken de artisanale markt, het kristalmuseum, boeken een woestijntocht en brengen nog eens een bezoek aan het restaurant.

Wie denkt dat er in de woestijn weinig leven te bespeuren valt heeft het grondig mis. Onder leiding van onze plaatselijke gids Gerard gaan we op zoek naar al dat leven in de Wüste en het duurt niet lang voordat we de eerste beestjes vinden in de Namib.

Een gecko:

 

Een kameleon:

De woestijnadder:

We laten de koele kust voor wat ze is en trekken terug landinwaarts. We rijden via de Kuiseb-canyon over de Gamsberpas, een afwisselend traject met soms mooie vergezichten. De gravelwegen zijn ook hier weer in heel goede staat. Tegen een uur of vier beginnen we te zoeken naar een geschikte slaapplaats en daarbij komen we terecht op een kleine sterrenwacht gerund door, hoe kan het ook anders, Duitsers. We zijn de enige bezoekers en mogen ons één van de drie campsites uitkiezen. Bij het installeren zien we dat de band RA niet meer hard staat, onze eerste platte band is een feit. Wisselen was op een kwartier gepiept, dat gaat wat vlotter dan met de camion. 's Avonds krijgen we bezoek van een lokaal jongetje wiens vader hier op de boerderij werkt. Ik neem hem mee als ik een paar foto's van de omgeving ga trekken, hij vindt het allemaal geweldig. 's Avonds helpt hij bij het maken van het kampvuur en we trakteren hem op een warme maaltijd.

Ontbijt onder een staalblauwe hemel:

We overschrijden de Steenbokskeerkring en rijden de steile Streephoogte pas over (maar liefst 20%). Van hieruit heb je een mooi uitzicht over het achtergelegen uitgestrekte Namib NAtional Park.

Solitaire, een dorpje met een handvol inwoners wat jarenlang het enige tankstation had in een mijlenverre omtrek. Nu is het vooral een stopplaats voor een paar mooie 'kiekjes'.

En dan de laatste bezienswaardigheid van onze trip, de Sossusvlei. Dit is een park dat onderdeel uitmaakt van de Namibwoestijn. Het staat vooral bekend om zijn enorme rode zandduinen. Deze duinen hebben zich over meerder miljoenen jaren gevormd en zijn eigenlijke een afzetting van zand afkomstig uit Zuid-Afrika. De karakteristieke rode kleur wordt veroorzaakt door enorme ijzergehalte. We kamperen er de eerste nacht net buiten het park. De kampeerplaats is mooi uitgerust met ieder zijn eigen hutje voorzien van douche en toilet. Alleen gaat die avond de wind flink tekeer zodat er deze keer geen kampvuur inzat.

De tweede dag rijden we het park binnen en zijn zeer onder de indruk van de uitgestrektheid. Sommige mensen begrijpen niet wat er nu zo mooi aan woestijn kan zijn maar veranderen misschien van gedachte bij het zien van onderstaande foto's.

Omdat we deze keer op een kampplaats binnen het park staan mogen we daar tot na zonsondergang inblijven. Het licht van de ondergaande zon geeft nog eens een extra diepe kleur aan de duinen.

Onze laatste avond op de camping, hier krijgen we 's avonds nog bezoek van een paar Oryxen die op zoek zijn naar de bloesem van de boom waaronder we staan.

De laatste 350 Km tot terug in de hoofdstad verlopen vlot. Tegen de vroege namiddag leveren onze auto af aan het verhuurbedrijf en worden we tot aan de luchthaven gebracht. Daar wachten we nog een paar uurtjes op onze vlucht die ons uiteindelijk terug naar Frankfurt brengt.

Tegen de late namiddag komen we moe maar voldaan terug thuis. Namibië was zonder meer een land wat hoog in onze favorieten eindigt. De mix van wilde dieren, gezellige avonden, leuke ontmoetingen en prachtige decors hebben van deze trip weer een onvergetelijke ervaring gemaakt. Afrika smaakt in elk geval naar meer ;-)